LessonUp Examentraining
Oefenexamens voor jouw leerlingen!

Oefenexamen VMBO - Zintuigen, zenuwstelsel & hormonen

Oefenexamen VMBO — Biologie (GT)

Zintuigen, zenuwstelsel & hormonen — 10 vragen — ca. 20 punten


1 / 11
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolvmbo, mavoLeerjaar 3,4

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Introductie

Deel dit oefenexamen met je leerlingen, zodat ze zich goed kunnen voorbereiden op hun examen. Delen van deze les gaat via de knop 'Delen'. Kies vervolgens voor 'Studenten (link)'. Hiermee hebben de leerlingen ook thuis de volledige interactie.

Onderdelen in deze les

Oefenexamen VMBO — Biologie (GT)

Zintuigen, zenuwstelsel & hormonen — 10 vragen — ca. 20 punten


Vraag 1 (2p)

Het zenuwstelsel stuurt het lichaam aan.
a) Noem de vier onderdelen van het centraal zenuwstelsel en beschrijf hun functie. (1p)
b) Beschrijf de bouw van een zenuwcel (neuron). (1p)

Vraag 2 (2p)

Een reflex is een snelle, onbewuste reactie op een prikkel.
a) Leg uit waarom reflexen belangrijk zijn voor het lichaam. Geef een voorbeeld. (1p)
b) Noem twee voorbeelden van reflexen bij de mens. (1p)

Vraag 3 (2p)

Het oog is een belangrijk zintuig.
a) Noem vier onderdelen van het oog en beschrijf hun functie. (1p)
b) Leg uit hoe het oog scherp kan zien op verschillende afstanden. (1p)

Vraag 4 (2p)

Het oor vangt geluid op.
a) Beschrijf de weg van geluid door het oor, van oorschelp tot hersenen. (1p)
b) Welk deel van het oor is ook belangrijk voor het evenwicht? (1p)

Vraag 5 (2p)

De huid heeft meerdere functies.
a) Noem de drie lagen van de huid en beschrijf van elk een functie. (1p)
b) Leg uit hoe de huid bijdraagt aan de temperatuurregeling van het lichaam. (1p)

Vraag 6 (2p)

Prikkels uit de omgeving worden door zintuigen omgezet in signalen.
a) Leg uit wat er gebeurt als een prikkel door een zintuig wordt waargenomen. (1p)
b) Leg uit wat een drempelwaarde is. (1p)

Vraag 7 (2p)

Hormonen regelen processen in het lichaam.
a) Noem drie hormoonklieren en beschrijf welk hormoon ze produceren en wat de functie ervan is. (1p)
b) Leg uit het verschil in werking tussen het zenuwstelsel en het hormoonstelsel. (1p)

Vraag 8 (2p)

Insuline en glucagon regelen de bloedsuikerspiegel.
a) Leg uit wat er gebeurt als de bloedsuikerspiegel te hoog is. (1p)
b) Leg uit wat diabetes is en wat het verband is met insuline. (1p)

Vraag 9 (2p)

Adrenaline wordt geproduceerd door de bijnieren.
a) Beschrijf drie effecten van adrenaline op het lichaam. (1p)
b) In welke situaties maakt het lichaam adrenaline aan? (1p)

Vraag 10 (2p)

Tijdens de puberteit verandert het lichaam door geslachtshormonen.
a) Noem twee secundaire geslachtskenmerken bij jongens en twee bij meisjes. (1p)
b) Welke hormoonklieren produceren de geslachtshormonen? (1p)