Oefenexamen HAVO — Geschiedenis
Nederland 1948-2008 — 10 vragen — ca. 24 punten
Les van LessonUp Examentraining
In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Oefenexamen HAVO — Geschiedenis
Nederland 1948-2008 — 10 vragen — ca. 24 punten
Maatschappelijke veranderingen (1948-1978)
Vraag 1 (2p)
Na de Tweede Wereldoorlog begon Nederland aan de wederopbouw.
a) Leg uit wat de geleide loonpolitiek inhield en waarom deze werd ingevoerd. (1p)
b) Leg uit hoe de Marshallhulp bijdroeg aan de wederopbouw. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) De overheid hield lonen bewust laag om Nederlandse exportproducten goedkoop te houden en de economie te herstellen (1p). b) Financiele hulp van de VS waarmee Nederland fabrieken, infrastructuur en handel kon herstellen; ook bedoeld om communisme te voorkomen (containment) (1p).
Vraag 2 (2p)
Tot in de jaren '60 was Nederland sterk verzuild.
a) Leg uit wat verzuiling inhield. (1p)
b) Noem twee oorzaken van de ontzuiling in de jaren '60. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) De samenleving was verdeeld in zuilen (katholiek, protestant, socialistisch, liberaal), elk met eigen scholen, vakbonden, omroepen en partijen (1p). b) Twee uit: secularisering, televisie, stijgende welvaart, hoger onderwijs, individualisering (1p).
Vraag 3 (3p)
Bekijk de foto van een demonstratie.
In de jaren '60 en '70 veranderde Nederland ingrijpend.
a) Leg uit hoe de positie van vrouwen veranderde. Noem twee concrete voorbeelden. (1p)
b) Leg uit wat Provo was en waartegen zij protesteerden. (1p)
c) Leg uit hoe de opkomst van de consumptiemaatschappij samenhing met de welvaartsstijging. (1p)
Antwoord
Maximumscore 3 a) 1956: einde handelingsonbekwaamheid gehuwde vrouwen. Dolle Mina (1970): strijd voor gelijk loon, anticonceptie, abortus (1p). b) Provo (1965-67): ludieke acties tegen gezag en consumptiemaatschappij (Witte Fietsenplan) (1p). c) Door stijgende welvaart kwamen auto, televisie en vakanties binnen bereik; dit leidde tot een consumptiemaatschappij met materialisme en suburbanisatie (1p).
Vraag 4 (2p)
Begin jaren '50 was Nederland een emigratieland. Vanaf eind jaren '60 veranderde dit.
a) Leg uit waarom Nederland gastarbeiders wierf en uit welke landen zij kwamen. (1p)
b) Leg uit waarom de gastarbeiders uiteindelijk permanent in Nederland bleven. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Tekort aan arbeidskrachten door economische groei; werving uit Turkije (1964) en Marokko (1969) (1p). b) Gezinshereniging (jaren '70-'80): gastarbeiders lieten hun gezinnen overkomen en bouwden een bestaan op (1p).
Maatschappelijke veranderingen (1978-2008)
Vraag 5 (3p)
Rond 1980 was er sprake van een economische crisis.
a) Leg uit waarom de verzorgingsstaat onder druk kwam te staan. (1p)
b) Leg uit welke maatregelen de regering-Lubbers nam. (1p)
c) Leg uit wat het poldermodel inhoudt. (1p)
Antwoord
Maximumscore 3 a) Economische crisis (oliecrisis 1973, recessie): te hoge kosten voor sociale voorzieningen (AOW, WAO, bijstand), werkloosheid steeg (1p). b) Bezuinigingen op de verzorgingsstaat, privatisering (PTT, NS), liberaal beleid (1p). c) Overleg tussen overheid, werkgevers en vakbonden (SER); compromissen over loonmatiging in ruil voor arbeidstijdverkorting (Akkoord van Wassenaar, 1982) (1p).
Vraag 6 (2p)
Nederland was voorstander van Europese samenwerking.
a) Beschrijf drie stappen in de Europese eenwording. Noem jaartallen. (1p)
b) Leg uit waarom het Nederlandse 'nee' bij het referendum over de Europese Grondwet (2005) opvallend was. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) EGKS (1951), EEG Verdrag van Rome (1957), EU Verdrag van Maastricht (1992), Euro (2002) — drie stappen nodig (1p). b) Nederland was altijd een voorstander van Europese samenwerking; het nee toonde groeiende scepsis over soevereiniteitsverlies, uitbreiding en immigratie (1p).
Vraag 7 (2p)
Nederland werd soms een 'gidsland' genoemd vanwege zijn progressieve wetgeving.
a) Noem twee voorbeelden van progressieve Nederlandse wetgeving. (1p)
b) Leg uit hoe het gedoogbeleid ten aanzien van softdrugs past bij het beeld van Nederland als tolerant land. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Twee uit: homohuwelijk (2001), euthanasiewet, liberale abortuswetgeving, Algemene Wet Gelijke Behandeling (1p). b) Het gedoogbeleid past bij de Nederlandse traditie van pragmatisme en tolerantie: softdrugs worden niet gelegaliseerd maar onder voorwaarden gedoogd, wat internationale verwondering wekte (1p).
Vraag 8 (3p)
Bekijk de foto van een demonstratie.
Op 29 oktober 1983 demonstreerden 550.000 mensen in Den Haag tegen kruisraketten.
a) Leg uit in welk kader van de Koude Oorlog de plaatsing van kruisraketten paste. (1p)
b) Waarom toonde deze demonstratie dat Nederland verdeeld was? (1p)
c) Hoe werd het kruisrakettendebat uiteindelijk opgelost? (1p)
Antwoord
Maximumscore 3 a) NAVO-dubbelbesluit: plaatsing kruisraketten als reactie op Sovjet-SS-20-raketten (wapenwedloop) (1p). b) Groot deel bevolking was tegen, maar de regering stemde uiteindelijk in — conflict burgers vs. regering (1p). c) Kruisraketten geplaatst (1986) maar snel verwijderd na INF-verdrag (1987) tussen Reagan en Gorbatsjov (1p).
Vraag 9 (2p)
Rond 2000 nam de polarisatie in Nederland toe.
a) Leg uit welke spanningen er in de samenleving bestonden rond migratie en integratie. (1p)
b) Welke rol speelde Pim Fortuyn (2002) in dit debat? (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Niet iedereen profiteerde van economische groei; kloof burgers-politiek, verzet tegen Europese samenwerking en multiculturalisme, debat over islam in een open samenleving (1p). b) Fortuyn bekritiseerde het multiculturele beleid, stelde dat de islam onverenigbaar was met Nederlandse vrijheden. Zijn moord vergrootte de tegenstellingen en veranderde het politieke landschap (1p).
Vraag 10 (2p)
De dekolonisatie na 1945 had grote gevolgen voor Nederland.
a) Noem twee gevolgen van de dekolonisatie van Indonesie en Suriname voor de Nederlandse samenleving. (2p)
Antwoord
Maximumscore 2 Twee uit: komst repatrianten uit Indonesie (1p), Molukse vluchtelingen, migratie uit Suriname rond 1975, postkoloniale discussie over erfgoed en excuses (1p).