Deze les is een vervolg op de Fair Play workshop van de Anne Frank Stichting. Deze les kun je zelfstandig geven in de klas en gaat in op het thema omgaan met conflicten, aan de hand van het Thomas-Kilmann model.
Instructies
PO kerndoelen: 19A, 20B, 25A, 28D
Leerdoelen:
Leerlingen kunnen uitleggen wat een conflict is en kunnen hierbij één of meerdere voorbeelden uit de eigen leefwereld benoemen.
Leerlingen kunnen conflicten categoriseren naar niveau: van mondiaal tot individueel.
Leerlingen kunnen vier van de vijf conflicthanteringsstijlen (vermijden, toegeven, doordrukken en samenwerken) uit het Thomas-Kilmann model herkennen.
Leerlingen leren dat iedereen anders kan en mag reageren op een conflict. Zij ontdekken dat er alternatieven zijn in hoe je kunt reageren op conflict.
Leerlingen krijgen inzicht in de conflicthanteringsstijlen die zij gebruiken in hun dagelijks leven en leren welk effect hun stijl heeft op zichzelf en op de ander.
Benodigdheden:
Fair Play Kaarten-set. Je kunt de set in de bijlage downloaden en printen.
De opdrachtkaarten voor de groepsopdracht (zie bijlage) + drie enveloppen om de opdrachten in te stoppen.
Één (memo)blaadje per leerling
Stiften in vier verschillende kleuren. Het liefst aansluitend op de kleuren die gebruikt zijn in de les: geel, groen, roze en zwart.
Conflicthanteringsstijlen uitgeprint om op te hangen in hoeken van de klas voor opdracht: 'Kies je conflictstijl'.
In de bijlagen vind je:
Docentenhandleiding
Printdocument: Werkblad Conflicten om je heen
Printdocument: Fair Play kaarten-set voor de groepsopdracht
Printdocument: Opdrachtenkaarten voor de groepsopdracht
Printdocument: Conflicthanteringsstijlen voor opdracht: 'Kies je conflictstijl'.
Werkbladen
Onderdelen in deze les
Conflicten
Omgaan met
Fair Play
Slide 1 - Tekstslide
Introductieslide
Introduceer de les en het thema van vandaag: omgaan met conflicten. Klik op het vraagteken als jij denkt dat het nodig is om eerst met de klas stil te staan bij wat een conflict is.
Welk conflict herinner je uit de workshop?
Slide 2 - Tekstslide
Terugblik Fair Play workshop
Blik terug op de Fair Play workshop. Waar ging deze workshop over en welke conflicten herinneren leerlingen zich nog? Welke scenario’s uit de game hebben jullie bekeken, waarom was dat een voorbeeld van een conflict?
Tip: Je kunt de tekeningen van de scenario's aanklikken om ze groter te bekijken. Klik op 'i' om terug te lezen waar de conflicten over gaan.
Groepsopdracht
Let op:Voer de opdracht uit zonder met elkaar te praten.
stopwatch
00:00
Slide 3 - Tekstslide
Groepsopdracht ronde 1
Met deze opdracht creëer je op een veilige manier een (kleine) conflictsituatie in de klas. Leerlingen zullen ervaren dat je verschillend op een conflict kunt reageren. Zie de docentenhandleiding voor een uitgebreidere toelichting van deze opdracht.
Benodigdheden:
De Fair Play kaarten-set
De drie verschillende opdrachtkaarten in drie aparte enveloppen
Instructie:
Verdeel je klas in drie groepen.
Deel de enveloppen met opdrachten uit. Elke groep krijgt een opdracht die zo snel mogelijk en in stilte uitgevoerd moet worden. Elke leerlingen krijgt een kaartje met de juiste groepskleur. Je kunt met de timer de tijd bijhouden. Geef maximaal 5 min.
Observeer wat er gebeurt, welke conflicthanteringsstijlen zie jij terugkomen bij jouw leerlingen?
Zie de volgende slide voor het vervolg van de opdracht.
Groepsopdracht
Let op: Er is een manier om de opdracht zonder conflictuit te voeren! Probeer het opnieuw. Nu mag je wel met elkaar praten.
Ronde 2
stopwatch
00:00
Slide 4 - Tekstslide
Groepsopdracht ronde 2
Er is een manier om de opdrachten zonder conflict uit te voeren. In de tweede ronde mogen de leerlingen wel met elkaar praten. Geef weer maximaal 5 minuten de tijd.
Tip: Help de leerlingen waar nodig als het hen niet lukt om de opdrachten op te lossen. Je kunt eerst een hint geven om met elkaar te communiceren waardoor ze achter elkaars opdrachten kunnen komen.
Oplossing:Door alle Fair Play-kaartjes bij het raam, op de grond, in een kring, met het logo omlaag te leggen voltooit iedere groep zijn eigen opdracht.
Nabespreken
Wat zag je gebeuren in de klas?
Was de manier waarop jullie reageerdenhetzelfde of verschillend?
Slide 5 - Tekstslide
Nabespreken opdracht
Sta met de leerlingen stil bij wat er zojuist is gebeurd. Vraag een paar leerlingen hoe zij de opdracht hebben ervaren. Op welke manier zijn de leerlingen met de situatie omgegaan en wat zagen ze gebeuren in de klas?
Tip: Benoem ook je eigen observaties. Doe dit neutraal, zonder iemand persoonlijk te benoemen. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: ik zag sommigen naar anderen toe stappen om samen te werken. Anderen keken vanaf een afstandje toe
Eens of oneens?
Van een conflict kun je iets leren.
Slide 6 - Tekstslide
Stelling: Van een conflict kun je iets leren
Bespreek kort de stelling. Haal wat antwoorden op bij de leerlingen.
Je kunt alvast een bruggetje maken naar de volgende slide. Zojuist hebben leerlingen een conflict in de klas ervaren, hierna gaan jullie het hebben over allerlei conflicten om je heen, op verschillende niveaus/lagen.
Schrijf op je werkblad per laag één of meerdere voorbeelden van een conflict op.
Slide 7 - Tekstslide
Conflicten om je heen
Leg uit dat conflicten er zijn op verschillende niveaus en er altijd zijn geweest en zullen blijven. Het is daarom belangrijk om te leren op welke manieren je om kunt gaan met een conflict en dat ieder conflict weer anders is.
Benodigdheden:
Het werkblad 'Conflicten om je heen'
Instructie:
Deel het werkblad uit. Bespreek met je klas op welke niveaus/lagen er conflicten voorkomen.
Laat leerlingen individueel of in tweetallen het werkblad invullen en per laag één of meerdere voorbeelden van een conflict opschrijven.
Bespreek de voorbeelden na en benoem in welke lagen je voornamelijk invloed hebt (thuis, school, buurt, vrije tijd).
Tip: Als voor leerlingen het begrip conflict nog onduidelijk is, kun je op het vraagteken klikken om te zien wanneer een conflict kan ontstaan.
Op welke manieren kun je reageren op een conflict?
Slide 8 - Tekstslide
Manieren van omgaan met conflict
Instructie:
Laat de leerlingen eerst in hun eigen woorden benoemen welke manieren van omgaan met een conflict zij kennen. Je kunt hen op weg helpen door te vragen naar wa zij tijdens de groepsopdracht hebben gezien. Volgens het Kilmann-model zijn dat: vermijden, toegeven, doordrukken en samenwerken. Bij de vijfde: het sluiten van een compromis wordt in deze les niet specifiek stilgestaan om de les niet te ingewikkeld te maken.
Tip: klik op de pijlen om deze vier manieren zichtbaar te maken. Je kunt de manieren in de taal van de groep of met behulp van een voorbeeld verduidelijken, als dat nodig is.
Tip 2: Als je compromis wél nog wilt bespreken, kun je dit aan het einde van de les kort uitleggen door met leerlingen een compromis te sluiten over het vervolg van hun lesdag. Bijv. jij wilt nog een rekenles geven, wat willen je leerlingen? Misschien knutselen of buiten spelen. Dan kun je daarover een compromis sluiten. Bijv. eerst een half uur rekenen, daarna 15 minuten buiten spelen.
Herken je de verschillende manieren?
Slide 9 - Tekstslide
Video
Bekijk de video en geef de leerlingen de volgende kijkopdracht mee: 'Herken jij de vier verschillende manieren?' (vermijden, toegeven, doordrukken en samenwerken).
Let op: Zet het geluid aan!
Nabespreken
Slide 10 - Tekstslide
Nabespreken Bespreek de video kort na en bekijk waar nodig de gifjes opnieuw. Tip: klik op het driehoekje om het fragment aan te zetten (er zit geen geluid bij!). Klik op het vraagteken om te zien om welke manier van omgaan met een conflict het gaat.
Luisternaar het voorgelezen conflict.
Bespreekkort je keuze met elkaar.
Kies je conflictstijl!
Hoe zou jij reageren? Loopnaar een hoek in de klas en zet een streepje.
Slide 11 - Tekstslide
Kies je conflictstijl! Leerlingen ontdekken in deze opdracht op welke manier(en) zij het liefst reageren op conflicten.
Benodigdheden:
Eén wit memoblaadje per leerling
Stiften in vier verschillende kleuren, (het liefste geel, groen, roze en zwart).
Het geprinte document 'Conflicthanteringsstijlen'. Hang in iedere hoek van de klas een conflicthanteringsstijl op.
Bijlage 2 uit de handleiding met de vijf uitgewerkte conflictvoorbeelden.
Instructie
Geef elke leerling een memoblaadje.
Lees vijf conflictvoorbeelden voor. De leerlingen maken een keuze, lopen naar een hoek in het klaslokaal en zetten één streepje in de kleur van hun gekozen conflicthanteringsstijl.
Benadruk dat er geen goed of fout antwoord is, het gaat erom dat leerlingen inzicht krijgen in hoe zij (het liefst) reageren op conflicten en wat dat betekent voor henzelf en voor de ander.
Leerlingen bespreken in hun eigen hoek kort met elkaar waarom ze voor deze manier hebben gekozen Vraag per hoek één leerling om de keuze toe te lichten. Als je de vijf conflictvoorbeelden hebt voorgelezen, ga je door naar de volgende slide.
Tel je streepjes. Welke manier
heb jij het meest gekozen?
Loop naar die hoek van de klas.
Kies je conflictstijl!
Slide 12 - Tekstslide
Nabespreken
Laat leerlingen naar de hoek/manier van omgaan met conflict lopen waarvan ze de meeste streepjes hebben gezet.
Analyseer samen met de klas welke manieren van omgaan met conflicten het meest zijn gekozen. Wat betekent dit voor de klas?
Bespreek per manier wie er wint en verliest. Zie bijlage in docentenhandleiding voor achtergrondinformatie over het Kilmann-model. Leg uit dat winnen soms helemaal niet goed kan voelen en verliezen er juist voor kan zorgen dat een relatie tussen jou en de ander kan verbeteren. Bespreek daarom met je leerlingen in welke situaties vermijden, toegeven, doordrukken of samenwerken juist prettig of helpend kan zijn.
Tip: Maak hierin vooral duidelijk dat het belangrijk is niet direct te oordelen over hoe jij of iemand anders met een conflict omgaat.
Welk conflict heb jij meegemaakt?
Slide 13 - Tekstslide
Ervaringen uitwisselen
Als laatste opdracht denken leerlingen na over een conflictsituatie die zij zelf hebben meegemaakt.
Benodigdheden:
De achterkant van het werkblad 'Conflicten om je heen'
Instructie:
Maak tweetallen en laat de leerlingen eerst zelfstandig de vragen op het werkblad invullen. Ze denken na over een conflict dat ze zelf hebben meegemaakt.
Daarna bespreken ze de vragen en antwoorden in tweetallen.
Bespreek klassikaal na. Hoe hebben de leerlingen de les ervaren? Wat hebben zij geleerd?
Wil je meer leren over de eerste indruk en vooroordelen?
Nog meer leren? Een mogelijk vervolg op deze les is het voorleesverhaal met werkvormen Waar is Zonnie?
'Waar is Zonnie?' van kinderboekenauteur Mireille Geus laat leerlingen indirect kennismaken met mensen met verschillende achtergronden. Door middel van de vragen en opdrachten op de werkbladen denken en praten leerlingen na over hoe we beter kunnen samenleven.