TaalNT2
Interactieve lessen voor NT2'ers & Alfaleerders

Invuloefening: Grammatica - verbindingswoorden

Invullen: Grammatica - verbindingswoorden

Alles begint met een stage

De eerste dagen van mijn stage waren spannend, maar ook leerzaam. Ik wist nog niet goed wat ik moest doen, daarom vroeg ik hulp aan mijn begeleider. Hij legde alles rustig uit en liet zien hoe ik de taken kon uitvoeren. Na een paar dagen ging het beter, want ik begon de routine te begrijpen. Ik werkte samen met collega’s en bovendien kreeg ik steeds meer verantwoordelijkheid. Soms ging er iets mis, toch gaf ik niet op. Daardoor leerde ik sneller dan ik dacht. Nu voel ik me zekerder, dus weet ik dat deze stage een goede start is voor mijn toekomst in het mbo.

maar
daarom
en
want
bovendien
toch
Daardoor
dus
immers
namelijk
hierdoor
toch
1 / 3
volgende
Slide 1: Fill_in_the_blanks
newEditorNT2MBOISKStudiejaar 1

In deze les zitten 3 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Invullen: Grammatica - verbindingswoorden

Alles begint met een stage

De eerste dagen van mijn stage waren spannend, maar ook leerzaam. Ik wist nog niet goed wat ik moest doen, daarom vroeg ik hulp aan mijn begeleider. Hij legde alles rustig uit en liet zien hoe ik de taken kon uitvoeren. Na een paar dagen ging het beter, want ik begon de routine te begrijpen. Ik werkte samen met collega’s en bovendien kreeg ik steeds meer verantwoordelijkheid. Soms ging er iets mis, toch gaf ik niet op. Daardoor leerde ik sneller dan ik dacht. Nu voel ik me zekerder, dus weet ik dat deze stage een goede start is voor mijn toekomst in het mbo.

maar
daarom
en
want
bovendien
toch
Daardoor
dus
immers
namelijk
hierdoor
toch

Deze slide heeft geen instructies

Kennis: Grammatica - verbindingswoorden

Uitleg over de verbindingswoorden

  1. maar – geeft een tegenstelling aan. De spanning stond tegenover het leerzame gevoel.

  2. daarom – geeft een reden of gevolg. De spreker vroeg hulp omdat hij iets niet wist.

  3. en – is een opsomming, het voegt informatie toe.

  4. want – geeft een reden. De spreker legt uit waarom iets beter ging.

  5. bovendien – versterkt een opsomming; het voegt iets belangrijks toe.

  6. toch – drukt tegenstrijdigheid uit: iets lukt ondanks moeite.

  7. daardoor – laat een gevolg zien: door vol te houden, ging het leren sneller.

  8. dus – leidt naar een conclusie: de stage levert iets op.

Benodigdheden:

- woorden woordketting/woorden-reactiespel, zie slide 2 met suggesties voor de opbouw van het spel.


Verschillende spelvormen mogelijk met de kaartjes, namelijk:
- Woordketting maken

- Reactiespel

- woordparen koppelen/ verbanden leggen


Spelduur: afhankelijk van het aantal woorden en aantal spelvormen.


Kennis: Grammatica - verbindingswoorden

Waarom ze belangrijk zijn:

Verbindingswoorden maken zinnen vloeiend en logisch. Ze laten zien hoe gedachten samenhangen: oorzaak en gevolg, tegenstelling, opsomming of conclusie. In stageverslagen, presentaties of gesprekken zorgen ze ervoor dat jouw verhaal duidelijk en professioneel klinkt.

Benodigdheden:

- woorden woordketting/woorden-reactiespel, zie slide 2 met suggesties voor de opbouw van het spel.


Verschillende spelvormen mogelijk met de kaartjes, namelijk:
- Woordketting maken

- Reactiespel

- woordparen koppelen/ verbanden leggen


Spelduur: afhankelijk van het aantal woorden en aantal spelvormen.