Gallo-Romeins Museum
Haal het verre verleden naar je klas!

Les 2: Rome en Romeins Tongeren

1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
WereldoriëntatieGallo-Romeins MuseumLager onderwijs

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Introductie

Deze les dient als verwerkingsles nadat de klas het programma "Verhaaltekenen: er was eens..." volgde in het Gallo-Romeins Museum van Tongeren.

Instructies

Deze les dient als verwerkingsles nadat de klas het programma "Verhaaltekenen: er was eens..." volgde in het Gallo-Romeins Museum van Tongeren.

Via een smartboard of tablet is het mogelijk om de verschillende vragen in groep of klasikaal op te lossen. Dit gebeurt aan de hand van slepen, het juiste antwoord aanklikken...

Enkele tips:
  • Je start met lesgeven door op de rode knop rechtsboven te drukken ('Geef les').
  • Tijdens het afspelen van het filmpje kan je best onderaan de knop 'toon bij leerling' uitvinken. Zo wordt de les enkel afgespeeld op je smartboard of beamer (en niet op alle afzonderlijke devices van de leerlingen).
  • Om de quiz klassikaal te spelen, vink je best onderaan de knop 'devices in de klas' uit.
  • Onderaan kan je ook de knop 'geluid' aan- of uitvinken.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Achtergrondinformatie:
  • Breng in herinnering dat je leerlingen tijdens het museumbezoek leerden hoe Rome lang geleden is ontstaan en na lange tijd uitgroeide tot de hoofdstad van een groot wereldrijk. Ook onze streken maakten ooit deel uit van dat rijk.
  • De volgende slides bevatten tal van vragen en opdrachten om de inhouden van het museumbezoek op te frissen.
Waar ligt Rome?
Sleep het sterretje naar de juiste plek!

Slide 2 - Sleepvraag

Achtergrondinformatie:
  • Een leerling kan (indien nodig) de locatie opzoeken in een atlas.
Het ontstaan van Rome...
...volgens de Romeinen

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk verhaal vertelden Romeinen over het ontstaan van Rome?

Slide 4 - Woordweb

Achtergrondinformatie:
  • Vraag je leerlingen wat ze zich nog herinneren van de inhoud van het verhaal. Laat hen steekwoorden noteren op het scherm.
  • Elementen die o.a. aan bod kunnen komen: baby's, Romulus en Remus, mandje, verdrinken, Tiber, wolvin, melk, eigen stad, ruzie, gevecht, dood Remus, Romulus koning, Rome
  • Wil je graag het animatiefilmpje over het verhaal van Romulus en Remus opnieuw bekijken? Dat kan. Je vindt het terug in de map: educatieve video's - Gallo-Romeinen - kortfilms.
Geloofden Romeinen dit verhaal?

Slide 5 - Poll

Achtergrondinformatie:
  • Vraag de leerlingen hoe we zo'n verhaal noemen? (Mythe)
  • In de volgende slide komen de kenmerken van een mythe aan bod.
Welke uitspraak klopt niet?
Een mythe...
A
...is een verzonnen verhaal.
B
...loopt steeds slecht af.
C
...legt iets uit.
D
...is een verhaal waarin goden meespelen.

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het onstaan van Rome...
...volgens de wetenschap

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Archeologen zoeken boven en onder de grond naar sporen.
Sporen van het ontstaan van Rome...
A
... zijn makkelijk terug te vinden.
B
... zijn moeilijk terug te vinden.

Slide 8 - Quizvraag

Achtergrondinformatie:
Je kan je leerlingen er nogmaals op wijzen dat: 
  • archeologen geïnteresseerd zijn in alle mogelijke sporen die zij vinden (beenderen, potscherven, enz.). Zij zoeken dus niet enkel 'schatten'.
  • het opgraven maar een deel is van het werk van archeologen. Nadien moeten alle vondsten ook grondig bestudeerd worden. Zo komen archeologen meer te weten over het leven in het verleden.
  • sporen van het ontstaan van Rome moeilijk te vinden zijn omdat mensen heel wat wegen en gebouwen boven de eerste sporen bouwden. Daardoor werden de eerste sporen vernietigd of zijn ze niet meer bereikbaar voor ons.
Archeologen groeven in Rome deze hut op.
Het is ...
A
een asurne
B
een poppenhuis
C
een kluis
D
een oven

Slide 9 - Quizvraag

Achtergrondinformatie:
  • Een asurne zoals deze bevatte de verbrande resten van een overledene. 
  • Het kleine hutje geeft archeologen inzicht in hoe mensen oorspronkelijk woonden rond de Tiber. 
Van dorpje tot stad tot wereldrijk:
een lange weg
1300 voor Christus
Mensen woonden in dorpjes langs de Tiber.
600 voor Christus
De dorpjes zijn één stad geworden, Rome.
117 na Christus
Het Romeinse Rijk was op zijn grootst.

Slide 10 - Tekstslide

Achtergrondinformatie:
  • Laat de leerlingen klikken op de data in de tijdlijn voor meer informatie.
  • Benadruk hoe lang het duurde vooraleer de dorpjes rond de Tiber uitgroeiden tot een echte stad (Rome) en hoe lang het opnieuw duurde alvorens Rome de hoofdstad was van een enorm wereldrijk.

Slide 11 - Tekstslide

Achtergrondinformatie:
  • Gebruik de kaart om te visualiseren hoeveel grondgebied het Romeinse Rijk na vele eeuwen in beslag nam.
  • Toon de leerlingen dat ook onze streken deel uitmaakten van dit rijk.
  • Het Romeinse leger onder leiding van Julius Caesar veroverde Gallië (waar ook onze streken deel van uitmaakten) in de jaren 50 van de eerste eeuw v.Chr. 
  • De Eburonen onder leiding van Ambiorix slaagden erin de Romeinen eenmalig te verslaan in een hinderlaag. Julius Caesar vertelt hierover in zijn oorlogsverslag. Uiteindelijk werden de Eburonen toch overwonnen en werd hun leefgebied deel van het Romeinse Rijk.  
  • Druk op de hotspot om een kaart te tonen met het leefgebied van de Galliërs en Eburonen.
Wanneer begonnen Romeinse soldaten met de bouw van de eerste stad in onze streken?
A
325 voor Christus
B
117 na Christus
C
10 voor Christus

Slide 12 - Quizvraag

Achtergrondinformatie:
  • Tip: Het was iets meer dan 2000 jaar geleden!
Het dagelijkse leven...
...in Atuatuca Tungrorum

Slide 13 - Tekstslide

Achtergrondinformatie:
  • In de volgende slides verschijnen (quiz)vragen over diverse voorwerpen die mogelijk aan bod kwamen tijdens de rondleiding.
  • Je kan vrij kiezen welke voorwerpen en vragen je aan bod laat komen.

Slide 14 - Woordweb

Achtergrondinformatie:
  • Laat leerlingen (aan de hand van steekwoorden) noteren wat ze nog weten over het voorwerp op de foto. 
  • Eventuele hulpvragen: Wat is het? Waarvoor diende het? Wie gebruikte het? Waar? Enz.
  • Mogelijke antwoorden: huidschraper, strigilis, reinigen van de huid, washandje, schrapen/krabben/schuren, (olijf)olie, badhuis, meestal geen eigen badkamer, iedereen ging naar het badhuis, verschillende soorten baden (verschillende temperatuur), ontmoetingsplaats (naast baden ook bewegen, babbelen, spel spelen enz.)
Welke woorden passen bij dit voorwerp?
speelgoedpopjes
godenbeeldjes
klei
steen
beschilderd
geen kleur
om te offeren
om bij te bidden
veel goden en godinnen
slechts één god

Slide 15 - Sleepvraag

Achtergrondinformatie:
Laat leerlingen de juiste antwoorden naar de afbeelding slepen.
  • Deze godenbeeldjes waren meestal geelbruin/bruinzwart van kleur.
  • De beeldjes werden in serie gemaakt, door middel van mallen (zoals paaseieren).
  • Iedere god(in) had zijn/haar eigen domein(en). Zo ging je bv. naar Venus met vragen i.v.m. liefde.
Deze aureus is gemaakt uit...
A
zilver
B
brons
C
goud
D
koper

Slide 16 - Quizvraag

Achtergrondinformatie:
  • Denk aan het Franse or.
  • De aureus is de kostbaarste munt in de Romeinse tijd.
  • Vandaag maken we munten niet meer uit (kostbare) edelmetalen als zilver of goud.
Met munten als deze kon je in het hele Romeinse Rijk betalen.
A
Juist
B
Fout

Slide 17 - Quizvraag

Achtergrondinformatie:
  • Vergelijk met de euro.
Munten leren ons meer over de Romeinse mode.
A
Juist
B
Fout

Slide 18 - Quizvraag

Achtergrondinformatie:
Via munten komen archeologen heel wat te weten. Enkele voorbeelden:
  • Hoe heette de keizer? Welke titels droeg hij?
  • Had hij familieleden die hij liet afbeelden op munten?
  • Behaalde hij belangrijke militaire overwinningen?
  • Liet hij belangrijke bouwwerken uitvoeren?
  • Enz.

Slide 19 - Woordweb

Achtergrondinformatie:
  • Laat leerlingen (aan de hand van steekwoorden) noteren wat ze nog weten over het voorwerp op de foto.
  • Eventuele hulpvragen: Wat is het? Waarvoor diende het? Wie maakte het? Enz.
  • Mogelijke antwoorden: mozaiëkvloer, duur, geometrische figuren (vierkanten, ruiten, cirkels enz.), vooral zwarte en witte steentjes, symmetrie (spiegelbeeld), gemaakt door gespecialiseerde vaklui, steentje per steentje plaatsen
Vul de zin juist aan.
Grafmonumenten waren oorspronkelijk ...
A
...onbeschilderd.
B
...beschilderd in bonte kleuren.

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vul de zin juist aan.
Dit grafmonument is gebouwd door...
A
...een rijke familie.
B
...een arme familie.

Slide 21 - Quizvraag

Achtergrondinformatie:
Er waren grote verschillen tussen graven zichtbaar.
  • Rijke families lieten grote monumenten bouwen, met inscripties, afbeeldingen in reliëf, een tuintje errond enz. Deze graven lagen vaak op opvallende locaties (bv. langs een invalsweg) zodat passanten het goed konden zien.
  • Armere families konden minder geld aan een graf besteden. Het graf was dan een simpele rechtopstaande steen, een houten plank of zelfs een amfoorhals. Deze graven lagen ook vaak op minder indrukwekkende plaatsen.
  • Op het platteland kozen rijke families voor een grafheuvel (tumulus).
  • Rijke families wilden door een knap graf een geïdealiseerd beeld van de overledene uitdragen.

Slide 22 - Woordweb

Achtergrondinformatie:
  • Laat leerlingen (aan de hand van steekwoorden) noteren wat ze nog weten over het voorwerp op de foto.
  • Eventuele hulpvragen: Wat is het? Waarvoor diende het? Wie gebruikte het? Enz.
  • Mogelijke antwoorden: zeef, ingrediënten uit vloeistof filteren (kruiden, hars, onzuiverheden...), wijn, geen pasta!, zeef en scheplepel vormden samen één set, geen pure/onversneden wijn, wijn vermengd/aangelengd met water, extra ingrediënten in de wijn (kruiden, honing, zeewater...), wijn was een populaire drank 
Welke woorden passen bij dit voorwerp?
schrijftablet
deel van een deur
bijenwas
inkt
stilus
ganzenveer
Latijn
Nederlands

Slide 23 - Sleepvraag

Achtergrondinformatie:
Laat leerlingen de juiste antwoorden naar de afbeelding slepen.
  • Meerdere schrijftabletjes konden samengebonden worden tot een boekje (codex).
  • Op dit schrijftablet stond waarschijnlijk een officiële tekst (bv. een testament). Het dieperliggende deel in het midden van het tablet is een zegelstrook. Zo kon men de tekst in het bijzijn van getuigen verzegelen en beschermen tegen fraude.
  • De scherpe punt van een stilus diende om te krassen in de bijenwas, de platte achterkant diende om fouten te wissen.
  • De bijenwas is verdwenen, maar letters die diep in het hout gekrast staan, kunnen we nog lezen.
  • In de Romeinse tijd was het geen evidentie dat iedereen leerde lezen en schrijven.

Wil jij ook eens op 
vakantie naar Rome?
😒🙁😐🙂😃

Slide 24 - Poll

Deze slide heeft geen instructies