H3 geld voor de overheid

H3 geld voor de overheid
1 / 55
suivant
Slide 1: Diapositive
EconomieMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 4

Cette leçon contient 55 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 10 vidéos.

time-iconLa durée de la leçon est: 50 min

Éléments de cette leçon

H3 geld voor de overheid

Slide 1 - Diapositive

3.1 belasting op aankopen
Leerdoel:
Ik kan uitleggen hoe en waarom de overheid belastingen heft op aankopen.

Slide 2 - Diapositive

Slide 3 - Diapositive

btw (belasting toegevoegde waarde)

Belasting die wordt betaald bij de aankoop van goederen en diensten.


Slide 4 - Diapositive

Slide 5 - Diapositive

toegevoegde waarde

Het verschil tussen de verkoopopbrengst en de inkopen bij andere bedrijven.

Slide 6 - Diapositive

Toegevoegde waarde = €0,55
Toegevoegde waarde = €0,20
Toegevoegde waarde = €0,25
Toegevoegde waarde = €0,65
Toegevoegde waarde

Slide 7 - Diapositive

Toegevoegde waarde
f




Omzet  - Inkoop  (grondstoffen)  = toegevoegde waarde

Slide 8 - Diapositive

Slide 9 - Diapositive

Slide 10 - Diapositive

accijns

Belasting waarmee de overheid de consumptie van goederen afremt.

Slide 11 - Diapositive

Wat wil de overheid bereiken met accijns ?
A
Dat consumenten minder gebruik gaan maken van de producten en diensten waar accijns aan vast zitten.
B
Dat het milieu verbetert.
C
Dat consumenten meer gebruik gaan maken van de producten en diensten waar accijns aan vast zitten.
D
Dat de overheid een extra inkomstenbron heeft.

Slide 12 - Quiz

In een krantenartikel staat dat de accijns op tabak wordt verhoogd.
Wat is accijns?
A
een soort loonbelasting
B
Een prijsverhoging voor meer winst
C
een extra belasting op ongezonde producten

Slide 13 - Quiz

Slide 14 - Diapositive

Huiswerk 3.1
Opdracht 7 t/m 13

Slide 15 - Diapositive

3.2 Belasting en de auto
Leerdoel:
Ik kan de kilometerprijs van een auto berekenen.

Slide 16 - Diapositive

Slide 17 - Diapositive

motorrijtuigenbelasting

Belasting op het bezit van motorvoertuigen.

Slide 18 - Diapositive

houderschapsbelasting

Belasting op het bezit van goederen.

Slide 19 - Diapositive

Slide 20 - Diapositive

Slide 21 - Diapositive

Kilometerprijs van een auto berekenen 
  • Voorbeeld som 1:
    Een auto rijdt per jaar 13 000 km. De brandstofkosten zijn in totaal               €1542,14. Wat is de kilometerprijs van deze auto.

  • Antwoord:
    €1542,14 : 13 000 km = € 0,12

  • Totale kosten : totale km = kilometerprijs



Slide 22 - Diapositive

Slide 23 - Diapositive

Introductievragen 
1 t/m 5

Slide 24 - Diapositive

Hoe bereken je de prijs per km?

Slide 25 - Question ouverte

Bereken de prijs per km. Schrijf je berekening op!

De brandstofkosten zijn € 126 en de overige kosten € 364.
Er is 1.400 km gereden.

Slide 26 - Question ouverte

Huiswerk
Opdracht 6 t/m 9 en 11 en rekentrainer 2 blz. 115 en 116

Slide 27 - Diapositive

3.3 Geld voor de gemeente
Leerdoelen:
  • Ik kan uitleggen hoe de gemeenten aan inkomsten komen.
  • Ik kan berekenen wat de inwoners aan gemeentelijke heffingen moeten betalen.

Slide 28 - Diapositive

Welke gemeentelijke belastingen ken je al?

Slide 29 - Carte mentale

Gemeentelijke belastingen:
OZB
Afvalstoffenheffing
Parkeerbelasting
Toeristenbelasting
Hondenbelasting

Slide 30 - Diapositive

Slide 31 - Vidéo

Slide 32 - Diapositive

onroerendezaakbelasting (OZB)

Belasting die gemeenten opleggen aan eigenaren van huizen en andere gebouwen.

Slide 33 - Diapositive

Slide 34 - Diapositive

Slide 35 - Diapositive

Slide 36 - Diapositive

Slide 37 - Diapositive

Slide 38 - Diapositive

Slide 39 - Diapositive

Huiswerk 3.3
opdracht 6 t/m 9 en rekentrainer paragraaf 3 blz. 116

Slide 40 - Diapositive

3.4 belastingen op inkomsten
Leerdoelen:
  • Ik kan uitleggen wat loonheffing is en waar deze loonheffing afhankelijk van is.
  • Ik kan uitleggen wat er nodig is om de inkomstenbelasting te berekenen.

Slide 41 - Diapositive

Slide 42 - Vidéo

Slide 43 - Vidéo

Samen
Opdracht 1 t/m 6

Slide 44 - Diapositive

Slide 45 - Vidéo

Zelfstandig
praktijkopdracht 4 (online omgeving) en 3.4 opdracht 7, 8, en 11

Slide 46 - Diapositive

Slide 47 - Vidéo

Slide 48 - Vidéo

Slide 49 - Vidéo

Slide 50 - Vidéo

H3 paragraaf 6
Leerdoelen
Ik kan berekenen hoeveel belasting moet worden betaald in box 2 en box 3.

Slide 51 - Diapositive

Box 1
Box 2
Box 3

Slide 52 - Diapositive

Slide 53 - Vidéo

Slide 54 - Diapositive

Slide 55 - Vidéo