Oefenexamen VMBO — Aardrijkskunde (GT)
Weer & klimaat — NL, Spanje, VS — 10 vragen — ca. 20 punten
In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.
Oefenexamen VMBO — Aardrijkskunde (GT)
Weer & klimaat — NL, Spanje, VS — 10 vragen — ca. 20 punten
Vraag 1 (2p)
Bekijk de afbeelding van windmolens in Nederland.
Het weer wordt bepaald door weerelementen.
a) Noem vier weerelementen. (1p)
b) Leg uit het verschil tussen weer en klimaat. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Vier uit: temperatuur, neerslag, wind(richting/kracht), luchtdruk, bewolking, luchtvochtigheid (1p). b) Weer = de toestand van de atmosfeer op een bepaald moment en plaats. Klimaat = het gemiddelde weer over een langere periode (minstens 30 jaar) (1p).
Vraag 2 (2p)
Klimaatfactoren bepalen het klimaat van een gebied.
a) Noem drie klimaatfactoren. (1p)
b) Leg uit waarom Nederland een zeeklimaat heeft. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Drie uit: breedtegraad, hoogte, afstand tot de zee, zeestromingen, ligging t.o.v. gebergte (1p). b) Nederland ligt dicht bij de Noordzee; de zee warmt langzaam op en koelt langzaam af, waardoor de winters mild zijn en de zomers koel (gematigd zeeklimaat) (1p).
Vraag 3 (2p)
Nederland en Spanje hebben een verschillend klimaat.
a) Beschrijf twee verschillen tussen het klimaat van Nederland en dat van Spanje. (1p)
b) Leg uit waarom de zomers in Spanje droger zijn dan in Nederland. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Spanje: warmere zomers, minder neerslag in de zomer, koudere winters in het binnenland. Nederland: koelere zomers, meer regen door het hele jaar (1p). b) In de zomer ligt Spanje onder invloed van een hogedrukgebied (subtropische hogedrukgordel), waardoor er dalende lucht en weinig neerslag is (1p).
Vraag 4 (2p)
De Verenigde Staten kennen veel verschillende klimaten.
a) Noem drie verschillende klimaattypen die je in de VS vindt. (1p)
b) Leg uit waarom de westkust en de oostkust van de VS een verschillend klimaat hebben. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Drie uit: zeeklimaat (westkust), landklimaat (binnenland/Great Plains), droog klimaat (woestijnen zuidwesten), hooggebergteklimaat (Rocky Mountains), subtropisch (zuidoosten) (1p). b) De westkust wordt beinvloed door koude zeestromingen uit de Grote Oceaan (koeler, droger). De oostkust wordt beinvloed door warme lucht uit de Golf van Mexico (warmer, vochtiger) (1p).
Vraag 5 (2p)
Klimaatverandering is een belangrijk thema.
a) Leg uit wat het broeikaseffect is en hoe het versterkt wordt door menselijk handelen. (1p)
b) Noem twee gevolgen van klimaatverandering voor Nederland. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Broeikasgassen (CO2, methaan) in de atmosfeer houden warmte vast. Door verbranding van fossiele brandstoffen neemt de hoeveelheid broeikasgassen toe -> de aarde warmt op (versterkt broeikaseffect) (1p). b) Twee uit: zeespiegelstijging, meer extreme neerslag, langere droge perioden, meer hittegolven (1p).
Vraag 6 (2p)
Bekijk de afbeelding van windmolens.
Het weer beinvloedt het dagelijks leven.
a) Noem twee voorbeelden van de invloed van weer en klimaat op menselijke activiteiten. (1p)
b) Leg uit waarom het klimaat invloed heeft op het type landbouw in een gebied. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Twee uit: landbouw (wat je kunt verbouwen), toerisme (wanneer mensen op vakantie gaan), energieverbruik (verwarming/airco), kleding, woningbouw (1p). b) Temperatuur en neerslag bepalen welke gewassen er kunnen groeien. In NL: gras en graan (gematigd, vochtig). In Spanje: olijven, druiven (warm, droog -> irrigatie nodig) (1p).
Vraag 7 (2p)
Bekijk de afbeelding van windmolens.
Er is een samenhang tussen klimaat, vegetatie en bodemgebruik.
a) Leg uit het verschil tussen drainage en irrigatie. (1p)
b) Waarom is irrigatie in Spanje belangrijker dan in Nederland? (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Drainage: overtollig water afvoeren uit de bodem (in natte gebieden). Irrigatie: water aanvoeren naar gewassen (in droge gebieden) (1p). b) Spanje heeft droge zomers met weinig neerslag; zonder irrigatie kunnen veel gewassen niet groeien. Nederland heeft het hele jaar voldoende neerslag (1p).
Vraag 8 (2p)
In de Verenigde Staten komen tropische orkanen voor.
a) Beschrijf hoe een tropische orkaan ontstaat. (1p)
b) Noem twee gevolgen van een orkaan voor de bevolking. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Boven warm oceaanwater (>27 graden C) stijgt warme, vochtige lucht op en begint te draaien door de aardrotatie -> een tropische orkaan met hevige wind en regen (1p). b) Twee uit: overstromingen (stormvloed), verwoesting van gebouwen, stroomuitval, evacuaties, slachtoffers, economische schade (1p).
Vraag 9 (2p)
In de Verenigde Staten komen ook tornado's voor.
a) Leg uit het verschil tussen een orkaan en een tornado. (1p)
b) Waarom komen er in de VS zoveel tornado's voor (Tornado Alley)? (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Orkaan: groot (honderden km), ontstaat boven warm zeewater, duurt dagen. Tornado: klein (meters tot km), ontstaat boven land bij botsing van luchtmassa's, duurt minuten tot uren (1p). b) In het midden van de VS (Tornado Alley) botsen koude lucht uit het noorden (Canada) en warme, vochtige lucht uit het zuiden (Golf van Mexico). Dit veroorzaakt hevige onweersbuien met tornado's (1p).
Vraag 10 (2p)
Om de gevolgen van extreme weersomstandigheden te beperken worden maatregelen genomen.
a) Noem twee maatregelen tegen de gevolgen van orkanen in de VS. (1p)
b) Noem een maatregel die Nederland neemt tegen de gevolgen van klimaatverandering. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Twee uit: waarschuwingssystemen, evacuatieplannen, orkaan-bestendig bouwen, dijken/waterkeringen, noodvoorraden (1p). b) Bijv. Deltaprogramma (dijken versterken, zandsuppletie), Ruimte voor de Rivier, klimaatadaptief bouwen, energietransitie (1p).