Klassikaal - Eens of oneens?Maak ruimte in het lokaal. Links van het lokaal is helemaal eens, rechts is helemaal oneens en leerlingen die twijfelen mogen ergens in het midden gaan staan.
Geef de leerlingen de volgende stelling:
Iedereen in onze klas kan zichzelf zijn.
Laat de leerlingen een plek kiezen. Vraag daarna een aantal leerlingen op verschillende plekken om toe te lichten waarom ze daar staan.
Spreek vooraf af dat er geen namen of voorbeelden over specifieke klasgenoten worden genoemd. Het gaat niet om wie iets goed of fout doet, maar om wat ervoor zorgt dat iemand zich vrij voelt om zichzelf te zijn.
Vervolgvragen:
- Wat heb je nodig om jezelf te durven zijn in een groep?
- Wat kan ervoor zorgen dat iemand zichzelf juist minder durft te zijn?
- Kun je jezelf zijn als je bang bent dat anderen je uitlachen of buitensluiten?
- Wat kunnen jullie als klas doen zodat iedereen meer ruimte voelt om zichzelf te zijn?
Vraag tot slot:
Heeft iemand iets gehoord waardoor je nu op een andere plek zou willen staan?
Leerlingen mogen van plek veranderen.
Belangrijkste boodschap: Een klas waarin iedereen zichzelf kan zijn, ontstaat niet vanzelf. Iedereen kan eraan bijdragen door elkaar ruimte te geven, verschillen te respecteren en niet te snel over een ander te oordelen.