Oefenexamen VMBO — Geschiedenis (GT)
Na 1945 — Koude Oorlog & Nederland nu — 10 vragen — ca. 20 punten
In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.
Oefenexamen VMBO — Geschiedenis (GT)
Na 1945 — Koude Oorlog & Nederland nu — 10 vragen — ca. 20 punten
Vraag 1 (2p)
Bekijk de foto van de Berlijnse Muur.
Na 1945 ontstond de Koude Oorlog tussen de VS en de Sovjet-Unie.
a) Leg uit wat de Koude Oorlog inhield. (1p)
b) Noem twee bondgenootschappen die tijdens de Koude Oorlog ontstonden. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Een periode van spanning tussen de VS (kapitalisme/democratie) en de Sovjet-Unie (communisme/dictatuur) zonder directe oorlog, maar met wapenwedloop en indirecte conflicten (1p). b) NAVO (westers bondgenootschap) en Warschaupact (communistisch bondgenootschap) (1p).
Vraag 2 (2p)
Bekijk de foto van de Berlijnse Muur.
a) Waarom werd de Berlijnse Muur gebouwd (1961)? (1p)
b) Noem twee andere gebeurtenissen uit de Koude Oorlog. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Om te voorkomen dat DDR-burgers naar het Westen vluchtten (brain drain) (1p). b) Twee uit: Hongaarse opstand (1956), Cubacrisis (1962), Praagse Lente (1968), val Berlijnse Muur (1989) (1p).
Vraag 3 (2p)
De dekolonisatie van Indonesie was een belangrijk naoorlogs thema.
a) Beschrijf hoe Indonesie onafhankelijk werd. (1p)
b) Wie was Soekarno? (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Soekarno riep op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid uit. Nederland voerde politionele acties (1947, 1948) maar gaf uiteindelijk de soevereiniteit over in 1949 (1p). b) Soekarno was de leider van de Indonesische nationalisten en werd de eerste president van Indonesie (1p).
Vraag 4 (2p)
Na de oorlog begon Nederland aan de wederopbouw.
a) Noem twee manieren waarop Nederland werd herbouwd. (1p)
b) Leg uit wat het Marshallplan was. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Twee uit: Marshallhulp (VS), emigratie (vertrek naar Australie, Canada), industrialisatie, wederopbouwwijken, geleide loonpolitiek (1p). b) Amerikaans hulpprogramma dat geld gaf aan West-Europese landen voor de wederopbouw, ook om communisme te voorkomen (1p).
Vraag 5 (2p)
Vanaf de jaren '60 veranderde de Nederlandse samenleving ingrijpend.
a) Noem twee sociaal-culturele veranderingen in de jaren '60 en '70. (1p)
b) Leg uit wat ontzuiling inhield. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Twee uit: jongerencultuur, televisie, amerikanisering, Tweede Feministische Golf, toenemende democratisering/inspraak, gastarbeiders (1p). b) Ontzuiling: mensen identificeerden zich steeds minder met hun zuil; de zuilen (partijen, scholen, omroepen) verloren hun grip op de samenleving (1p).
Vraag 6 (2p)
Nederland werd een verzorgingsstaat.
a) Leg uit wat een verzorgingsstaat is. (1p)
b) Waarom kwam de verzorgingsstaat in de jaren '80 onder druk te staan? (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Een staat die zorgt voor sociale zekerheid: uitkeringen bij werkloosheid, ziekte, ouderdom (AOW, WAO, bijstand) (1p). b) Economische crisis: te hoge kosten, werkloosheid steeg, overheld moest bezuinigen (1p).
Vraag 7 (2p)
Nederland werkte mee aan Europese samenwerking.
a) Noem twee stappen in de Europese samenwerking na 1945. (1p)
b) Wanneer werd de euro ingevoerd? (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Twee uit: EGKS (1951), EEG (Verdrag van Rome, 1957), EU (Verdrag van Maastricht, 1993) (1p). b) 2002 (1p).
Vraag 8 (2p)
Bekijk de foto van de Berlijnse Muur.
In 1989 viel de Berlijnse Muur.
a) Waarom viel de Muur? Noem twee oorzaken. (1p)
b) Noem een gevolg van het einde van de Koude Oorlog voor de wereld. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Twee uit: hervormingen Gorbatsjov (glasnost/perestrojka), massale demonstraties in Oost-Europa, DDR-burgers vluchtten via Hongarije, Sovjet-Unie greep niet in (1p). b) Bijv. hereniging Duitsland, einde communistisch Oost-Europa, uiteenvallen Sovjet-Unie, uitbreiding NAVO en EU (1p).
Vraag 9 (2p)
Rond 2000 veranderde het politieke landschap in Nederland.
a) Leg uit welke spanningen er in de samenleving ontstonden. (1p)
b) Wie was Pim Fortuyn en waarom was hij belangrijk? (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Debat over multiculturele samenleving, integratie, islam, terreurdreiging (11 september 2001), kloof burgers-politiek (1p). b) Fortuyn was een politicus die het multiculturele beleid bekritiseerde en opkwam voor ontevreden burgers. Hij werd in 2002 voor de verkiezingen vermoord (opkomst populisme) (1p).
Vraag 10 (2p)
In 1983 werden sociale grondrechten in de Grondwet opgenomen.
a) Noem twee sociale grondrechten. (1p)
b) Leg uit het verschil met de klassieke grondrechten uit 1848. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Twee uit: recht op bestaanszekerheid, onderwijs, gezondheidszorg, woongelegenheid, werk, rechtsbijstand (1p). b) Klassieke grondrechten beschermen de burger tegen de overheid (bijv. vrijheid van meningsuiting). Sociale grondrechten verplichten de overheid om te zorgen voor welzijn (bijv. recht op onderwijs) (1p).