Introductie
Leerlingen ontdekken hoe een filmmaker een verhaal vertelt en vormgeeft. Een filmmaker zet allerlei middelen in om onze blik te sturen, ons een bepaald gevoel te geven. Wij zien, en voelen soms zelfs, wat de filmmaker wil dat wij zien en voelen. In hoeverre is de leerling zich hiervan bewust? Wat doen de filmbeelden met de leerling? Deze bewustwording wordt bereikt door onderzoekend leren.
In de film Vechtmeisje staan de thema’s scheiding, jezelf vinden, vriendschap, vooroordelen, woede en beheersing centraal. In deze les ontdekt de leerling welke effect filmische middelen (focus, slow motion en sounddesign) hebben op de vertelling.
Als haar ouders in een vechtscheiding belanden, verhuist de eigenzinnige en licht ontvlambare Bo (12) van een rijke wijk naar een op het eerste gezicht troosteloze buitenwijk met haar moeder en broer. Daar introduceert buurmeisje Joy haar bij de kickboksclub. Ze blijkt een natuurtalent te zijn en mag al snel meedoen aan de Nederlandse kampioenschappen, maar door de scheiding van haar ouders is Bo afgeleid en komt de wedstrijd steeds meer in gevaar. Bo moet leren zich te beheersen en accepteren dat ze niet alles onder controle heeft.
Instructies
Leerdoelen- De leerling leert de verhaalopbouw van de film benoemen.
- De leerling leert dat bewuste keuzes in cameravoering en in geluid invloed hebben op de manier waarop je het verhaal ervaart.
- De leerling kan benoemen welk effect focus (scherptediepte), slowmotion en sounddesign (geluid) hebben op de eigen beleving.
Optioneel (les twee)
- De leerling maakt zelf een filmpje waarin focus, slowmotion en/of sounddesign in voorkomen.
Benodigdheden
Voor het zelf maken van een film: smartphone
- Van de film Vechtmeisje (2018, 84 min., Johan Timmers) bekijk je met de klas een aantal fragmenten uit de eerste 14 minuten. Hierbij worden vragen gesteld over het narratief (op welke manier de inhoud verteld wordt), de filmische vormgeving en de context.
- De opdrachten zijn voor PO en VO hetzelfde. De opdrachten kenmerken zich door natuurlijke differentiatie. Dit houdt in dat leerlingen op eigen niveau (onderdelen van) het probleem kunnen oplossen. Bij overleg zal discussie vaak noodzakelijk zijn.
- Er zijn geen goed-fout opdrachten, wel kijkvragen, klassengesprekken en reflectievragen.
- Je kunt kiezen voor verschillende werkvormen: individueel, in groepjes of klassikaal.
- De les kan uitgebreid worden met een 'maak'les. Hier worden tips voor gegeven.
NB: Ons advies is om bij deze les niet te werken met 'devices in de klas'. Je kunt dit uitzetten door het vinkje onderin het scherm van de lespresentatie te deactiveren.