Variatie en improvisatie (Muziek vmbo), les 1: Uitleg

LUISTEREN · VARIATIE

VARIATIE EN IMPROVISATIE

Examenstof muziek vmbo

1 / 24
suivant
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 3,4

Cette leçon contient 24 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min
Signaler cette leçon

Introduction

Uitleg over variatie en improvisatie voor vmbo: thema, melodievariatie, ritmevariatie, variatie op een akkoordenschema en improvisatie, met vier luisterfragmenten van Mozart en jazz.

Éléments de cette leçon

LUISTEREN · VARIATIE

VARIATIE EN IMPROVISATIE

Examenstof muziek vmbo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: MU/K/3 2.1.n. Image credit: FingerWiki / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

♪ LUISTEREN · VARIATIE

WAT GA JE KUNNEN?

Ik kan horen en benoemen of een thema gevarieerd wordt of dat een muzikant improviseert.

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat kun je veranderen als je een liedje opnieuw speelt?

Verwachte woorden: sneller, langzamer, extra noten, ander ritme, hoger, in mineur, ander instrument. Gebruik de woorden als opstap: bij variatie verander je iets maar blijft het liedje herkenbaar. Vraag daarna: en als je het liedje niet opschrijft maar ter plekke verzint? Dan kom je bij improvisatie.

Wolfgang Amadeus Mozart, schilderij uit 1819

♪ LUISTEREN · VARIATIE

VARIATIE: HETZELFDE, MAAR ANDERS

  • Bij variatie klinkt een thema steeds opnieuw, maar elke keer een beetje anders.

  • Het thema is het gegeven dat je terughoort, bijvoorbeeld een melodie.

  • Je herkent het thema nog, want een deel blijft gelijk.

  • Mozart schreef twaalf variaties op een bekend liedje. Eerst hoor je het thema.

Syllabus MU/K/3 2.1.n: variatie herkennen en benoemen, en een bepaald gegeven volgen wanneer het gevarieerd wordt. Het gegeven is hier de melodie. Veelgemaakte fout: denken dat een variatie een nieuw liedje is. Bij variatie blijft het thema herkenbaar. De melodie komt overeen met Twinkle, twinkle, little star. Image credit: Barbara Krafft / Wikimedia Commons, publiek domein

Video: Mozart: Twaalf variaties op Ah, vous dirai-je maman, K. 265, thema, Lang Lang (piano) (kanaal: LangLangVEVO). Wat hoor je? Een pianist speelt een eenvoudige, bekende melodie, hetzelfde liedje als Twinkle, twinkle, little star. Dit is het thema: zo klinkt het voordat er iets gevarieerd wordt. Luister goed, want je hoort het zo meteen terug.

De handen van een pianist op de toetsen, Punta del Este 2015

♪ LUISTEREN · VARIATIE

MELODIEVARIATIE: EXTRA NOTEN

  • Bij melodievariatie verandert de melodie: er komen extra of andere noten bij.

  • Je hoort nog steeds de hoofdtonen van het thema.

  • Luister maar: de pianist speelt dezelfde melodie, nu met snelle looptjes erbij.

Melodievariatie is een variatie op de melodie, volgens de syllabus bij 2.1.n 'variaties op een melodie'. Laat leerlingen het thema in gedachten meezingen terwijl ze naar de variatie luisteren. Veelgemaakte fout: denken dat de melodie verdwenen is. Zing mee met het thema: de hoofdtonen komen steeds terug. Image credit: Jimmy Baikovicius / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

Video: Mozart: Twaalf variaties op Ah, vous dirai-je maman, K. 265, variatie 1, Lang Lang (piano) (kanaal: LangLangVEVO). Wat hoor je? Dezelfde melodie als in het thema, maar de rechterhand speelt er snelle looptjes omheen. Het liedje blijft herkenbaar, er komen extra noten bij. Dat is een melodievariatie.

♪ LUISTEREN · VARIATIE

WAT KAN ER NOG MEER VERANDEREN?

  • Een variatie kan het tempo veranderen: sneller of langzamer.

  • De toonsoort kan veranderen: van majeur naar mineur, dan klinkt het droeviger.

  • De maat kan veranderen: van tweedelig naar driedelig.

  • Je hoort bij elke variatie wat anders is, en je herkent wat gelijk blijft.

Deze dia helpt bij 'interpreteren van een gegeven wanneer dit gevarieerd wordt': leerlingen benoemen wat er veranderd is ten opzichte van het thema. Tempo, toonsoort en maat zijn eerder in de reeks behandeld. Veelgemaakte fout: alleen op het tempo letten. Laat leerlingen steeds vragen: wat blijft gelijk en wat is anders?

Wat blijft herkenbaar als een thema gevarieerd wordt?

A

Alle noten en alle ritmes

B

Alleen het tempo van het stuk

C

Het thema, de hoofdmelodie

D

Niets, het is een nieuw stuk

Goed: het thema blijft herkenbaar. Wie 'alle noten en ritmes' kiest, vergeet dat er juist iets verandert.

Vul in

Bij variatie klinkt hetzelfde thema steeds net anders, maar je herkent het nog.

variatie
thema
improvisatie
tempo

Veelgemaakte fout: improvisatie invullen. Bij improvisatie verzin je de muziek ter plekke, bij variatie wordt een bestaand thema veranderd.

♪ LUISTEREN · VARIATIE

RITMEVARIATIE: ANDER RITME

  • Bij ritmevariatie verandert het ritme: de noten krijgen een andere lengte of de maat verandert.

  • Het thema is dan nog te herkennen, maar het klinkt anders om mee te tikken.

  • Luister: het thema krijgt een driedelige maat, je kunt er 1-2-3 bij tellen.

Syllabus 2.1.n: variaties op een ritme. Laat leerlingen meetikken: eerst op een tweedelig thema (1-2), dan op dit fragment (1-2-3). Veelgemaakte fout: ritmevariatie en tempo door elkaar halen. Bij ritmevariatie verandert de verdeling van de noten of de maat, niet alleen hoe snel het gaat.

Video: Mozart: Twaalf variaties op Ah, vous dirai-je maman, K. 265, variatie 12, Jan Lisiecki (piano) (kanaal: Jan Lisiecki - Topic). Wat hoor je? Het thema klinkt nu in een driedelige maat: je kunt er 1-2-3 bij tellen, terwijl het thema een tweedelige maat had. De melodie blijft herkenbaar, maar het ritme is anders. Dat is een ritmevariatie.

♪ LUISTEREN · VARIATIE

VARIATIE OP EEN AKKOORDENSCHEMA

  • Een akkoordenschema is een rij akkoorden die steeds terugkomt.

  • Bij een variatie op een akkoordenschema blijven de akkoorden gelijk.

  • Op die akkoorden klinkt telkens een andere melodie.

  • Zo werkt het vaak in jazz: dezelfde akkoorden, steeds een nieuwe solo.

Syllabus 2.1.n: begrip 'akkoordenschema' met sterretje: wordt in het examen herkend, niet als antwoord gevraagd. Daarom komt het alleen in meerkeuzevragen voor. Veelgemaakte fout: denken dat bij dit soort variatie de akkoorden veranderen. Het schema blijft, de melodie erboven verandert.

Wat verandert bij ritmevariatie?

Goed: het ritme, dus de lengte van de noten of de maat. Verwachte fout: 'de melodie' of 'het tempo'. Bij ritmevariatie blijft de melodie herkenbaar.

Wat blijft gelijk bij een variatie op een akkoordenschema?

A

De rij akkoorden

B

De melodie boven de akkoorden

C

Het ritme van de solist

D

Het tempo van het stuk

Goed: de akkoorden. De melodie erboven verandert juist steeds. Wie 'de melodie' kiest, draait het om.

Saxofonisten spelen samen in een jazzclub, New Orleans 2003

♪ LUISTEREN · VARIATIE

IMPROVISATIE: TER PLEKKE VERZINNEN

  • Bij improvisatie verzin je de muziek terwijl je speelt of zingt.

  • Het staat dus niet van tevoren op papier.

  • Elke keer klinkt het anders, ook als dezelfde muzikant het speelt.

  • Je hoort improvisatie veel in jazz, maar ook in blues en rap (freestyle).

Syllabus 2.1.n: improvisatie herkennen en benoemen. Veelgemaakte fout: improvisatie en variatie door elkaar halen. Bij variatie verander je een bestaand thema, bij improvisatie verzin je nieuwe muziek ter plekke. Een solist kan wel improviseren op een bekend akkoordenschema. Image credit: Infrogmation of New Orleans / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Het Dave Brubeck Quartet op het podium, 1967

♪ LUISTEREN · VARIATIE

JAZZ: THEMA EN SOLO'S

  • Een jazznummer begint vaak met een intro en het thema.

  • Daarna improviseren de muzikanten om de beurt een solo.

  • Aan het eind klinkt het thema weer.

  • Luister maar: de saxofonist verzint de solo tijdens het spelen.

Take Five is gebouwd zoals veel jazznummers: eerst het thema, dan de solo's, daarna komt het thema terug. In dit fragment improviseert de saxofonist. Veelgemaakte fout: denken dat de solo uit het hoofd geleerd is. Bij improvisatie verzin je hem tijdens het spelen. Image credit: user:dontworry / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Video: Dave Brubeck Quartet: Take Five, album Time Out, 1959 (kanaal: Dave Brubeck Quartet - Topic). Wat hoor je? Een saxofonist speelt een solo boven het ritme van de band. Dit is geen opgeschreven melodie: de saxofonist verzint de solo tijdens het spelen. Dat is improvisatie. Het fragment begint pas na het thema, dus je hoort alleen de solo.

Zet een jazznummer op volgorde, van begin naar eind

1

Het thema komt terug

2

Intro van de band

3

Het thema klinkt

4

De solisten improviseren

Volgorde zoals in de uitleg: intro, thema, solo's, thema terug. Verwachte fout: de solo's voor het thema zetten.

Vul in

Een solist die de melodie ter plekke verzint, doet aan improvisatie. Dat hoor je veel in jazz-muziek.

improvisatie
jazz
variatie
rap

Goed: improvisatie en jazz. Wie variatie kiest, vergeet dat er bij improvisatie geen bestaand thema wordt veranderd.

Wat vond je het lastigst?

1

Variatie horen in een thema

2

Melodie- of ritmevariatie

3

Variatie op een akkoordenschema

4

Improvisatie herkennen

Gebruik de uitslag om te bepalen waar je in de examentraining extra tijd aan besteedt.

Waar hoor jij improvisatie in jouw muziek?

Goed: elk voorbeeld waarbij de leerling kan uitleggen dat de muzikant het ter plekke verzint, bijvoorbeeld een gitaarsolo, een rapper die freestyle doet of een jazzmuzikant.

♪ LUISTEREN · VARIATIE

BEGRIPPEN (1/2)

  • variatie: een thema klinkt opnieuw, maar steeds een beetje anders

  • thema: het gegeven dat je terughoort en dat wordt gevarieerd

  • melodie: de reeks tonen die je kunt meezingen

  • ritme: de lengte en verdeling van de noten

  • melodievariatie: de melodie krijgt extra of andere noten

Cet élément n'a pas d'instructions

♪ LUISTEREN · VARIATIE

BEGRIPPEN (2/2)

  • ritmevariatie: het ritme of de maat van het thema verandert

  • akkoordenschema: een rij akkoorden die steeds terugkomt

  • improvisatie: muziek verzinnen terwijl je speelt of zingt

Cet élément n'a pas d'instructions