6.5 prinsjesdag

6.5 prinsjesdag
Nakijken 6.4 

Ik kan toelichten wat Prinsjesdag en de troonrede inhouden.
Ik kan toelichten hoe de geldzaken van het Rijk zijn geregeld.



1 / 11
suivant
Slide 1: Diapositive
EconomieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

Cette leçon contient 11 diapositives, avec diapositives de texte et 3 vidéos.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

6.5 prinsjesdag
Nakijken 6.4 

Ik kan toelichten wat Prinsjesdag en de troonrede inhouden.
Ik kan toelichten hoe de geldzaken van het Rijk zijn geregeld.



Slide 1 - Diapositive

Prinsjesdag
  • De derde dinsdag in september is Prinsjesdag. 
  • Op die dag maakt de regering bekend hoe ze het land het komende jaar wil besturen. 
  • De regering bestaat uit een groep personen die het land bestuurt. 
  • In Nederland zijn dat de ministers en de minister-president.
  • Koning Willem-Alexander en koningin Máxima komen op die dag met de gouden koets naar de Ridderzaal.

Slide 2 - Diapositive

Slide 3 - Vidéo

Troonrede
  • Toespraak van de koning waarin hij plannen van de regering bekend maakt. 
  • De koning vertelt in de troonrede welke problemen er zijn en hoe de regering ze wil aanpakken. 

Slide 4 - Diapositive

Het parlement
  • Het parlementis een gekozen groep mensen die plannen afkeuren of goedkeuren.
  • De leden van het parlement worden gekozen in verkiezingen. 
  • Alle Nederlanders van 18 jaar en ouder mogen dan stemmen. 
  • De plannen van de regering gaan door als de meerderheid van het parlement het ermee eens is.
  • In Nederland bestaat het parlement uit de Eerste Kamer en de Tweede Kamer. 

Slide 5 - Diapositive

Slide 6 - Vidéo

Slide 7 - Vidéo

Minister van Financiën 
  • In de rijksbegroting staat een overzicht met de inkomsten en uitgaven van de regering in het komende jaar. 
  • Het belangrijkste staat ook in de miljoenennota.
  • De miljoenennota is een samenvatting van de rijksbegroting.
  • De minister van financiën leest de rijksbegroting voor op prinsjesdag.


Slide 8 - Diapositive

Begrotingstekort
  • Begrotingstekort is er als de uitgaven groter zijn dan de inkomsten. 
  • Door de lening wordt de schuld van de overheid groter. 
  • De staatsschuld stijgt.

Slide 9 - Diapositive

Staatschuld
  • De regering leent meer geld dan ze aflost. 
  • Als je meer geld leent, moet je ook meer rente betalen. 
  • Hoe hoger de staatschuld, hoe hoger de rente. 
  • De regering wil een lagere staatschuld. 
  • Ze hoeft dan minder rente te betalen, waardoor ze meer geld over heeft voor andere uitgaven.

Slide 10 - Diapositive

Aan de slag!
  • 6.5 prinsjesdag
  • Opdracht 1 t/m 29
  • Blz 48 t/m 50

Klaar? 
Huiswerk af? 
Leren SO


Slide 11 - Diapositive