Unplugged Programmeren

Unplugged Programmeren
Naam school
Datum
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
ProgrammerenBasisschoolGroep 8

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Unplugged Programmeren
Naam school
Datum

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

- Warming up
- Wat is programmeren?
- Wat is computational thinking?
- De 4 pilaren van computational thinking
- Waarom unplugged?
- Voorbeelden (per pilaar): aan de slag!
- Cooling Down

Inhoud van de workshop

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Warming up: De Menselijke Sorteermachine

Slide 3 - Tekstslide

IJSBREKER:

Laat de deelnemers in een rij staan.
Laat ze nu sorteren op lengte. 
Vraag achteraf: "Hoe hebben jullie dit opgelost? Welke stappen (algoritme) gebruikten jullie?"

Wat we zojuist gedaan hebben is een voorbeeld van unplugged programmeren. Later komen we hier nog op terug, en zien we met een andere unplugged activiteit hoe computers dit zouden hebben aangepakt. Want dat is wat we met unplugged programmeren willen bereiken: leren denken als een computer.

Wat is programmeren eigenlijk?
Programmeren is het geven van opdrachten aan een computer, in een taal die de computer begrijpt.
    

Slide 4 - Tekstslide

Programmeren begint met een vraagstuk dat je als programmeur gaat oplossen. Deze oplossing schrijf je in een programmeertaal, zodat de computer het ook begrijpt.

Licht het voorbeeld toe.

Ander voorbeeld:
Ik heb een lijst met cijfers. Ik wil dat het programma met de namen van alle leerlingen met een cijfer dan een 8 teruggeeft.

Ik heb een lijst met leerlingen. Ik wil alle leerlingen die in het afgelopen schooljaar vaker dan vijf keer zijn ziekgemeld.
Waarom willen we leerlingen
leren programmeren?

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom programmeren?
Het stimuleert creatief en probleemoplossend denken  

Slide 6 - Tekstslide

We willen leerlingen leren programmeren, niet omdat we willen dat elke leerling programmeur wordt, maar omdat je door te programmeren leert om creatief en probleemoplossend leert denken.

Programmeren is een middel geen doel op zich!

Die manier van nadenken, noem je computational thinking.
Wat is computational thinking?
Denken zodat je een computer goed
aan kan sturen.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is computational thinking?
Maar ook..
de houding en vaardigheden die iemand nodig heeft om met vertrouwen problemen te kunnen herkennen, verwoorden en oplossen.
Denken zodat je een computer goed
aan kan sturen.

Slide 8 - Tekstslide

Deze houding helpt leerlingen ook op andere gebieden op school.
Unplugged programmeren
Met unplugged activiteiten oefenen leerlingen spelenderwijs met computational thinking. Zonder scherm.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom unplugged?
Geen schermtijd
Teamwork
🛠️
Ondersteunt executieve functies
👩🏻‍🤝‍👨🏾
🧠
💻
Constructioneel
leren
😠
Frustratietolerantie

Slide 10 - Tekstslide

Bij Digitale Geletterdheid denken we al snel aan laptops of tablets, maar je kan computational thinking ook leren zonder scherm.

- Er wordt vaak samengewerkt.

- Instructioneel vs. constructioneel leren:
Instructioneel leren: kennisoverdracht van docent naar leerling, volgen van stappen.
Constructioneel leren: leerlingen ontdekken en creëren zelf, experimenteren, leren van fouten en verbeteren oplossingen.

Het is een onderwijsvorm waarbij fysieke activiteit en praktijkervaring centraal staan in het leerproces. Het is ideaal voor leerlingen die "doeners" zijn, die informatie het beste verwerken door te bewegen, voelen en ervaren, in plaats van stil te zitten en te luisteren.

Het ondersteunt executieve functies, zoals plannen.

Het is ook nog een geen schermtijd. Het is goedkoop.

Frustratietolerantie: fouten maken hoort bij programmeren. 


4 pilaren van computational thinking
Decompositie             Patroonherkenning             Abstractie             Algoritmes


Slide 11 - Tekstslide

Er zijn vier pilaren van computational thining. De voorbeelden van unplugged activiteiten zijn adhv deze vier pilaren.

Uitleg adhv een pizza

DECOMPOSITIE:

Wat zit er in een pizza?
→ Verdeel de pizza in onderdelen:
Deeg (bodem)
Sauce
Kaas
Toppings (bijv. salami, champignons)

PATROONHERKENNING:

We kunnen de toppings van de pizza sorteren, alle salami, champignons en olijven bij elkaar.

ABSTRACTIE:

De toppings kunnen altijd verschillend zijn, maar een pizza is in de basis deeg met toppings. 

ALGORITMISCH DENKEN:
Hoe maak ik een pizza?


Decompositie
Een probleem opdelen in kleinere, beter behapbare onderdelen

Slide 12 - Tekstslide

Wat zit er in een pizza?

→ Verdeel de pizza in onderdelen:

Deeg (bodem)
Sauce
Kaas
Toppings (bijv. salami, champignons)

Wat doen we al?

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Bovenbouw: Secret Handshake

Slide 14 - Tekstslide

Leerlingen weten wat decompositie is, en dat het handig is om een ingewikkeld probleem op te delen in kleinere stukjes om het zo op te lossen, dan om het in z'n geheel te houden.

De leerlingen kijken naar het filmpje een secret handshake. Samen met hun schoudermaatje oefenen ze samen een secret handshake. 
De leerlingen die het willen kunnen hem voor de klas laten zien als daar tijd voor is.
Bespreek na: werkte het om het probleem in stukjes te hakken?
Bovenbouw: Groep 8 gaat op kamp

Slide 15 - Tekstslide

Deze opdracht kan je, rondom het thema 'Op kamp' ook goed koppelen aan andere digitale vaardigheden, zoals het maken van een uitnodiging voor de Bonte Avond van het kamp in Canva.
Patroonherkenning
Het opsporen van patronen
of herhaling in gegevens

Slide 16 - Tekstslide

We kunnen de toppings van de pizza sorteren, alle salami, champignons en olijven bij elkaar.
Wat doen we al?

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Onderbouw

Slide 18 - Tekstslide

Vooral in de onderbouw wordt er vaak gewerkt aan patroonherkenning.
Middenbouw
Opdracht: Kan jij zien wat er gebeurt in dit patroon?

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Abstractie            
Onbelangrijke details weg-
laten en je concentreren op
wat echt telt

Slide 20 - Tekstslide

De toppings kunnen altijd verschillend zijn, maar een pizza is in de basis deeg met toppings. 

Wat doen we al?

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Op de dierenboerderij

Slide 22 - Tekstslide

1. Luisteren en Analyseren (3 minuten)

Speel een korte versie van "Op de dierenboerderij"
Vraag de leerlingen:

"Wat hoor je steeds terugkomen in dit liedje?" (Antwoord: de openingszin en de structuur.)
"Wat verandert er elke keer?" (Antwoord: het dier en het geluid.)


2. Patroon Herkennen (5 minuten)

Schrijf de structuur van het lied op het whiteboard:
text
Copy

[Openingszin]
[Dier]
[Geluid van het dier] hier en [Geluid] daar
Hier een [Geluid], daar een [Geluid], overal een [Geluid]-[Geluid]
[Openingszin]

Zijn er nog andere liedjes die op deze manier in elkaar zitten?

Deze les kan mooi gekoppeld worden aan een muziekles.
Algoritmisch denken
Het bedenken van een stap-voor-stap oplossing

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat doen we al?

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Onderbouw: Ik sta op

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderbouw: CodeKoraal

Slide 26 - Tekstslide

1. Sorting network. Leert kinderen een belangrijk principe van een sorteer algoritme, veel gebruikt in het programmeren van applicaties. Leerlingen oefenen het idee van een herhaalbare procedure: “volg deze stappen om altijd hetzelfde resultaat te krijgen.”
Ze leren problemen opdelen in kleinere stukken, een basisvaardigheid voor programmeren
Midden- of bovenbouw: De Bekerrobot

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Midden- of bovenbouw: De Hagelslagrobot

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Belangrijke concepten  

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderbouw: data

Slide 30 - Tekstslide

Laat de leerlingen op welke manier ze naar school komen.
Middenbouw: Variabelen

Slide 31 - Tekstslide

Laat leerlingen eerst dingen aan zichzelf opnoemen die variabel zijn (leeftijd, lengte etc.)

Laat ze ook dingen opnoemen aan zichzelf die constant zijn.

Variabelen gebruik je veel tijdens het programmeren. In Scratch vooral voor score, maar ook voor bijvoorbeeld tijd en level.
Bovenbouw: Binair tellen

Slide 32 - Tekstslide

Binair tellen leert kinderen hoe computers werken (alles draait op 0 en 1).
Als .. dan - beslisboom

Slide 33 - Tekstslide

Een beslisboom helpt omdat het visueel maakt hoe conditionals werken:

Je ziet direct alle mogelijke paden (bv. ja/nee/anders).
Je leert stap voor stap nadenken over voorwaarden en acties.
Het maakt complexe logica (bv. and, or) inzichtelijk

Slide 34 - Link

De beslisboom is heel makkelijk om te zetten naar een Scratch-project. Hiermee kan je dus erg makkelijk de link leggen tussen het unplugged en het 'plugged' gedeelte.

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Foutherkenning

Slide 36 - Tekstslide

Het internet

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cryptografie

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cooling Down: Sorteren als een computer

Slide 39 - Tekstslide

1. Sorting network. Leert kinderen een belangrijk principe van een sorteer algoritme, veel gebruikt in het programmeren van applicaties. Leerlingen oefenen het idee van een herhaalbare procedure: “volg deze stappen om altijd hetzelfde resultaat te krijgen.”
Ze leren problemen opdelen in kleinere stukken, een basisvaardigheid voor programmeren

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide gebruikt het verkeerde logo. Bij voorkeur andere eindslide gebruiken.