LessonUp Examentraining
Oefenexamens voor jouw leerlingen!

Oefenexamen HAVO - Markt & risico (D+G)

Oefenexamen HAVO — Economie

Markt & risico (D+G) — 10 vragen — ca. 24 punten


1 / 11
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Oefenexamen HAVO — Economie

Markt & risico (D+G) — 10 vragen — ca. 24 punten


Vraag 1 (3p)

Op een markt komen vraag en aanbod samen.
a) Leg uit waarom de vraaglijn daalt en de aanbodlijn stijgt. (1p)
b) Leg uit wat er op een markt gebeurt als de prijs boven de evenwichtsprijs ligt. (1p)
c) Beschrijf wat er met het marktevenwicht gebeurt als het inkomen van consumenten stijgt. (1p)

Vraag 2 (2p)

Prijselasticiteit meet hoe gevoelig de vraag is voor prijsveranderingen.
a) Leg uit wat een prijselasticiteit van -0,5 betekent. (1p)
b) Noem een product met een lage prijselasticiteit en leg uit waarom. (1p)

Vraag 3 (3p)

Een bedrijf heeft kosten en opbrengsten.
a) Leg uit het verschil tussen constante kosten en variabele kosten. Geef bij elk een voorbeeld. (1p)
b) Hoe bereken je de gemiddelde totale kosten (GTK)? (1p)
c) Leg uit wanneer een bedrijf break-even draait. (1p)

Vraag 4 (2p)

Op een markt kunnen verschillende marktvormen voorkomen.
a) Leg uit het verschil tussen volkomen concurrentie en een monopolie. (1p)
b) Leg uit wat marktmacht inhoudt en waarom dit nadelig kan zijn voor consumenten. (1p)

Vraag 5 (2p)

Op een markt kunnen externe effecten optreden.
a) Leg uit het verschil tussen positieve en negatieve externe effecten. Geef bij elk een voorbeeld. (1p)
b) Noem een maatregel die de overheid kan nemen bij een negatief extern effect. (1p)

Vraag 6 (2p)

De overheid kan ingrijpen op markten.
a) Noem twee redenen waarom de overheid ingrijpt op markten (marktfalen). (1p)
b) Leg uit wat het verschil is tussen consumentensurplus en producentensurplus. (1p)

Vraag 7 (2p)

Bekijk de afbeelding van de Amsterdamse grachtengordel.
Risico speelt een rol bij economische beslissingen.
a) Leg uit wat asymmetrische informatie is en waarom dit een probleem kan zijn op een markt. (1p)
b) Geef een voorbeeld van asymmetrische informatie. (1p)

Vraag 8 (2p)

Verzekeren is een manier om risico te beperken.
a) Leg uit waarom mensen zich verzekeren. (1p)
b) Leg uit wat moral hazard is bij verzekeringen en noem een maatregel ertegen. (1p)

Vraag 9 (2p)

Bekijk de afbeelding van de Amsterdamse grachtengordel.
Collectieve goederen zijn een voorbeeld van marktfalen.
a) Leg uit wat een collectief goed is en noem twee kenmerken. (1p)
b) Waarom kan de markt collectieve goederen niet efficien leveren? (1p)

Vraag 10 (2p)

Een producent wil zijn winst maximaliseren.
a) Leg uit bij welke conditie een producent zijn winst maximaliseert (gebruik de begrippen MO en MK). (1p)
b) Leg uit waarom een producent op korte termijn soms met verlies doorproduceert. (1p)