Stichting FutureNL
Wij brengen digitale vaardigheden écht in de klas

Zoekvragen en bronnen

1 / 4
volgende
Slide 1: Tekstslide
InformatievaardighedenBasisschoolGroep 2

In deze les zitten 4 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Introductie

Wat voor antwoord krijg je als wil vragen wat voor weer het morgen is, maar je het woord 'morgen' vergeet te zeggen?

Instructies

Nodig voor deze les
  • Een digibord om de presentatie te laten zien. 
Vooraf
  1. De les beginnen door onduidelijke vragen te stellen aan leerlingen, leerlingen vragen zich af wat er aan de hand is. Noem dat het belangrijk is duidelijke vragen te stellen. Hoe doe je dat?
  2. De les beginnen door een vraag op een duidelijke en een onduidelijk manier te stellen. Leerlingen moeten dan aangeven welke vraag beter is en waarom deze beter is. 
Instructie
Het is dus belangrijk om een duidelijke vraag te stellen en ervoor te zorgen dat je een goed antwoord krijgt. Geef nog een aantal voorbeelden van duidelijke en onduidelijke vragen. 

Verwerking
Leerlingen gaan vervolgens zelf (duidelijke) zoekvragen bedenken op basis van een voorbeeld. Je kunt zelf een onderwerp bedenken waar leerlingen zoekvragen over formuleren of gebruik maken van de voorbeeldonderwerpen in de slide. 

Instructie II
Tijdens het tweede instructiemoment (tijdens dezelfde les of een volgende les) vertel je eerst dat er vragen zijn bedacht, maar dat er nu een antwoord gezocht moet worden. Geef eerst voorbeelden van offline zoekmachines zoals boeken en kranten. Vervolgens voorbeelden van online zoekmachines waar je informatie en afbeeldingen mee kunt vinden. Het gaat hier om een eerste kennismaking met online zoekmachines. 

Verwerking
Samen op zoek gaan naar een afbeelding met een online zoekmachine (iets dat aansluit op het onderwerp waar leerlingen een zoekvraag over moesten bedenken). 

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Vooraf
  1. De les beginnen door onduidelijke vragen te stellen aan leerlingen, leerlingen vragen zich af wat er aan de hand is. Noem dat het belangrijk is duidelijke vragen te stellen. Hoe doe je dat?
  2. De les beginnen door een vraag op een duidelijke en een onduidelijk manier te stellen. Leerlingen moeten dan aangeven welke vraag beter is en waarom deze beter is.
Instructie
Het is dus belangrijk om een duidelijke vraag te stellen en ervoor te zorgen dat je een goed antwoord krijgt. Geef nog een aantal voorbeelden van duidelijke en onduidelijke vragen. 

Slide 2 - Tekstslide

Verwerking
Leerlingen gaan vervolgens zelf (duidelijke) zoekvragen bedenken bij een onderwerp. Je kunt zelf een onderwerp bedenken waar leerlingen zoekvragen over formuleren of gebruik maken van de voorbeeldonderwerpen in deze slide. 

Vraag: Wat wil je weten over de bij, het kuiken of de hagedis?

Slide 3 - Tekstslide

Instructie II
Tijdens het tweede instructiemoment (tijdens dezelfde les of een volgende les) vertel je eerst dat er vragen zijn bedacht, maar dat er nu een antwoord gezocht moet worden. Geef eerst voorbeelden van offline zoekmachines zoals boeken en kranten. Vervolgens voorbeelden van online zoekmachines (ga naar www.google.com en laat zien dat je een afbeelding kunt zoeken met de zoekmachine) waar je informatie en afbeeldingen mee kunt vinden. Het gaat hier om een eerste kennismaking met online zoekmachines. 

Slide 4 - Link

Samen op zoek gaan naar een afbeelding met een online zoekmachine (iets dat aansluit op het onderwerp waar leerlingen eerder een zoekvraag over moesten bedenken).