Filosofie - Wat is echt?
Filosofie lessen voor po en vo

Wat is echt? - basisles filosofie

Wat is echt?

Waarom eigenlijk?

een basisles filosofie

1 / 21
volgende
Slide 1: Slide
newEditorFilosofieTaal+7BasisschoolMiddelbare schoolSpeciaal OnderwijsISKvmbo, mavo, havo, vwoLeerroute VL

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Introductie

Deze les is bedoeld als introductie op het filosoferen: leerlingen maken kennis met wat een echte filosofische vraag is en hoe je daarover met elkaar kunt praten. Ze leren dat iedereen kan filosoferen en misschien komen ze tot de ontdekking dat ze het al doen!

Instructies

Probeer tijdens deze les je leerlingen op weg te helpen met sterke doorvragen.

1. Wat is een filosofische doorvraag
Het is een verdiepende vraag over wat de leerling net zei.
Het doel is niet: de leerling naar het “goede” antwoord leiden, maar om samen te onderzoeken wat de leerling bedoelt, waarom hij dat denkt en hoe hij dat kan onderbouwen. Oftewel:
- Denk niet: “Hoe krijg ik een beter antwoord?”
- Denk wel: “Hoe kan ik het kind helpen in zijn denkproces?"

2. De basis van een goede doorvraag
Goede doorvragen zijn:
  • Open (nodigen uit tot denken, geen ja/nee)
  • Nieuwsgierig (je wilt echt begrijpen wat het kind bedoelt)
  • Vertragend (je blijft even bij één gedachte, niet te snel naar de volgende)
  • Onderzoekend, niet beoordelend
3. Soorten doorvragen + voorbeeldzinnen
Hieronder vind je categorieën van doorvragen die goed werken bij kinderen (groep 6–8), met concrete voorbeelden die je direct kunt gebruiken in de klas.
  • Verhelderende doorvragen: Helpen om beter te begrijpen wat iemand bedoelt.
    “Wat bedoel je precies met …?”
    “Kun je dat uitleggen in andere woorden?”
    “Kun je een voorbeeld geven?”
    “Hoe weet je dat?”
    “Wat zou je bedoelen met ‘eerlijk’ (of ‘geluk’, ‘vrijheid’, …)?”
    Gebruik bij vage of grote woorden.
  • Onderzoekende doorvragen: Helpen om dieper te denken of een reden te vinden.
    “Waarom denk je dat?"
    "Wat maakt dat belangrijk voor jou?”
    “Zou iemand daar ook anders over kunnen denken?”
    “Wat zou er gebeuren als iedereen dat vond?”
    “Is dat altijd zo, of soms?”
    Gebruik bij overtuigingen of algemene uitspraken.
  • Doorvragen op tegenstellingen of uitzonderingen: Helpen om kritisch te denken en grenzen te verkennen.
    “Kan het ook anders zijn?”
    “Wat zou het tegenovergestelde zijn?”
    “Kun je een situatie bedenken waarin dat niet klopt?”
    “Wanneer zou het moeilijk zijn om dat te doen?”
    Gebruik als iemand iets heel stellig zegt.
  • Doorvragen op betekenis of waarde: Helpen om te onderzoeken waarom iets belangrijk is.
    “Waarom vind je dat belangrijk?”
    “Wat zegt dat over wat jij goed of slecht vindt?”
    “Is dat eerlijk voor iedereen, denk je?”
    “Wanneer is iets écht goed?”
    Gebruik bij morele of existentiële thema’s.
4. Praktische tips voor de docent
  • Luister traag – wacht 3 tellen voordat je reageert. Kinderen hebben tijd nodig om te denken.
  • Herhaal en spiegel – zeg bijvoorbeeld:
    “Dus jij zegt eigenlijk dat vrijheid betekent dat je zelf mag kiezen?”
    Dat laat zien dat je luistert en helpt anderen mee te denken.
  • Gebruik “waarom” spaarzaam: te vaak “waarom?” kan als ondervraging voelen. Wissel af met:
    “Hoe weet je dat?”, “Wat maakt dat zo?” of “Kun je dat uitleggen?”.
  • Blijf neutraal: reageer niet met “goed zo” of “dat klopt niet”, maar met:
    “Interessant dat je dat zegt, kun je dat toelichten?”
  • Laat leerlingen elkaar doorvragen: geef beurten en modelleer de houding.
    “Wie kan hierop doorvragen?”
Zo wordt het een écht filosofisch gesprek, geen Q&A met de docent.

5. Samenvattend ezelsbruggetje: “D-E-N-K”
Gebruik dit geheugensteuntje om tijdens een gesprek te onthouden hoe je doorvraagt:

D – Doorvragen: Blijf even bij één gedachte.
E – Exploreren: Onderzoek wat iemand bedoelt.
N – Nieuwsgierig: Stel vragen zonder oordeel.
K – Koppelen: Verbind ideeën van leerlingen met elkaar.

Onderdelen in deze les

Wat is echt?

Waarom eigenlijk?

een basisles filosofie

Deze slide heeft geen instructies

Woorden die bij me opkomen

als ik denk aan...

Filosofie

Deze slide heeft geen instructies

Na deze les ...

  • kan je uitleggen wat filosofie is

  • kan je benoemen waarom mensen filosoferen

  • kan je zelf filosoferen

  • vraag je je af ...

Deze slide heeft geen instructies

Wat is iets waar jij over nadenkt, maar geen antwoord op weet?

Deze slide heeft geen instructies

Filosoferen, wat is dat?

Filosoferen is nadenken over vragen waar niet één goed antwoord op is.

Denk aan vragen als:

  • Wat denkt mijn spiegelbeeld?

  • Wat is eerlijk?

  • Waarom is niet iedereen hetzelfde?

Over deze vragen kan je lang nadenken en iedereen heeft daar een mening over. Maar het goede antwoord... dat weet niemand.

Deze slide heeft geen instructies

Welke vraag komt nu bij je op?

Deze slide heeft geen instructies

Filosoferen, waarom zou je dat doen?

Als je geen antwoord vindt met filosoferen, waarom zou je het dan doen?

Dat is precies waar filosoferen omdraait!

Het gaat niet om het vinden van goede antwoorden, maar om het denken zelf.


Je kan overal en over alles filosoferen.
Door vragen te blijven stellen, krijg je nieuwe ideeën en leer je de wereld om je heen van alle kanten te bekijken.

Deze slide heeft geen instructies

Iedereen kan filosoferen


Deze slide heeft geen instructies

Filosoferen leert je nadenken


Als je gaat filosoferen moet je namelijk:

Deze slide heeft geen instructies

1

Ja

2

Nee

Dezelfde kast?

Dit is de oude kast van Luuk's buurvrouw. Ieder jaar wordt er een deurtje, een knop of een lade vervangen. Gisteren werd het laatste deurtje omgeruild voor een nieuwe.

Wat denk jij? Is het nu nog steeds dezelfde kast?

Deze slide heeft geen instructies

Die hele oude kast is in de afgelopen jaren dus helemaal vernieuwd. Hij ziet er nog uit als de oude kast, maar het materiaal is allemaal nieuw.

Is het nog steeds dezelfde oude kast? Wat denk jij!

Filosoferen maar!

Wanneer is iets hetzelfde?

Wanneer is iets nog hetzelfde?

Stap 1: Laat leerlingen even in tweetallen overleggen:“Wat denk jij? Wanneer is iets nog hetzelfde? En wanneer niet meer? Geldt dat voor alles?”

Stap 2: Ga in kringgesprek:

“Is de kast nog hetzelfde?”

“Wat als we de oude deurtjes, lades en knoppen bewaren en er opnieuw een kast van bouwen — welke kast is dan de echte?” “Geldt dat ook voor mensen? Als je groeit en verandert, ben je dan nog steeds dezelfde jij?”

Je kunt dit concreet maken:

“Als je een nieuwe bril krijgt, ben je dan nog steeds jij?”

“En als je een andere naam krijgt?”

“Wat maakt iemand écht zichzelf?”


Filosoferen leert je luisteren


Als iedereen zegt wat hij of zij denkt, dan moet je goed luisteren om echt te begrijpen wat de ander bedoelt, want:



  • Soms denkt iemand heel anders dan jij.

  • Soms zegt iemand iets waar je het niet mee eens bent, maar dat je toch aan het denken zet.

  • En soms snap je het pas als je doorvraagt of de ander uitlegt wat hij bedoelt.

Bij filosoferen leer je dus luisteren omdat:

Deze slide heeft geen instructies

Welke filosofische vraag?



1

Wat is eerlijk?

2

Wanneer ben je vrij?

3

Zijn dieren net zo belangrijk als mensen?

4

Hoe weet je wat je echt wil?


Straks ga je met zijn tweeën filosoferen over een vraag.

Welke vraag gaat dat worden?
De meeste stemmen gelden.

Deze slide heeft geen instructies

Filosoferen maar!

Drie keer doorvragen

In een filosofisch gesprek ga je niet op zoek naar

een goed of fout antwoord, maar je probeert de gedachten van de ander uit te dagen. Dat doe je

door goed naar het antwoord te luisteren en

drie keer door te vragen.

Vertel de groep dat ze in duo's gaan filosoferen en oefenen met luisteren. Een korte inleiding zou kunnen zijn: “Soms willen we snel antwoord geven, maar luisteren we niet goed naar wat de ander echt zegt. Als filosoof luister je goed, stel je vragen en probeer je te ontdekken wat iemand écht bedoelt.
Vandaag gaan we dat oefenen — we gaan 'Drie keer doorvragen'!”

Vraag aan de klas: Wat betekent het om ‘door te vragen’?

Leg vervolgens de spelregels uit

- Je werkt in tweetallen.

- De één stelt de vraag, de ander antwoordt.

- Daarna moet de vraagsteller drie keer doorvragen.

- Beslis of je voor de volgende verteller door wilt filosoferen of met een nieuwe vraag start.
Tip: Denk je dat het doorvragen voor je leerlingen moeilijk is? Bespreek dat klassikaal wat goede, filosofische doorvragen zijn. Schrijf deze op het bord, zodat ze deze kunnen zien tijdens het gesprek en er door geïnspireerd kunnen raken. Of doe het voor door je leerlingen een vraag voor te leggen en aan 3 of leerlingen een vervolgvraag te stellen.

Wat ik heb ontdekt door drie keer door te vragen...

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een goede filosofische vraag?

2
1
5
4
3

Deze slide heeft geen instructies

Is dit een filosofische vraag?

Sleep de tekst naar het juiste paarse vak.

Filosofische vraag

Niet filosofische vraag

Wat is beter: slim zijn of aardig?

Vind jij ijs met ananassmaak lekker?

Is vriendschap belangrijker dan geluk?

Wat is de hoofdstad van België?

b
a
c
d

Deze slide heeft geen instructies

Door te filosoferen heb ik geleerd dat...

Deze slide heeft geen instructies

Woorden die nú bij me opkomen

als ik denk aan...

Filosofie

Deze slide heeft geen instructies

Na deze les vraag ik me nog wel af...

Deze slide heeft geen instructies

Wat is echt?

Waarom eigenlijk?

een basisles filosofie

Wil je meer kant-en-klare korte lessen over filosofie?
Kijk dan hier.

Deze slide heeft geen instructies