Geschiedenisleraar.nl
Dé link tussen verleden en heden

De Oude Grieken · Quiz

DE OUDE GRIEKEN

De grote Griekenquiz

Goden, stadstaten, filosofen en kunst

De Oude Grieken

1 / 28
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisMiddelbare schoolvmbo g, t, mavo, havo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

DE OUDE GRIEKEN

De grote Griekenquiz

Goden, stadstaten, filosofen en kunst

De Oude Grieken

Herhalingsquiz bij de lessen 1 tot en met 4, in drie rondes.

01

Grieken en goden

Ronde 1

De Oude Grieken

Deze slide heeft geen instructies

Hoe lang geleden leefden de 'Oude Grieken'?

A

500 jaar

B

1000 jaar

C

2000 jaar

D

2500 jaar

Goed: ongeveer 2500 jaar geleden.

Waarom hebben we het over 'de Griekse wereld' en niet over 'Griekenland'?

A

Niet iedereen in de Griekse wereld was Grieks

B

De Griekse wereld was in de oudheid niet één land

C

De Griekse wereld was toen groter dan Griekenland nu

D

Niet iedereen in de Griekse wereld sprak toen Grieks

Twee goede antwoorden: er was geen land Griekenland (wel losse stadstaten), en door de kolonies was de Griekse wereld veel groter dan Griekenland nu.

De Grieken bleven alleen in Griekenland.

A

Goed

B

Fout

Fout: ze stichtten kolonies rond de hele Middellandse Zee (les 2).

De Grieken geloofden in...

A

één god

B

veel goden

Veel goden: de Olympische goden (les 1).

Wie was de oppergod bij de Grieken?

A

Apollo

B

Aphrodite

C

Poseidon

D

Zeus

Goed: Zeus, god van de donder.

De Griekse god van de zeeën is...

A

Poseidon

B

Athena

C

Neptunus

D

Apollo

Poseidon. Neptunus is zijn Romeinse naam: een verleidelijke fout.

Hoe noem je de verhalen over Griekse goden en wezens?

A

Sprookjes

B

Tragedies

C

Mythen

D

Komedies

Mythen. Tragedies en komedies zijn toneelstukken (les 4).

02

Stadstaten en democratie

Ronde 2

De Oude Grieken

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de Griekse naam voor stadstaat?

A

Poliep

B

Polin

C

Polis

D

Poleis

Polis. Poleis is het meervoud.

Waarom stichtten de Grieken kolonies buiten Griekenland?

A

Wie een wedstrijd verloor, werd verbannen en vertrok naar een ander gebied.

B

Door de oorlogen tussen de stadstaten zochten ze een plek om naartoe te vluchten.

C

Door het ruwe landschap was er te weinig landbouw en ontstond een voedseltekort.

D

Een hoge priester had van Zeus de opdracht gekregen het Middellandse Zeegebied te veroveren.

Het voedseltekort door de onvruchtbare grond (les 2).

Welk bestuur had de stad Athene?

A

Koning

B

Democratie

C

Keizer

D

Adel

Democratie.

Wat betekent democratie?

A

Een koning regeert

B

Een tiran regeert

C

Een kleine groep rijken regeert

D

Het volk regeert

Het volk regeert.

I. Athene lag in Griekenland, Sparta niet. II. Athene was een stadstaat, Sparta niet.

A

Stelling I is juist, stelling II is onjuist

B

Stelling I is onjuist, stelling II is juist

C

Stelling I en II zijn allebei juist

D

Stelling I en II zijn allebei onjuist

Allebei onjuist: beide steden lagen in Griekenland en beide waren een stadstaat.

Wie mochten meebeslissen in de Atheense democratie?

A

Mannen

B

Vreemdelingen

C

Vrouwen

D

Slaven

Mannelijke burgers.

In Athene kreeg je burgerrecht als...

A

Je moeder in Athene geboren was

B

Je in Athene geboren was

C

Je vader in Athene geboren was

D

Je beide ouders in Athene geboren waren

Beide ouders.

De persoon die het vaakst genoemd werd tijdens het schervengericht...

A

Werd voor tien jaar verbannen uit Athene

B

Moest tien jaar de gevangenis in

C

Werd meteen vermoord

D

Mocht nooit meer in Athene komen

Tien jaar verbanning.

Athene en Sparta hadden een andere cultuur.

A

Goed

B

Fout

Volgens de oorspronkelijke quiz: fout, want ze hadden dezelfde Griekse cultuur, taal en goden. Let op: hun bestuur en opvoeding verschilden wel. Bespreek dat verschil als leerlingen ‘goed’ kiezen.

Geef twee verschillen tussen de Atheense democratie en de democratie in Nederland.

Bijvoorbeeld: wie mag stemmen (alleen mannelijke burgers / iedereen vanaf 18), direct / indirect, volksvergadering buiten / Kamer binnen, onbetaald / betaald.

03

Filosofie, wetenschap en kunst

Ronde 3

De Oude Grieken

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heten de Grieken die op zoek gingen naar wijsheid?

A

Wetenschappers

B

Filosofen

Filosofen: vrienden van de wijsheid.

Welk begrip hoort bij de omschrijving: vriend van de wijsheid?

Filosoof.

Wetenschappers willen uitspraken doen over wat goed en kwaad is.

A

Goed

B

Fout

Fout: dat is ethiek, het terrein van filosofen als Socrates.

Welke wetenschap hoort bij Pythagoras?

A

Politiek

B

Geschiedenis

C

Wiskunde

D

Natuurkunde

Wiskunde: de stelling van Pythagoras.

Hoe heet het gebouw waarin de Grieken hun goden vereren?

A

Kerk

B

Tempel

C

Huis van God

D

Moskee

Tempel (les 4).

Tempels en beelden waren bij de Oude Grieken vaak felgekleurd.

A

Goed

B

Fout

Goed! De meeste beelden en tempels waren beschilderd; de verf is in de loop der eeuwen verdwenen. Leerlingen verwachten vaak wit marmer.

Welke vraag uit deze quiz vond je het moeilijkst, en waarom?

Gebruik de antwoorden om te zien welk onderwerp nog herhaling nodig heeft.