cross
Anne Frank Stichting
Digitaal lesmateriaal

Anne Frank Krant 2022

Deze digitale les kun je thuis of in de klas gebruiken tijdens het lezen van de Anne Frank Krant
Je vindt er extra verdieping op artikelen uit de krant en extra vragen om te beantwoorden.
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisLezen+1BasisschoolGroep 7,8

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Introductie

Deze les kun je thuis of in de klas gebruiken tijdens of na het lezen van de Anne Frank Krant 2022 met als thema: Vriendschap. Het bevat interactieve vragen en verdieping op de artikelen in de krant waarmee je klassikaal of individueel aan de slag kunt.

Instructies

Bij elke slide vind je instructies of extra informatie over de betreffende vraag of verdieping. De instructies voor de opdrachten staan op de slide zelf maar het is leuk om extra informatie te kunnen geven aan de leerlingen, doe hier je voordeel mee.

Onderdelen in deze les

Deze digitale les kun je thuis of in de klas gebruiken tijdens het lezen van de Anne Frank Krant
Je vindt er extra verdieping op artikelen uit de krant en extra vragen om te beantwoorden.

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet jij over Anne Frank?

Voeg op de volgende pagina jouw antwoorden toe aan het woordweb.
PAGINA 1

Slide 2 - Tekstslide

Instructies:

Laat je leerlingen alle woorden in vullen die bij hen opkomen als zij denken aan Anne Frank.

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Lees het artikel uit de krant op pagina 2-3. 
Welke reis legde Anne Frank af?

Klik op de hotspots en sleep de plaatsen naar de juiste plek op de kaart van Europa.
PAGINA 2-3
Frankfurt am Main
Amsterdam
Westerbork
Auschwitz
Bergen-Belsen

Slide 4 - Sleepvraag

Instructies:

Leerlingen lezen en bekijken pagina 2 en 3 van de krant.
Leerlingen slepen de hotspots naar de juiste plek op de kaart. Meer informatie en de juiste antwoorden zijn te vinden op de volgende slide.
PAGINA 2-3
Anne legde in haar korte leven al een lange reis af. 
Zo ging zij van  Frankfurt am Main naar Amsterdam. En vanuit Het Achterhuis naar  Westerbork-Auschwitz.  Uiteindelijk is ze in Bergen-Belsen gestorven.
Amsterdam aan het Merwedeplein en in het Achterhuis
Geboren:
Frankfurt am Main
Auschwitz
Westerbork
Overleden:
Bergen-Belsen

Slide 5 - Tekstslide

Anne wordt geboren in Frankfurt am Main in 1929. Vanaf 1933 reist haar familie naar het Merwedeplein 37-2 te Amsterdam. In 1942 besluit de familie onder te duiken in Het Achterhuis aan de Prinsengracht 263 te Amsterdam waar ook het bedrijf van Otto zich bevind. Nadat zij in 1944 worden opgepakt worden zij kort in Amsterdam vastgehouden en daarna afgevoerd naar Westerbork.  Vanuit hier worden zij gedeporteerd naar Auschwitz, met de laatste trein die zal vertrekken uit Westerbork. Enige tijd na aankomst worden Margot en Anne verder gedeporteerd naar Bergen-Belsen, waar zij uiteindelijk kort naar elkaar komen te overlijden door ziekte en uitputting.
Zoom in

Telkens krijg je een nieuw deel van een foto te zien. Vertel:

  • Wat zie je?
  • Wat valt je op?


PAGINA 4-5

Slide 6 - Tekstslide

Instructies:

Leerlingen krijgen bij elke slide een stukje meer van een historische foto te zien. 
Bij elk gedeelte vragen zij zich af wat zij zien, wat zij hierover denken en welke vragen zij erbij hebben. Aan het einde zien ze de volledige foto en worden de vragen over de foto beantwoord.
Zoom in

Vertel:

  • Wat zie je nu nog meer?
  • Heeft de nieuwe informatie antwoorden gegeven?


PAGINA 4-5

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zoom in

Vertel:

  • Wat zie je nu nog meer?
  • Heeft de nieuwe informatie antwoorden gegeven?


PAGINA 4-5

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zoom in

Vertel:

  • Wat zie je nu nog meer?
  • Heeft de nieuwe informatie antwoorden gegeven?


PAGINA 4-5

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zoom in

Vertel:

  • Wat zie je nu nog meer?
  • Heeft de nieuwe informatie antwoorden gegeven?


PAGINA 4-5

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zoom in

Vertel:

  • Wat zie je nu nog meer?
  • Heeft de nieuwe informatie antwoorden gegeven?


PAGINA 4-5

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zoom in
Je ziet nu de hele afbeelding. 
Welke nieuwe vragen heb je nu nog?

       
       
       
       
        



PAGINA 4-5
Je ziet hier een foto van de olympische spelen in Berlijn in 1936. Hitler was toen in Duitsland al aan de macht en gebruikte de spelen om te laten zien hoe machtig hij was.
Afvragen: Wat zou je graag willen weten over de foto? Welke informatie ontbreekt?
Denken: Waarom is deze foto gemaakt? Wanneer? Wat is het doel van de foto? Voor wie is de foto bedoeld?
Kijken: Wat zie je? Observeer de foto goed en benoem wat je ziet. 

Slide 12 - Tekstslide

Vertel bij de foto:
Dit is een foto genomen in 1936 in Duitsland tijdens de olympische zomerspelen in Berlijn. De spelen in dit jaar waren erg omstreden vanwege de dictatuur van Hitler en zijn nazipartij.  Veel landen en atleten dachten na over een boycot. Nazi-Duitsland besloot uiteindelijk Joodse en zwarte sporters mee te laten doen tijdens de spelen en tijdelijk de anti-Joodse maatregelen in de omgeving te verwijderen om andere landen tegemoet te komen. Echter waren de hakenkruizen, nazivlaggen, nazi's en Hitlergroet alom aanwezig en tijdens de spelen bouwden gevangenen onder dwang niet ver van Berlijn het concentratiekamp Sachsenhausen.

korte verhaaltjes
Het dagboek
Mooie zinnenboek
Het Achterhuis
PAGINA 6-7
Anne schreef nog meer naast haar dagboek. 

Ze schreef ook losse verhaaltjes, hield een mooie zinnenboekje bij en had nog losse vellen waar ze op schreef.



Slide 13 - Tekstslide

Quotes: 
1.  bij het dagboek: 'Het fijnste van alles vind ik nog dat ik dat wat ik denk en voel tenminste nog op kan schrijven, anders zou ik compleet stikken.’16 maart 1944.

2. bij het achterhuis: 'Eindelijk na heel veel overpeinzingen ben ik dan met
m’n Achterhuis begonnen, in m’n
hoofd is het al zover af als het
kan, maar in werkelijkheid zal het
wel heel wat minder gauw gaan,
als het wel ooit afkomt.’ 20 mei 1944

3. mooie zinnenboek: stuk tekst uit  'An Ideal Husband' van Oscar Wilde.

4. korte verhaaltjes:  De Wijze Kabouter 18 april 1944


Extra informatie docent:
Anne schrijft tijdens de onderduik meer dan de meeste mensen weten:
1. Korte verhaaltjes. Anne schrijft 34 korte verhaaltjes. Over haar schooltijd, over gebeurtenissen in het Achterhuis en zelf verzonnen sprookjes.

2. Het Mooie-zinnenboek. Dit waren niet haar eigen teksten, maar zinnen en passages die zij overschrijft uit boeken die zij in de schuilplaats leest. Haar vader brengt haar op het idee om dat te doen.
Cady’s Leven. Dat is de titel van Annes poging om een roman te schrijven. Na een paar hoofdstukken houdt zij er mee op.

3. Het Achterhuis. Dat is de titel die Anne in haar hoofd heeft voor een boek over haar tijd in het Achterhuis. Als basis gebruik zij de teksten van haar dagboek. Van sommige dagboekbrieven bestaan dus twee versies: Annes originele dagboekbrief en haar herschreven versie.

Heb jij ook een plek waar jij
je gedachtes bijhoudt?
PAGINA 6-7
Nee
Ja, in een dagboek
Ja, in een schrift
Ja, op mijn mobiel
Ja, in video's en/of foto's
Ja, anders namelijk...

Slide 14 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

PAGINA 8-9
Verzet
Collaborateurs
Omstanders
Nederlanders die ervoor kiezen om samen te werken met de nazi’s.
Mensen die ervoor kiezen om andere mensen te helpen.
Een groep mensen die toekijken.
🤝
👀
Niet iedereen gedroeg zich hetzelfde tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland; mensen hadden verschillende rollen.

Beantwoord op de volgende slide hoe dit verdeeld was
in Nederland.

Slide 15 - Tekstslide

Instructies:

Leerlingen leren hier meer over de verschillende rollen die mensen tijdens de oorlog hadden. Het was echter vaak niet zwart-wit, men kon in elke situatie weer een andere keus maken. Zo kon het zijn dat een politieman meehielp met het oppakken van Joden tijdens een razzia, maar wel zijn Joodse buren liet ontsnappen. Is deze politieman dan collaborateur of verzetsheld?

Hoeveel procent van de bevolking werkte 
samen met de nazi’s (collaborateurs)?
PAGINA 8-9
0100

Slide 16 - Poll

Deze slide heeft geen instructies


Hoeveel procent van de bevolking
hielp anderen (verzet)?
PAGINA 8-9
0100

Slide 17 - Poll

Deze slide heeft geen instructies


Hoeveel procent van de bevolking 
deed geen van beiden (omstanders)?
PAGINA 8-9
0100

Slide 18 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

PAGINA 8-9
Het antwoord is....

5% verzet,
5% collaborateurs 90% omstanders.
     5%
🤝 5%
👀 90%

Slide 19 - Tekstslide

Extra informatie:
In Nederland heerste een tijd lang het beeld dat er ontzettend veel Nederlanders in het verzet zaten. Echter is bekend dat het grootste gedeelte van de bevolking gewoon zo goed en kwaad als het ging door ging met het eigen leven en dus als omstander kan worden benoemd. 
Klik hiernaast om de video te starten. 

Beantwoord na het kijken deze vraag op de volgende slide: Vind jij het ook een plicht om mensen in nood te helpen?
PAGINA 8-9

Slide 20 - Tekstslide

Extra informatie:
Miep Gies, een van de helpers van de acht onderduikers uit het Achterhuis, legt uit waarom zij besloot hen te helpen. 

Ben jij het eens met Miep dat we 
mensen in nood moeten te helpen?
PAGINA 8-9
ja
nee

Slide 21 - Poll

Instructies:

Hier kun je de les trekken naar mensen in nood vandaag de dag. Wie heeft er hulp nodig? Wat zouden de leerlingen zelf kunnen doen om iemand te helpen?
PAGINA 10-11
Dit zijn Joop Levi en zijn beste vriend Joop.

Lees het artikel in de krant van Joop Levi.
Beantwoord daarna drie quizvragen over zijn leven.
Zijn beste vriend 
Joop 

Slide 22 - Tekstslide

Instructies:
Leerlingen lezen eerst het artikel in de krant op pagina 10-11.

Joop Levi, een overlevende van de Jodenvervolging staat hier samen met zijn beste vriend Joop Becking op de foto. Zij waren op deze foto ongeveer drie jaar oud.

Waar zat Joop ondergedoken?
“Een held is iemand die zijn leven waagt,
terwijl hij er niets voor vraagt”.
A
Bij een boer in Lintelo
B
Bij een joods gezin
C
Bij een familie in een getto in Amsterdam
D
Bij een familie in Zwolle

Slide 23 - Quizvraag

Extra informatie:

Joop zat met zijn familie ondergedoken bij de boer Arend Jan Ebbers en zijn vrouw Harmina Johanna Ebbers-Veldhuis. In 2008 zijn zij postuum onderscheiden met een Yad Vashem oorkonde en Medaile. Daarnaast zijn zij bijschreven in de eremuur als 'Rechtvaardigen onder de Volkeren'.

Vanaf welke leeftijd moest je
verplicht een Jodenster dragen?
A
4 jaar
B
6 jaar
C
8 jaar
D
10 jaar

Slide 24 - Quizvraag

Extra informatie:

Vanaf 3 mei 1942 was het verplicht voor Joden vanaf 6 jaar om een Jodenster te dragen. Een van de vele anti-Joodse maatregelen die werden ingevoerd door de Nazi's tijdens de Tweede Wereldoorlog. 
Bespreek hier met de leerlingen welke maatregelen nog meer een invloed hadden op het dagelijks leven.

Wie heeft het vliegtuigje voor Joop gemaakt?
A
De boer waar ze ondergedoken zaten.
B
Duitse soldaten die boven hun hoofd sliepen in het hooi lieten deze achter.
C
Hendrik en Jan, twee jongemannen die ondergedoken zaten omdat zij niet in Nazi-Duitsland wilde werken.
D
Een Russische piloot die ondergedoken zat.

Slide 25 - Quizvraag

Extra informatie:

Drie neven van Joop zaten samen met een Russische piloot ondergedoken in Lichtenvoorde. Via iemand van het verzet wisten zij het vliegtuigje bij Joop te krijgen voor zijn 8ste verjaardag. Het is nu te vinden in het Nationaal Onderduikmuseum te Aalten.
Woordweb

Vul in aan welke woorden jij denkt bij het woord vriendschap.
PAGINA 12-16
vriendschap

Slide 26 - Woordweb

Instructies:

Dit is ter opwarming voor de leerlingen om een gesprek aan te gaan over vriendschap.
vraag 1
“Zeker weten. Maar als je kijkt naar het woord ‘beste vriend’ dan kan er natuurlijk maar één de beste zijn, anders is er eentje je allerbeste en de ander je allerallerbeste. Maar geen vriendschap is hetzelfde en vriendschappen ontwikkelen zich ook steeds. Je kunt daarom ook meerdere goede vrienden hebben."
vraag 4
Ja, dat is heel belangrijk. Onderzoek dat voor jezelf. Ben jij er bijvoorbeeld voor je vrienden als zij je nodig hebben? Wat kun jij doen en verbeteren aan je vriendschappen? Dat heb je namelijk deels zelf in de hand. Vriendschap is ook iets wat je kunt leren en je kunt oefenen om een goede vriend of vriendin te zijn voor iemand.
vraag 3
 “Ja, ze zeggen heel veel over jou. Misschien kijk je zelf ook weleens naar de vrienden van iemand? Als je bijvoorbeeld verliefd bent op iemand bent, dan ben je waarschijnlijk best nieuwsgierig naar die vrienden.” 
vraag 2
“Er is wel een verschil tussen verliefdheid en vriendschap. In de liefde maak je vaak afspraken die je bij vriendschappen niet maakt. Zoals dat je alleen verkering hebt met één persoon tegelijk en je maakt het aan en uit. Dat is bij vriendschappen niet zo en vaak zijn er tussen vrienden veel minder verwachtingen.” 
Beantwoord nu zelf vragen over vriendschap.

Klik op de spinner. Er komen 8 vragen over vriendschap tevoorschijn. Bedenk bij vraag 1 t/m 4 eerst je eigen antwoord en bekijk vervolgens het antwoord van Stine.
PAGINA 14-15
Antwoorden van Stine

Slide 27 - Tekstslide

Instructies:

Leerlingen beantwoorden zelf de acht vragen over vriendschap. Bij vragen 1 t/m 4 zijn er antwoorden van Stine Jensen toegevoegd in de hotspots ter uitleg.

'Het is altijd beter iets te proberen dan helemaal niets te doen. Probeer je niets dan gaat het zeker fout.’ 
Leg uit waarom je het wel of niet eens bent met deze stelling.
PAGINA 12-16

Slide 28 - Open vraag

Instructies:

Leerlingen mogen hier nadenken en discussiëren over de stelling. Er is hier geen goed of fout antwoord, het is vooral belangrijk dat leerlingen naar elkaar luisteren en hun antwoord weten te beargumenteren.
Wat ga je onthouden na het lezen van de Anne Frank Krant?

Wat vond je bijzonder of interessant?

Vul je antwoorden in op de volgende pagina. 

Slide 29 - Tekstslide

Instructies:

Er staan hier twee vragen: Wat de leerlingen gaan onthouden en wat zij interessant vonden. Leerlingen kiezen automatisch de vraag die zij zelf willen beantwoorden. Een van de twee beantwoorden is hier dus prima.

Slide 30 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies