LessonUp Examentraining
Oefenexamens voor jouw leerlingen!

Oefenexamen VMBO - Overheid, belastingen & inflatie

Oefenexamen VMBO — Economie (GT)

Overheid, belastingen & inflatie — 10 vragen — ca. 20 punten


1 / 11
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEconomieMiddelbare schoolvmbo, mavoLeerjaar 3,4

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Dit is niet oké

Introductie

Deel dit oefenexamen met je leerlingen, zodat ze zich goed kunnen voorbereiden op hun examen. Delen van deze les gaat via de knop 'Delen'. Kies vervolgens voor 'Studenten (link)'. Hiermee hebben de leerlingen ook thuis de volledige interactie.

Onderdelen in deze les

Oefenexamen VMBO — Economie (GT)

Overheid, belastingen & inflatie — 10 vragen — ca. 20 punten


Vraag 1 (2p)

De overheid heeft verschillende functies in de economie.
a) Noem drie functies van de overheid in de Nederlandse economie. (1p)
b) Geef bij een van de functies een concreet voorbeeld. (1p)

Vraag 2 (2p)

De overheid haalt geld binnen via belastingen.
a) Leg uit het verschil tussen directe en indirecte belastingen. Geef bij elk een voorbeeld. (1p)
b) Leg uit wat loonheffing is. (1p)

Vraag 3 (2p)

De overheid geeft geld uit aan verschillende doelen.
a) Noem twee belangrijke uitgavenposten van de rijksoverheid. (1p)
b) Leg uit wat er gebeurt als de overheid meer uitgeeft dan zij ontvangt. (1p)

Vraag 4 (2p)

De overheid zorgt voor sociale zekerheid.
a) Leg uit wat het doel is van het sociale zekerheidsstelsel. (1p)
b) Noem twee voorbeelden van sociale verzekeringen of voorzieningen. (1p)

Vraag 5 (2p)

Bekijk de afbeelding van de Amsterdamse grachtengordel.
De overheid heft loon- en inkomstenbelasting.
a) Leg uit wat progressieve belasting inhoudt. (1p)
b) Waarom is het netto-inkomen altijd lager dan het bruto-inkomen? (1p)

Vraag 6 (2p)

De waarde van geld kan veranderen.
a) Leg uit wat inflatie is. (1p)
b) Leg uit hoe inflatie gemeten wordt met het consumentenprijsindexcijfer (CPI). (1p)

Vraag 7 (2p)

Bij inflatie verliest geld aan waarde.
a) Noem twee oorzaken van inflatie. (1p)
b) Leg uit wat prijscompensatie is en waarom werknemers hierom vragen. (1p)

Vraag 8 (2p)

Indexcijfers worden gebruikt om veranderingen te meten.
a) Leg uit wat een indexcijfer is. (1p)
b) In het basisjaar kost een product 50 euro (index = 100). Nu kost het 55 euro. Bereken het indexcijfer. (1p)

Vraag 9 (2p)

Er bestaan verschillende marktvormen.
a) Leg uit het verschil tussen een concrete markt en een abstracte markt. (1p)
b) Leg uit het verschil tussen een monopolie en volkomen concurrentie. (1p)

Vraag 10 (2p)

De overheid probeert de economie te stabiliseren.
a) Noem een maatregel die de overheid kan nemen bij een economische crisis. (1p)
b) Leg uit waarom een hoge staatsschuld een probleem kan zijn. (1p)