Examenstof
De examenstof in drie lessen: uitleg, training en quiz

Weer en klimaat in de VS (Aardrijkskunde vmbo), les 2: Examentraining

WEER EN KLIMAAT · DE VS

Examentraining

Weer en klimaat in de VS: zo pak je examenvragen aan

Weerkaart van de Verenigde Staten, 30 april 2018, 7 uur 's ochtends (tijd oostkust)

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorAardrijkskundeMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining weer en klimaat VS voor het vmbo: weerkaart lezen, klimaatkaart analyseren, dwarsdoorsnede loef- en lijzijde en klimaat koppelen aan bodemgebruik.

Onderdelen in deze les

WEER EN KLIMAAT · DE VS

Examentraining

Weer en klimaat in de VS: zo pak je examenvragen aan

Weerkaart van de Verenigde Staten, 30 april 2018, 7 uur 's ochtends (tijd oostkust)

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Weather Prediction Center, NOAA / Wikimedia Commons, publiek domein

WEER EN KLIMAAT · DE VS

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over weer en klimaat in de VS beantwoorden met een weerkaart, een klimaatkaart en een dwarsdoorsnede.

Deze slide heeft geen instructies

WEER EN KLIMAAT · DE VS

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat vraagt de vraag? Beschrijven (wat is er, waar) of verklaren (waarom)?

  • 2. Kijk: zoek in de kaart, doorsnede of tabel het gebied en de gegevens die erbij horen.

  • 3. Koppel: verklaar met een klimaatfactor: breedte, zee, hoogte, gebergte of wind.

  • 4. Schrijf: noem het gebied en maak de zin af met omdat of daardoor.

Deze slide heeft geen instructies

WEER EN KLIMAAT · DE VS

Vraagtype 1: weerkaart van de VS

  • Je krijgt een weerkaart en zegt welk weer er in een gebied is, of je verklaart het.

  • Zoek de H, de L en de fronten. Kijk welke lucht aankomt: koud uit Canada of warm uit de Golf van Mexico.

  • Temperaturen staan in °F. Reken om: (°F min 32) gedeeld door 1,8 is °C.

Weerkaart van de Verenigde Staten, 30 april 2018, 7 uur 's ochtends (tijd oostkust)

Voor BB, KB en GL/TL. Het examen geeft vaak een weerkaart met een korte tekst. Oefen het omrekenen: 50 °F is 10 °C, 86 °F is 30 °C. Image credit: Weather Prediction Center, NOAA / Wikimedia Commons, publiek domein

Een koudefront trekt over Kansas. Wat merk je daar na het front?

A

Het wordt warmer en vochtiger

B

Er valt dagenlang motregen

C

Het blijft windstil en mistig

D

Het wordt kouder en de wind draait

Goed: achter een koudefront komt koudere lucht, vaak na een felle bui, en de wind draait. Verwachte fout: warmtefront en koudefront verwisselen, dan kies je langdurige regen of warmer weer.

Een weerkaart meldt 14 °F in Chicago. Is het daar warm of koud? Leg uit.

Goed antwoord: koud. (14 min 32) gedeeld door 1,8 is -10 °C. Het vriest dus flink, bijvoorbeeld door koude poollucht uit Canada. Verwachte fout: 14 lezen als 14 °C.

WEER EN KLIMAAT · DE VS

Vraagtype 2: klimaatkaart analyseren

  • Je krijgt een klimaatkaart en zegt welk klimaat ergens voorkomt en waarom.

  • Beschrijven: noem het klimaat en de plek. Verklaren: noem een klimaatfactor.

  • Vergelijk je twee plaatsen? Noem dan altijd allebei.

Klimaten van de Verenigde Staten (zonder Alaska en Hawaii), gemiddelden 1991-2020

BB werkt met hoofdgroepen (zeeklimaten, droge klimaten, landklimaat, koud en tropisch). KB en GL/TL moeten de losse klimaten kunnen noemen. Image credit: Icy98 / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Een plaats heeft hete, droge zomers en zachte, natte winters. Waar ligt die?

A

Op de Great Plains in Kansas

B

Aan de kust van Californië

C

In het noordoosten bij de Grote Meren

D

In het zuiden van Florida

Goed: dit is het Middellandse Zeeklimaat, dat vind je in Californië. Florida is juist nat in de zomer. Verwachte fout: Florida kiezen omdat het daar ook warm is.

Januari: Miami 20 °C, Minneapolis -9 °C. Verklaar het verschil.

Goed antwoord: Miami ligt veel zuidelijker (breedteligging), dichter bij de tropen, en aan zee. Minneapolis ligt noordelijk en ver van zee in het binnenland, met een landklimaat en koude lucht uit Canada. Eén klimaatfactor goed uitgelegd is genoeg. Verwachte fout: alleen zeggen dat Miami in het zuiden ligt, zonder uit te leggen waarom het daardoor warmer is.

WEER EN KLIMAAT · DE VS

Vraagtype 3: dwarsdoorsnede loef en lij

  • Je krijgt een doorsnede van west naar oost, met gebergten, wind en neerslag.

  • Zoek eerst de windrichting. De kant waar de wind tegenaan waait, is de loefzijde.

  • Loef: lucht stijgt, veel neerslag. Lij: lucht daalt, regenschaduw.

Mount Cairns en Mount Craig in Rocky Mountain National Park, Colorado, juli 2017

Voor BB, KB en GL/TL (eindterm 6.3). In de VS komt de wind meestal uit het westen, dus de westkant van het Kustgebergte en de Rocky Mountains is de loefzijde. Image credit: WClarke / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Aan de oostkant van een gebergte valt 60 mm per jaar. Hoe heet dat gebied?

A

Regenschaduw aan de lijzijde

B

Regenschaduw aan de loefzijde

C

Stuwingsgebied aan de lijzijde

D

Stuwingsgebied aan de loefzijde

Goed: bij westenwind is de oostkant de lijzijde, en het droge gebied daar heet regenschaduw. Verwachte fout: regenschaduw aan de loefzijde zetten.

Westenwind: westhelling 1000 mm, Great Plains 400 mm. Verklaar dat.

Goed antwoord: aan de westkant (loefzijde) stijgt de lucht, koelt af en valt neerslag. Aan de oostkant (lijzijde) daalt de lucht en warmt op, de wolken lossen op: regenschaduw. De getallen zijn een voorbeeld van een examenbron. Verwachte fout: alleen zeggen dat het in de bergen meer regent, zonder opstijgen en afkoelen.

WEER EN KLIMAAT · DE VS

Vraagtype 4: klimaat en bodemgebruik

  • Je legt een verband tussen het klimaat en wat er groeit of wat boeren doen.

  • Denk aan neerslag en temperatuur: welk gewas of welk dier past daarbij?

  • Is het te droog? Dan kunnen boeren irrigeren, of ze kiezen veeteelt.

Tarweveld in Kansas, op de Great Plains

Voor BB, KB en GL/TL (eindterm 6.3). Het examen gebruikt vaak een kaart van het bodemgebruik naast een klimaatkaart of een neerslagkaart. Image credit: Carol M. Highsmith, Library of Congress / Wikimedia Commons, publiek domein

Een boer in het droge westen van de Great Plains. Wat past het best?

A

Rijstbouw op natte velden

B

Sinaasappels in grote boomgaarden

C

Veeteelt op grote graslanden

D

Maïs en soja zonder irrigatie

Goed: het westen van de Great Plains ligt in de regenschaduw en is te droog voor veel akkerbouw. Gras groeit wel, dus veeteelt. Verwachte fout: maïs kiezen, maar dat groeit in het vochtigere Midden-Westen.

Californië heeft droge zomers. Hoe telen boeren daar toch fruit?

Goed antwoord: met irrigatie. Ze gebruiken water uit rivieren en stuwmeren, dat vaak uit de bergen komt. Het zonnige, warme klimaat is goed voor fruit, zolang er water is. Verwachte fout: zeggen dat het in de zomer genoeg regent.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Weerkaart van de VS

2

Klimaatkaart analyseren

3

Dwarsdoorsnede loef en lij

4

Klimaat en bodemgebruik

Herhaal het vraagtype met de meeste stemmen aan het begin van les 3.

WEER EN KLIMAAT · DE VS

Tips voor op het examen

  • Temperaturen in de VS staan in °F: 32 °F is 0 °C, 68 °F is 20 °C.

  • De gebergten lopen van noord naar zuid: koude en warme lucht kunnen ver doorstromen.

  • In de VS komt de wind meestal uit het westen. De westkant van een gebergte is dan de loefzijde.

  • Beschrijven is het klimaat en de plek noemen. Verklaren is een klimaatfactor noemen met omdat.

  • Droog betekent tarwe of veeteelt, of irrigatie. Nat en warm betekent maïs, soja of fruit.

Deze slide heeft geen instructies