Oefenexamen HAVO — Geschiedenis
Het Britse Rijk 1585-1900 — 10 vragen — ca. 25 punten
Les van LessonUp Examentraining
In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Oefenexamen HAVO — Geschiedenis
Het Britse Rijk 1585-1900 — 10 vragen — ca. 25 punten
Engelse kolonieen in de Amerika's (1585-1833)
Vraag 1 (2p)
Bekijk de afbeelding van een historisch zeilschip.
Eind 16e eeuw verkenden de Engelsen Noord-Amerika als mogelijke kolonie.
a) Leg uit het verschil tussen de vestigingskolonieen in het noorden en de plantagekolonieen in het zuiden. (1p)
b) Leg uit waarom de driehoekshandel lucratief was voor Engeland. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Noorden: vestigingskolonieen gericht op landbouw, handel en nijverheid. Zuiden: plantage-economieen met tabak en katoen voor export, afhankelijk van slavenarbeid (1p). b) Engeland exporteerde handelswaren naar Afrika, kocht tot slaaf gemaakten, vervoerde hen naar Amerika (Middle Passage), en importeerde plantageproducten (suiker, katoen, tabak) terug (1p).
Vraag 2 (3p)
Bekijk de afbeelding van een historisch zeilschip.
Europese kolonisten kwamen in aanraking met Verlichte ideeen.
a) Leg uit welk verband er bestaat tussen Verlichtingsideeen en de Amerikaanse onafhankelijkheid (1776). (1p)
b) Leg uit waarom het abolitionisme opkwam in verlichte en religieuze kringen. (1p)
c) Noem bij welk kenmerkend aspect het abolitionisme past. (1p)
Antwoord
Maximumscore 3 a) Kolonisten kenden ideeen als volkssoevereiniteit en natuurlijke rechten (Locke); 'No taxation without representation' leidde tot opstand en onafhankelijkheid (1p). b) Verlichtingsideeen over gelijkheid en natuurlijke rechten waren onverenigbaar met slavernij; religieuze groepen vonden slavernij zondig (1p). c) KA 29: uitbouw Europese overheersing, plantagekolonieen, trans-Atlantische slavenhandel en opkomst abolitionisme (1p).
India als kolonie (1765-1885)
Vraag 3 (3p)
Bekijk de afbeelding van de Gateway of India in Mumbai.
Vanaf 1765 breidde de East India Company haar macht over India uit.
a) Leg uit hoe de EIC van een handelscompagnie uitgroeide tot een politieke macht. (1p)
b) In 1857 brak de Sepoy Revolt uit. Leg uit wat de directe aanleiding was en wat het gevolg was voor het bestuur. (1p)
c) Leg uit wat wordt bedoeld met het begrip 'beschavingsmissie'. (1p)
Antwoord
Maximumscore 3 a) De EIC kreeg steeds meer militaire en bestuurlijke macht; via het verdrag van Allahabad (1765) werd zij de feitelijke heerser over grote delen van India (1p). b) Aanleiding: patronen ingevet met varkens-/rundervet (beledigend voor moslims en hindoes). Gevolg: de Britse kroon nam het bestuur over van de EIC (Crown Rule, 1858) (1p). c) Het idee dat Europeanen de plicht hadden om 'achterlijke' volken te beschaven door westerse waarden, taal en onderwijs op te leggen — in werkelijkheid een rechtvaardiging voor economische uitbuiting (1p).
Vraag 4 (2p)
Bekijk de afbeelding van de Gateway of India.
Heerschappij over India was voor Groot-Brittannie vooral economisch belangrijk.
a) Leg uit op welke twee manieren India economisch werd uitgebuit. (1p)
b) Hoogopgeleide Indiers richtten in 1885 het Indian National Congress op. Leg uit welk doel zij nastreefden. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Twee uit: plantages voor handelsgewassen, India als afzetmarkt voor Engelse industrieproducten (concurreerde met Indiase huisnijverheid), belasting als inkomstenbron (1p). b) Gelijke kansen binnen het Brits-Indische bestuur / meer politieke invloed voor Indiers / uiteindelijk zelfbestuur (1p).
Kolonieen en sociaal-economische ontwikkelingen (1750-1900)
Vraag 5 (3p)
Bekijk de afbeelding van een textielfabriek.
In de tweede helft van de 18e eeuw ontstond in Groot-Brittannie de industriele revolutie.
a) Noem twee factoren die verklaren waarom de industriele revolutie juist in Groot-Brittannie begon. (1p)
b) Leg uit hoe de kolonieen bijdroegen aan de industriele revolutie. (1p)
c) Leg uit wat de 'sociale kwestie' inhield. (1p)
Antwoord
Maximumscore 3 a) Twee uit: beschikbaarheid steenkool/ijzererts, koloniale handel leverde kapitaal en grondstoffen (katoen), technologische uitvindingen (stoommachine), goed transportsysteem (1p). b) Kolonieen leverden grondstoffen (katoen uit India en Amerika) en vormden een afzetmarkt voor Britse industrieproducten (1p). c) Het debat over de slechte leef- en werkomstandigheden van fabrieksarbeiders: kinderarbeid, lange werkdagen, slechte woningen, lage lonen (1p).
Vraag 6 (2p)
Bekijk de afbeelding van een textielfabriek.
Door de industrialisatie veranderde het handelskapitalisme in industrieel kapitalisme.
a) Leg uit wat ondernemers bedoelden met 'vrijhandel' en waarom zij een kleine rol voor de overheid wilden. (1p)
b) Noem twee politieke stromingen die in de 19e eeuw opkwamen als reactie op de sociale kwestie. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Vrijhandel: geen importbeperkingen, vrije concurrentie. Ondernemers wilden dat de overheid zich niet bemoeide met de economie (laissez-faire / liberalisme) (1p). b) Twee uit: liberalisme, socialisme, confessionalisme, feminisme, nationalisme (1p).
Vraag 7 (3p)
Na 1870 breidde Groot-Brittannie zijn wereldrijk verder uit.
a) Leg uit wat modern imperialisme onderscheidt van vroeger kolonialisme. (1p)
b) Noem twee motieven voor het moderne imperialisme. (1p)
c) Rond 1900 heerste Groot-Brittannie over een kwart van de wereldbevolking. Noem bij welk kenmerkend aspect dit past. (1p)
Antwoord
Maximumscore 3 a) Modern imperialisme: directe politieke overheersing van grote gebieden (niet alleen handelsposten), gedreven door industriele concurrentie en nationalisme (1p). b) Twee uit: economisch (grondstoffen, afzetmarkten), politiek (nationale prestige, strategische posities), ideologisch (beschavingsmissie, sociaal-darwinisme) (1p). c) KA 33: de moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie (1p).
Vraag 8 (2p)
Bekijk de afbeelding van de Bestorming van de Bastille.
De voortschrijdende democratisering in de 19e eeuw leidde tot de Reform Bill (1832) en de uitbreiding van het kiesrecht.
a) Leg uit waarom ondernemers meer politieke invloed wilden en hoe zij die kregen. (1p)
b) Leg uit hoe arbeiders via vakbonden meer rechten afdwongen. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Ondernemers betaalden veel belasting maar hadden geen stemrecht. Met de Reform Bill (1832) kregen zij kiesrecht en meer invloed in het parlement (1p). b) Arbeiders organiseerden zich in vakbonden en stakingen om betere lonen en arbeidsomstandigheden af te dwingen; mede onder invloed van Robert Owen en de Factory Acts (1p).
Vraag 9 (2p)
De eerste wereldtentoonstelling in 1851 (Crystal Palace) liet zien dat Groot-Brittannie de 'werkplaats van de wereld' was.
a) Leg uit wat hiermee wordt bedoeld. (1p)
b) Leg uit waarom Groot-Brittannie na 1870 concurrentie kreeg van de VS en Duitsland. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Groot-Brittannie was het meest geindustrialiseerde land ter wereld; het produceerde meer dan enig ander land en Londen was het financiele centrum (1p). b) De VS en Duitsland industrialiseerden snel en werden concurrenten op de wereldmarkt; Groot-Brittannie verloor zijn monopoliepositie (1p).
Vraag 10 (2p)
Zet de volgende gebeurtenissen in chronologische volgorde (1=oudst, 5=nieuwst).
A. Oprichting East India Company
B. Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring
C. Afschaffing slavernij Britse Rijk
D. Sepoy Revolt
E. Eerste wereldtentoonstelling Crystal Palace
Antwoord
Maximumscore 2 Juiste volgorde: A (1600), B (1776), C (1833), E (1851), D (1857) 5 goed = 2p, 4 goed = 1p, <4 = 0p.