Hoofdstuk 4 - Politiek in theorie | HAVO

'Politiek in theorie' 
Hoofdstuk 4
1 / 73
suivant
Slide 1: Diapositive
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

Cette leçon contient 73 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 15 vidéos.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

'Politiek in theorie' 
Hoofdstuk 4

Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Ouders moeten volledige inzage hebben in de digitale communicatie van hun kinderen tot hun 17e jaar. Leg je standpunt uit met een argument. 
Ouders moeten volledige inzage
hebben in de digitale communicatie
van hun kinderen tot hun 17e jaar.
Leg je standpunt uit met een argument.

Slide 2 - Carte mentale

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat heb ik vorig hoofdstuk geleerd?
  • wat sociale ongelijkheid is.
  • hoe macht en dwang van elkaar verschillen en hoe ze relateren.
  • wat gezag is.
  • de tegenpolen samenwerking en conflict te begrijpen.
Vorig hoofdstuk leerde ik...

Slide 3 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat leer ik dit hoofdstuk?
  • wat staatsvorming is.
  • wat rationalisering inhoudt.
  • wat politieke socialisatie is.
  • welke ideologieën er zijn.
  • wat politieke instituties zijn en hoe deze werken.
Ik leer...

Slide 4 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

§4.1 Staatsvorming

Slide 5 - Diapositive

Pagina 63

Slide 6 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Staatsvorming
De institutionalisering van politieke macht tot een staat.

Slide 7 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Politieke macht
Het vermogen om de politieke besluitvorming te beïnvloeden.

Slide 8 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions



Wie hebben er politieke macht?

Wie hebben er politieke macht?
A
Burgers
B
Het parlement
C
De regering
D
De koning

Slide 9 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 10 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 11 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions



Waar is de situatie in Libië een voorbeeld van?
Waar is de situatie in Libië een voorbeeld van?
A
Machtsevenwicht
B
Machtsongelijkheid
C
Machtsoverwicht
D
Machtsvacuüm

Slide 12 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 13 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Interne soevereiniteit
  1. Een staat heeft het hoogste gezag regeert over een groep mensen.
  2. Een staat valt binnen een bepaald grondgebied valt.
  3. Een staat bezit een geweldsmonopolie en belastingmonopolie.

Slide 14 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Externe soevereiniteit
Als het staatsgezag niet ondergeschikt is aan het gezag van andere staten.

Slide 15 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions



Groenland is een externe soevereine macht.
Groenland is een externe soevereine macht.
Waar
Niet waar

Slide 16 - Sondage

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 17 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Geef een voorbeeld van rationalisering
die in de video naar voren komt.
Geef een voorbeeld van rationalisering
die in de video naar voren komt.

Slide 18 - Carte mentale

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 19 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Rationalisering
Het proces van het ordenen en systematiseren van de werkelijkheid met de bedoeling haar voorspelbaar en beheersbaar te maken en van het doelgericht inzetten van middelen om zo efficiënt en effectief mogelijk resultaten te bereiken.

Slide 20 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Verzin zelf een voorbeeld van rationalisering.
Verzin zelf een voorbeeld
van rationalisering.

Slide 21 - Carte mentale

Cet élément n'a pas d'instructions

§4.2 Politieke socialisatie

Slide 22 - Diapositive

Pagina 68

Slide 23 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Politieke socialisatie
  • Het proces van overdracht en verwerving van de politieke cultuur van de groep(en) en samenleving waar mensen toe behoren. 
  • Het proces bestaat uit opvoeding, opleiding en andere vormen van omgang met anderen.

Slide 24 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Polder model
De overlegcultuur in Nederland tussen overheid en verschillende actoren, zoals belangenorganisaties. 
Het zegt iets over de waarden, normen en opvattingen 
die wij belangrijk vinden in onze cultuur.

Slide 25 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Conflict en harmonie model
Conflict model
Harmonie model
Doelen
Anderen overtuigen van het
eigen gelijk
Samen met anderen
overeenstemming bereiken
Waarden en uitganspunten
Strijd, macht, beïnvloeding
Samenwerking, compromis,
gelijkwaardigheid
Middelen
Demonstreren, onder druk
zetten, mediaoffensief,
burgerlijke ongehoorzaamheid
Overleg, onderhandeling,
netwerken,
samenwerkingsverbanden

Slide 26 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 27 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Conflict
model
Harmonie
model
Overleg
Demonstraties
Poldermodel
Consensus
Strijd
Stakingen

Slide 28 - Question de remorquage

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 29 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Economisch
Cultuur
Politiek
Hoe moet de macht worden verdeeld?
Hoe moeten goederen geproduceerd en gedistribueerd (verdeeld) worden?
Hoeveel vrijheid ten opzichte van de overheid mogen mensen hebben?

Slide 30 - Question de remorquage

Cet élément n'a pas d'instructions

§4.3 Ideologie

Slide 31 - Diapositive

Pagina 71

Slide 32 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Ideologie
Een samenhangend geheel van beginselen en denkbeelden, meestal uitmondend in ideeën over de meest wenselijke maat­schappelijke en politieke verhoudingen.

Slide 33 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions



Waar past het vraagstuk bij?
Het wel of niet behouden van de monarchie.
Waar past het vraagstuk bij? 
Het wel of niet behouden van de monarchie.
A
Links-rechts
B
Progressief-conservatief
C
Materialisme-postmaterialisme

Slide 34 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions



Waar past het vraagstuk bij?
Het wel of niet instellen van een maximumprijs op benzine door de overheid.
Waar past het vraagstuk bij?
Het wel of niet instellen van een maximumprijs op benzine door de overheid.
A
Links-rechts
B
Progressief-conservatief
C
Materialisme-postmaterialisme

Slide 35 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions



Waar past het vraagstuk bij?
Het wel of niet streven naar meer diversiteit.
Waar past het vraagstuk bij?
Het wel of niet streven naar meer diversiteit. 
A
Links-rechts
B
Progressief-conservatief
C
Materialisme-postmaterialisme

Slide 36 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 37 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat zijn de drie hoofdideologieën van het Nederlandse politieke landschap?

Wat zijn de drie
hoofdideologieën van
het Nederlandse
politieke landschap?

Slide 38 - Carte mentale

Confessionalisme, liberalisme en socialisme/sociaaldemocratie
Links
Rechts
Midden
Zet de ideologieën op de juiste plek
Communisme
Socialisme
Liberalisme
Conservatisme
Fascisme

Slide 39 - Question de remorquage

Cet élément n'a pas d'instructions



Hoe denkt het socialisme over politiek?
Hoe denkt het socialisme over politiek?
A
Socialisten willen meer inspraak voor burgers.
B
Linkse socialisten willen meer invloed voor burgers maar rechtse socialisten niet.
C
Socialisten willen dat burgers politici kunnen kiezen, maar ze zijn geen voorstander van het invoeren van het referendum.

Slide 40 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions




Hoe denkt het liberalisme over politiek?
Hoe denkt het liberalisme over politiek?
A
Liberalen willen meer inspraak voor burgers
B
Linkse liberalen willen meer invloed voor burgers maar rechtse liberalen niet
C
Liberalen willen dat burgers politici kunnen kiezen maar ze zijn geen voorstander van het invoeren van het referendum

Slide 41 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions



Welke ideologie wil dat burgers politici mogen kiezen,
maar is geen voorstander van het referendum?
Welke ideologie wil dat burgers politici mogen kiezen, maar is geen voorstander van het referendum?
Welke ideologie wil dat burgers politici mogen kiezen maar is geen voorstander van het referendum?

Slide 42 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions




Hoe denkt het socialisme over economie?
Hoe denkt het socialisme over economie?
A
Socialisten zijn voorstander van economische vrijheid en eigen verantwoordelijkheid.
B
Socialisten willen een belangrijke rol voor de overheid in de economie om te zorgen voor meer gelijkheid.
C
Voor socialisten is dit een dilemma; enerzijds is naastenliefde belangrijk, anderzijds zijn ze voorstander van eigen verantwoordelijkheid.

Slide 43 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions



Hoe denkt het confessionalisme over economie?
Hoe denkt het confessionalisme over economie?
A
Confessionelen zijn voorstander van economische vrijheid en eigen verantwoordelijkheid.
B
Confessionelen willen een belangrijke rol voor de overheid in de economie om te zorgen voor meer gelijkheid.
C
Voor confessionelen is dit een dilemma; enerzijds is naastenliefde belangrijk, anderzijds zijn ze voorstander van eigen verantwoordelijkheid.

Slide 44 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions




Wat hoort er NIET bij het liberalisme?
Wat hoort er NIET bij het liberalisme?
A
Liberalen zijn voorstander van economische vrijheid en eigen verantwoordelijkheid.
B
Liberalen willen een belangrijke rol voor de overheid in de economie om te zorgen voor meer gelijkheid.
C
Individuele vrijheid is belangrijk, mensen mogen dus zelf weten welke cultuur zij naleven.
D
Linkse liberalen willen meer invloed voor burgers maar rechtse liberalen niet.

Slide 45 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Ideologieën over politiek
Socialisten willen meer inspraak voor burgers.
Confessionelen willen dat burgers politici kunnen kiezen maar zij zijn geen voorstander van het invoeren van het referendum.
Linkse liberalen willen meer invloed voor burgers maar rechtse liberalen niet.

Slide 46 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Ideologieën over cultuur
Socialisten/sociaaldemocraten: eigen cultuur naleven, alle culturen zijn gelijkwaardig, maar het mag emancipatie niet in de weg staan.
Confessionelen vinden harmonie belangrijk, mensen mogen een eigen cultuur naleven, maar het moet niet ten koste gaan van de Nederlandse cultuur of Bijbelse principes en normen.
Liberalen: individuele vrijheid is belangrijk, mensen mogen dus zelf weten welke cultuur zij naleven.

Slide 47 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Ideologieën over economie
Socialisten/sociaaldemocraten willen een belangrijke rol voor de overheid in de economie om te zorgen voor meer gelijkheid.
Voor confessionelen is dit een dilemma; enerzijds is naastenliefde belangrijk, anderzijds zijn ze voorstander van eigen verantwoordelijkheid.
Liberalen zijn voorstander van economische vrijheid en eigen verantwoordelijkheid.

Slide 48 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Combineer de politieke partij met de juiste ideologie.
Confessionalisme
Rechts
Links

Slide 49 - Question de remorquage

Cet élément n'a pas d'instructions

§4.4 Politieke Instituties

Slide 50 - Diapositive

Pagina 76

Slide 51 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Politieke instituties
Een complex van min of meer geformaliseerde regels die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties rond politieke machtsuitoefening en politieke besluitvorming reguleren.

Slide 52 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions



Wanneer is Prinsjesdag?
Wanneer is Prinsjesdag?

Slide 53 - Question ouverte

Voor docent: zie pagina 76
Wat gebeurt er 
tijdens Prinsjesdag?
Wat gebeurt er
tijdens Prinsjesdag?

Slide 54 - Carte mentale

Cet élément n'a pas d'instructions

Geef voorbeelden van politieke instituties rondom Prinsjesdag.
Geef voorbeelden
van politieke instituties
rondom Prinsjesdag.

Slide 55 - Carte mentale

Cet élément n'a pas d'instructions

2

Slide 56 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

1:57:28
Welke mensen (qua functie) staan hier op de voorste rij?
Welke mensen (qua functie) staan
hier op de voorste rij?

Slide 57 - Carte mentale

Ministers, Staatsecretarissen, Raad van State, Nationale Ombudsman en de Nationale Rekenkamer
1:58:00

Met welke zin start de koning zijn troonrede altijd?
Met welke zin start de koning zijn troonrede altijd?

Slide 58 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat staat er centraal in de troonrede?
1. Beschouwingen over dingen die in de afgelopen periode in Nederland en elders in de wereld zijn gebeurd.
2. Aankondigingen van plannen en maatregelen op het gebied van wetgeving en bestuur.

Slide 59 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Algemene beschouwingen
Direct na Prinsjesdag bespreken de fractieleiders van de politieke partijen in de Kamer de hoofdlijnen van de Miljoenennota en de rijksbegroting. Dat gebeurt tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen. In de Tweede Kamer debatteren politieke partijen bij die beschouwingen over de plannen van het kabinet. Zij doen dat vanuit hun overtuiging, hun idee over hoe de ideale samenleving eruit ziet.

Slide 60 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions


Leg uit dat de Algemene Beschouwingen een politieke institutie is.
Leg uit dat de Algemene Beschouwingen een politieke institutie is.

Slide 61 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

De algemene beschouwingen zijn te koppelen aan het kernconcept ideologie.

Slide 62 - Diapositive

Bespreek met de leerlingen waarom

Slide 63 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat zijn voorbeelden van politieke organisaties die horen bij de politieke institutie Prinsjesdag?
Wat zijn voorbeelden
van politieke organisaties
die horen bij de politieke
institutie Prinsjesdag?

Slide 64 - Carte mentale

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 65 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions


Hebben de Verenigde Staten een kiesstelsel van evenredige vertegenwoordiging of een districtenstelsel?
Hebben de Verenigde Staten een kiesstelsel van evenredige vertegenwoordiging of een districtenstelsel? 
Stelsel van evenredige vertegenwoordiging
Districtenstelsel

Slide 66 - Sondage

Cet élément n'a pas d'instructions

Geef een voorbeeld van een
(niet) geformaliseerde regel
die past bij het kiesstelsel
van politieke institutie.
Geef een voorbeeld van een
(niet) geformaliseerde regel
die past bij het kiesstelsel
van politieke institutie.

Slide 67 - Carte mentale

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 68 - Lien

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 69 - Lien

Cet élément n'a pas d'instructions



Wat heb je geleerd deze les?
Wat heb je geleerd deze les?

Slide 70 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions



Wat vind je nog lastig?
Wat vind je nog lastig?

Slide 71 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat leer ik deze les?
  • wat staatsvorming is.
  • wat rationalisering inhoudt.
  • wat politieke socialisatie is.
  • welke ideologieën er zijn.
  • wat politieke instituties zijn en hoe deze werken.
Ik leerde...

Slide 72 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Einde van hoofdstuk 4
'Politiek in theorie'

Slide 73 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions