OVERHEID · TAKEN EN ZEKERHEID
Overheid en sociale zekerheid
Examenstof economie vmbo
OVERHEID · TAKEN EN ZEKERHEID
Overheid en sociale zekerheid
Examenstof economie vmbo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: EC/K/6.1, 6.3. Image credit: Rijksoverheid / Wikimedia Commons, CC0
OVERHEID · TAKEN EN ZEKERHEID
Wat ga je kunnen?
Ik kan de taken van de overheid en de vormen van sociale zekerheid uitleggen en herkennen in een casus.
Cet élément n'a pas d'instructions
Waar denk je aan bij de overheid?
Alleen GL/TL: dit onderwerp (EC/K/6) is voor BB en KB schoolexamen. Verwacht: gemeente, politie, belasting, uitkering, AOW, wegen, school, regering, Tweede Kamer. Groepeer de woorden in wat de overheid doet (taken, plannen) en wat de overheid regelt voor mensen met te weinig inkomen (sociale zekerheid): dat is de opbouw van de les.
OVERHEID · TAKEN EN ZEKERHEID
Gemeentehuis van Hardenberg, 2022
De collectieve en de particuliere sector
De collectieve sector is het deel van de economie waar de overheid de baas is.
Die bestaat uit twee delen: de overheidssector en de sociale zekerheid.
De overheidssector is het rijk en de lagere overheden: provincie, gemeente en waterschap.
Bedrijven en huishoudens horen niet bij de overheid: zij vormen de particuliere sector.
Alleen GL/TL: dit onderwerp (EC/K/6) is voor BB en KB schoolexamen. Het rijk is de regering met de ministeries. Lagere overheden zijn provincies, gemeenten en waterschappen. Definities kunnen in de loop van de tijd veranderen: het CBS en het CPB hanteren hun eigen indeling. Veelgemaakte fout: denken dat een bedrijf dat veel voor de overheid werkt tot de collectieve sector hoort. Het blijft particuliere sector. Image credit: Michielverbeek / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
OVERHEID · TAKEN EN ZEKERHEID
De Afsluitdijk, 2016
Collectieve en individuele goederen
Een collectief goed gebruikt iedereen samen, zoals een dijk of straatverlichting.
Meestal regelt en betaalt de overheid collectieve goederen, uit belasting.
Een individueel goed gebruikt één persoon, zoals een broodje of een fiets. Je betaalt het zelf.
Individuele goederen komen meestal uit de particuliere sector, collectieve goederen uit de collectieve sector.
Alleen GL/TL: dit onderwerp (EC/K/6) is voor BB en KB schoolexamen. Bij een collectief goed kun je niemand uitsluiten en heeft iedereen er voordeel van, ook wie er niet voor betaalt. Bij een individueel goed gebruikt één koper het en betaalt hij zelf. Veelgemaakte fout: denken dat alles wat de overheid levert een collectief goed is. Image credit: C messier / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
OVERHEID · TAKEN EN ZEKERHEID
Politiecontrole van auto's in Amsterdam, 1971
Producent, besteder en werkgever
De overheid is producent: ze maakt zelf diensten, zoals politie, rechtspraak en wegen.
De overheid is besteder: ze koopt dingen bij bedrijven, zoals asfalt en computers.
De overheid is werkgever: in formele zin is zij de werkgever van de ambtenaren.
Onderwijs, gezondheidszorg en welzijnswerk zijn gesubsidieerde sectoren: de overheid betaalt veel.
Alleen GL/TL: dit onderwerp (EC/K/6) is voor BB en KB schoolexamen. Een politieagent en een medewerker van de gemeente zijn ambtenaren. In de gesubsidieerde sectoren werken meestal geen ambtenaren, maar de overheid heeft er wel veel invloed op door de bekostiging. Veelgemaakte fout: de overheid zien als alleen maar uitgever van uitkeringen. Image credit: Anefo / Nationaal Archief via Wikimedia Commons, CC0
Welk voorbeeld is een individueel goed?
De dijk langs de rivier
Straatverlichting in de wijk
Een brug waar iedereen over mag
Een broodje bij de bakker
Een broodje gebruikt één persoon en je betaalt het zelf. De andere drie zijn collectieve goederen. Verwachte fout: de dijk kiezen omdat de overheid hem betaalt.
Vul in
De particuliere sector bestaat uit bedrijven en huishoudens, de collectieve sector uit de overheid en de sociale zekerheid.
Particuliere sector: bedrijven en huishoudens. Collectieve sector: overheidssector en sociale zekerheid.
OVERHEID · TAKEN EN ZEKERHEID
Drie soorten taken van de overheid
Aanvullende taak: de overheid levert wat de markt niet of te weinig levert, zoals collectieve goederen en onderwijs.
Corrigerende taak: de overheid stuurt bij met een subsidie of een heffing, zoals accijns op tabak of subsidie op zonnepanelen.
Voorwaardenscheppende taak: de overheid zorgt voor regels en voorzieningen, zoals wetgeving en infrastructuur.
Zo hebben consumenten en producenten vrijheid binnen regels, bijvoorbeeld voor productaansprakelijkheid en het bestemmingsplan.
Alleen GL/TL: dit onderwerp (EC/K/6) is voor BB en KB schoolexamen. Syllabus: voorbeelden zijn deelname in of eigenaar van bedrijven, wetgeving en sancties, subsidies en heffingen, infrastructuur, politie en onderwijs. Leg uit dat de indeling in drie soorten hier een hulpmiddel is. Op het examen staat in de casus wat de overheid doet; koppel het aan het doel: aanvullen, bijsturen of voorwaarden scheppen. Veelgemaakte fout: de drie soorten door elkaar halen.
OVERHEID · TAKEN EN ZEKERHEID
Het koffertje met de miljoenennota, 1974
Parlement, rijksbegroting en miljoenennota
Het parlement bespreekt de plannen van de regering en controleert of ze die goed uitvoert.
De rijksbegroting laat zien wat de overheid wil uitgeven en verwacht te ontvangen.
De miljoenennota noemt de plannen van de regering voor het komende jaar. Hij komt uit op Prinsjesdag.
Volgorde: de regering maakt plannen, het parlement bespreekt en stemt, daarna voert de overheid ze uit.
Alleen GL/TL: dit onderwerp (EC/K/6) is voor BB en KB schoolexamen. Het parlement is wetgevend en controlerend orgaan; ook bezuinigingen, nationalisering, regulering en deregulering worden hier besproken. Je hoeft geen begrotingscijfers te kennen of te berekenen. Miljoenennota en rijksbegroting hangen samen: de nota licht de plannen toe. Veelgemaakte fout: denken dat de regering alles alleen beslist. Image credit: Anefo / Nationaal Archief via Wikimedia Commons, CC0
OVERHEID · TAKEN EN ZEKERHEID
De plenaire zaal van de Tweede Kamer in Den Haag, 2018
Adviesorganen: CPB, CBS en SER
Het CPB (Centraal Planbureau) rekent plannen door en maakt verwachtingen over de economie.
Het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) verzamelt en publiceert cijfers over Nederland.
De SER (Sociaal-Economische Raad) adviseert de regering. Werkgevers en werknemers praten mee.
Het zijn adviesorganen: zij geven advies en de regering beslist zelf.
Alleen GL/TL: dit onderwerp (EC/K/6) is voor BB en KB schoolexamen. CPB = verwachtingen en doorrekeningen, CBS = cijfers, SER = advies over sociaal-economisch beleid met vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers en onafhankelijke deskundigen. Veelgemaakte fout: CPB en CBS verwisselen. Ezelsbrug: Plan = plannen doorrekenen, Statistiek = cijfers. Image credit: Husky / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
Video: Wat is Prinsjesdag? (Rijksoverheid). Alleen GL/TL: dit onderwerp (EC/K/6) is voor BB en KB schoolexamen. Kijkvraag: wat gebeurt er op Prinsjesdag en welke plannen horen daarbij? Koppel het antwoord aan de miljoenennota en de rijksbegroting.
Een heffing op frisdrank moet het drinken ervan verminderen. Welke taak?
Een aanvullende taak
Een voorwaardenscheppende taak
Een taak als producent
Een corrigerende taak
De overheid stuurt het gedrag bij met een heffing: corrigerend. Verwachte fout: voorwaardenscheppend, omdat een heffing een regel is.
Vul in
Het CBS verzamelt cijfers, het CPB rekent plannen door en de SER adviseert de regering over sociaal-economisch beleid.
CBS = cijfers, CPB = doorrekenen en verwachtingen, SER = advies.
OVERHEID · TAKEN EN ZEKERHEID
Waarom sociale zekerheid?
Sociale zekerheid geeft mensen bestaanszekerheid: genoeg inkomen om van te leven, ook als je niet kunt werken.
Bijvoorbeeld bij ouderdom, ziekte of een laag inkomen.
De primaire inkomensverdeling is de verdeling van het inkomen uit werk en bezit, voordat de overheid iets herverdeelt.
De secundaire inkomensverdeling is de verdeling nadat de overheid heeft herverdeeld, met uitkeringen, premies en belasting.
Zo wordt het inkomen eerlijker verdeeld: de secundaire verdeling is gelijker dan de primaire.
Alleen GL/TL: dit onderwerp (EC/K/6) is voor BB en KB schoolexamen. Doelen volgens de syllabus: bestaanszekerheid en inkomensherverdeling. Een rekenvoorbeeld is niet nodig. Veelgemaakte fout: primair en secundair verwisselen. Ezelsbrug: primair = eerst (voor de overheid), secundair = tweede (na de overheid).
OVERHEID · TAKEN EN ZEKERHEID
Verzekeringen en voorzieningen
Volksverzekering: voor alle inwoners, bijvoorbeeld de AOW (ouderdom) en de AKW (Algemene Kinderbijslagwet).
Werknemersverzekering: voor werknemers, bijvoorbeeld de WIA: een uitkering als je door ziekte langdurig niet kunt werken.
Bij sociale verzekeringen betaal je premie. Daarmee worden de uitkeringen betaald.
Een sociale voorziening, zoals de bijstand, is voor wie te weinig inkomen heeft om van te leven.
Sociale voorzieningen worden betaald uit de algemene middelen van de overheid, niet uit premies.
Alleen GL/TL: dit onderwerp (EC/K/6) is voor BB en KB schoolexamen. Aan de hand van gegeven informatie over een sociale wet vragen beantwoorden over financiering, nut, doelgroep en verstrekking: gebruik de drie vragen wie, wie betaalt en waarvoor. Geen bedragen of leeftijdsgrenzen leren: die veranderen en staan op het examen in de bron. Veelgemaakte fout: de AOW voor een voorziening houden, omdat de overheid hem uitkeert.
OVERHEID · TAKEN EN ZEKERHEID
Kosten, vergrijzing en bezuinigen
Vergrijzing: er komen steeds meer ouderen in verhouding tot het aantal mensen met werk.
Actieven zijn mensen met betaald werk. Niet-actieven zijn bijvoorbeeld kinderen en gepensioneerden.
Door vergrijzing zijn er minder actieven per niet-actieve. De kosten stijgen en elke actieve moet meer bijdragen.
Bezuinigen kan met minder uitkeringen, aanscherpen van de eisen, lagere uitkeringen en fraudebestrijding.
Bij marktwerking laat de overheid een deel van de sociale zekerheid over aan commerciële bedrijven, zoals verzekeraars.
Alleen GL/TL: dit onderwerp (EC/K/6) is voor BB en KB schoolexamen. Syllabus: de verhouding actieven en niet-actieven gaat om het interpreteren van wijzigingen, niet om ingewikkelde berekeningen. Werklozen en arbeidsongeschikten ontvangen een uitkering en tellen mee bij de niet-actieven. Veelgemaakte fout: denken dat bezuinigen betekent dat de overheid alle uitkeringen afschaft.
Wat is bestaanszekerheid?
Goed: genoeg inkomen om van te leven, ook als je niet kunt werken. Verwachte fout: alleen een baan hebben of veel geld hebben.
Hoe wordt de bijstand betaald?
Uit de premies van werknemers
Uit de algemene middelen van de overheid
Uit de premies van werkgevers
Uit het geld van verzekeraars
Een sociale voorziening wordt uit de algemene middelen betaald, niet uit premies. Verwachte fout: premies kiezen omdat het om een uitkering gaat.
Wat vond je het lastigst in deze les?
Collectieve en particuliere sector
Taken van de overheid
Soorten sociale zekerheid
Vergrijzing en bezuinigen
Gebruik de uitkomst om de examentraining te sturen.
Noem één uitkering uit de sociale zekerheid.
Goed: bijvoorbeeld AOW, WIA of bijstand. Verwachte fout: een loon of studiefinanciering noemen.
OVERHEID · TAKEN EN ZEKERHEID
Begrippen (1/2)
collectieve en particuliere sector: Overheid en sociale zekerheid, tegenover bedrijven en huishoudens.
collectief en individueel goed: Voor iedereen samen, of voor één gebruiker die zelf betaalt.
rijksbegroting en miljoenennota: Wat het rijk wil uitgeven en ontvangen, en de plannen van de regering.
CPB, CBS en SER: Adviesorganen: doorrekenen, cijfers verzamelen en adviseren.
volksverzekering: Voor alle inwoners, zoals de AOW en de AKW.
Cet élément n'a pas d'instructions
OVERHEID · TAKEN EN ZEKERHEID
Begrippen (2/2)
werknemersverzekering: Voor werknemers, zoals de WIA.
sociale voorziening: Zoals de bijstand, betaald uit de algemene middelen.
premie: Wat je betaalt voor een sociale verzekering.
primaire en secundaire inkomensverdeling: Verdeling voor en na de herverdeling door de overheid.
vergrijzing, actieven en niet-actieven: Meer ouderen, mensen met en zonder betaald werk.
Cet élément n'a pas d'instructions