Financieren en vermogensmarkt (Bedrijfseconomie vwo), les 2: Examentraining

Beurs van Berlage aan het Damrak, Amsterdam. Foto: C messier, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Examentraining

Financieren en vermogensmarkt: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
suivant
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

Cette leçon contient 17 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min
Signaler cette leçon

Introduction

Examentraining met casussen en berekeningen: financieringsmix kiezen, een bv of nv financieren, openbaar of onderhands vermogen en de toezichthouder aanwijzen.

Éléments de cette leçon

Beurs van Berlage aan het Damrak, Amsterdam. Foto: C messier, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Examentraining

Financieren en vermogensmarkt: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: C messier / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan een financieringsmix uitrekenen, een passende mogelijkheid voor een bv of nv kiezen en de passende toezichthouder kiezen.

Cet élément n'a pas d'instructions

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wie is de organisatie (eenmanszaak, vof, bv of nv) en wat heeft ze nodig?

  • 2. Kies: welke mogelijkheid past bij die rechtsvorm en dat risico?

  • 3. Deel in: is het eigen of vreemd vermogen, openbaar of onderhands?

  • 4. Onderbouw: noem de keuze en waarom die past.

Cet élément n'a pas d'instructions

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Type 1: financieringsmix

  • Je krijgt een starter en bedragen of een situatie.

  • Reken eerst uit welk deel van het geld uit welke bron komt, of kies de mogelijkheid die past bij de rechtsvorm.

  • Een eenmanszaak of vof heeft geen aandelen.

Cet élément n'a pas d'instructions

Sam en Joyce starten een vof met € 90.000. Zij leggen samen € 30.000 in, de bank leent € 40.000 en Joyces oom leent € 20.000. Hoeveel procent komt uit eigen middelen?

A

66,7%

B

30%

C

33,3%

D

50%

Syllabus 20.1. Berekening: 30.000 / 90.000 x 100% = 33,3%. Verwachte fout: 66,7% (het deel van buiten, het vreemd vermogen) of 30% (het bedrag zonder te delen).

Lena start een eenmanszaak met € 5.000 eigen geld, geen onderpand en veel fans. Welke combinatie past het best?

A

Eigen middelen en nieuwe aandelen

B

Eigen middelen en crowdfunding

C

Eigen middelen en een obligatielening aan het publiek

D

Een lening van de bank zonder onderpand

Syllabus 20.1. Een eenmanszaak kan geen aandelen uitgeven en geen openbare obligatielening plaatsen; zonder onderpand is de bank minder waarschijnlijk. Crowdfunding past bij een bekende doelgroep. Verwachte fout: aandelen kiezen.

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Type 2: bv of nv financieren

  • Je krijgt een bv of nv met een wens: wel of geen nieuwe eigenaren, één of veel financiers.

  • Nieuwe eigenaren erbij: aandelenkapitaal. Geen nieuwe eigenaren: een lening.

  • Veel financiers tegelijk: een nv met aandelen of obligaties bij het publiek.

Cet élément n'a pas d'instructions

Een familie-bv wil € 300.000 en geen nieuwe eigenaren erbij. Welke mogelijkheid past?

A

Nieuwe aandelen voor een investeerder

B

Aandelen verkopen op de beurs

C

Aandelen uitgeven via crowdfunding

D

Een lening via een bank

Syllabus 20.2.1. Wie geen nieuwe eigenaren wil, kiest vreemd vermogen: een lening. Een bv kan bovendien niet naar de beurs. Verwachte fout: aandelen kiezen, maar elke aandeelhouder is mede-eigenaar.

Een nv wil € 50 miljoen lenen bij veel beleggers tegelijk. Welke mogelijkheid past?

A

Een onderhandse lening

B

Nieuwe aandelen op de beurs

C

Een lening via één bank

D

Een obligatielening

Syllabus 20.2.1. Een obligatielening is een lening in kleine stukken, zodat veel beleggers kunnen meedoen. Verwachte fout: nieuwe aandelen kiezen; dat is geen lening maar eigen vermogen.

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Type 3: openbaar of onderhands

  • Je krijgt een bv of nv en een manier van geld ophalen.

  • Bepaal of het publiek of een kleine kring levert (openbaar of onderhands) en of het eigen of vreemd vermogen is.

  • Een obligatiehouder is schuldeiser, een aandeelhouder eigenaar.

Cet élément n'a pas d'instructions

Een nv wil vermogen zonder aflossingsplicht en zonder vaste interest. Wat past?

A

Gewone obligaties uitgeven

B

Nieuwe aandelen uitgeven

C

Converteerbare obligaties uitgeven

D

Een onderhandse lening sluiten

Syllabus 20.2.1. Aandelenkapitaal hoeft niet terug en geeft geen recht op vaste interest; aandeelhouders worden mede-eigenaar. Obligaties (ook converteerbare) en een onderhandse lening zijn leningen met interest en aflossing. Verwachte fout: converteerbare obligaties kiezen omdat ze in aandelen kunnen veranderen: tot de conversie blijft het een lening.

Een nv plaatst een obligatielening die iedere belegger mag kopen, naast een lening bij één bank. Welke uitspraak klopt?

A

Beide leningen zijn openbaar vermogen

B

Beide leningen zijn onderhands vermogen

C

Obligatielening openbaar, banklening onderhands

D

Obligatielening onderhands, banklening openbaar

Syllabus 20.2.2. Publiek aanbod is openbaar, één bank is onderhands. Verwachte fout: denken dat alles van een nv openbaar is.

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Type 4: toezichthouder

  • Je krijgt een situatie en kiest de meest passende toezichthouder.

  • Stel de kernvraag: gaat het over soliditeit (DNB), gedrag en informatie (AFM) of concurrentie en consumenten (ACM)?

  • Soms kan meer dan één partij een rol hebben, kies de meest passende.

Cet élément n'a pas d'instructions

Twee grote supermarktketens willen fuseren. Welke toezichthouder beoordeelt of er genoeg concurrentie overblijft?

A

ACM

B

AFM

C

DNB

D

De Kamer van Koophandel

Syllabus 20.2.3. De ACM bewaakt concurrentie en beoordeelt zulke concentraties. Verwachte fout: AFM kiezen omdat het een financiële transactie lijkt.

Een verzekeraar heeft te weinig reserves om alle schade te kunnen betalen. Welke toezichthouder let daarop?

A

AFM

B

DNB

C

ACM

D

Het ministerie van Financiën

Syllabus 20.2.3. DNB houdt prudentieel toezicht op de soliditeit van onder meer banken en verzekeraars. Verwachte fout: AFM kiezen; die let op gedrag en informatie.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Financieringsmix kiezen

2

Bv of nv financieren

3

Openbaar of onderhands

4

Toezichthouder kiezen

Cet élément n'a pas d'instructions

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Tips voor op het examen

  • Kijk eerst naar de rechtsvorm: een eenmanszaak of vof heeft geen aandelen.

  • Aandelenkapitaal hoeft niet terug; een lening wel, met interest.

  • Bij een toezichthouder: soliditeit is DNB, gedrag en informatie is AFM, concurrentie is ACM.

Cet élément n'a pas d'instructions