Stichting Leven en Financiën (LEF)
Gratis gastlessen met als doel mbo-studenten financieel zelfredzaam te maken.

Module 1: niveau 3 en 4

Welkom 
bij het LEF-lesprogramma
Module 1: Hoe krijg jij jouw geldzaken op orde?
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschapMBOStudiejaar 1-4

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Instructies

  • Start de les door op de button Start les te klikken
  • De link Printen biedt mogelijkheid om de slides en notities van de les te printen
  • Onder Instructies tref je een overzicht van de module met instructiefilmpjes
  • Onder Werkbladen tref je: de LEF maandbegroting, het werkblad Eindcasus Jayden en de antwoorden op deze casus. De Eindcasus Jayden wordt aan het einde van deze module behandeld als de lesduur 90 minuten bedraagt. Bij een lesduur van 60 minuten wordt deze casus niet behandeld.

Instructies

Werkbladen

Onderdelen in deze les

Welkom 
bij het LEF-lesprogramma
Module 1: Hoe krijg jij jouw geldzaken op orde?

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen van de les

Vorm: open vraag, quizvraag, filmpje, opdracht, woordwolk en poll.

Tijd: 60 minuten

Na deze les kunnen studenten:
  • benoemen welke belangrijke geldzaken zij rond hun 18e moeten regelen of controleren, zoals studiefinanciering, zorgverzekering, zorgtoeslag en belasting;
  • een concreet spaardoel opstellen en berekenen hoeveel zij hiervoor ongeveer per maand moeten sparen;
  • een maandbegroting maken waarin zij hun belangrijkste inkomsten en uitgaven in kaart brengen;
  • beoordelen of hun inkomsten en uitgaven in balans zijn en hoeveel financiële ruimte zij overhouden;
  • mogelijkheden benoemen om hun financiële situatie bij te sturen, bijvoorbeeld door uitgaven aan te passen, inkomsten te controleren of hun spaardoel te veranderen;
  • een aankoop bewust afwegen door te kijken naar noodzaak/wens, totaalprijs, ontbrekende informatie, budget en andere financiële doelen;
  • uitleggen welke gevolgen een financiële keuze heeft voor andere doelen, bijvoorbeeld dat een aankoop betekent dat er minder geld beschikbaar is om te sparen;
  • benoemen waar en bij wie zij betrouwbare hulp kunnen vragen als zij vragen of problemen met geld hebben;
  • één concrete actie formuleren die zij na de les zelf willen uitvoeren om meer grip op hun geld te krijgen.
Geef de studenten bij binnenkomst een blanco naamsticker of naambordje.
Vraag hen hun voornaam erop te schrijven en de sticker zichtbaar op te plakken/neer te zetten.

Heet de groep kort welkom.

Geef aan dat er tijdens de les veel vragen, keuzes en opdrachten voorbijkomen en dat actief meedoen belangrijker is dan alles al weten.

Vraag
Welke financiële keuze denk je dat jongeren van jullie leeftijd het vaakst onderschatten?

Je hoeft hier nog geen uitgebreid gesprek van te maken; één of twee reacties zijn genoeg.

Overgang: Fijn dat jullie er zijn. Voordat we echt beginnen, vertel ik kort wie ik ben, wat we vandaag gaan doen en welke afspraken we tijdens de les met elkaar maken.
Introductie
  • Wie ben ik
  • Spelregels
  • Wat betekent geld voor jou
  • Stellingen
  • Sparen
  • Maandbegroting
  • Slimme shopper
  • Hulp

<ul><li>respectvol</li><li>naar elkaar luisteren</li><li>alles blijft binnen de 4 muren van dit lokaal</li><li>mobiel alleen gebruiken voor LessonUp</li></ul>

Slide 2 - Tekstslide

Introductie
Vorm: De introductie bestaat uit een plenaire inleiding, woordwolk 'Geld' en ervaring docent en/of mbo-student.

Stel jezelf voor (wie ben je en wat voor werk doe je). Waar mogelijk zou je hier ook al een eigen financiële blunder kunnen vertellen.

Druk op het pinnetje en vertel de spelregels.

Vertel wat je vandaag gaat behandelen.


Overgang: Voordat we met alle onderwerpen beginnen: als ik alleen het woord geld zeg, waar denken jullie dan eigenlijk aan?
Waar denk je aan bij geld?

Slide 3 - Open vraag

Waar denk je aan bij geld?
Laat de studenten twee of drie verschillende woorden invullen. Bijvoorbeeld: vrijheid, stress, werken, shoppen, sparen.

Vertel eventueel een korte eigen ervaring met geld of een financiële misser.

Vragen:
  • Waarom kan geld voor de één vrijheid betekenen en voor de ander stress?
  • Wanneer geeft geld jou rust?
  • Wanneer is het juist lastig om keuzes met geld te maken?
  • Denk je vaak na voordat je iets koopt, of meestal pas achteraf?
  • Denk je dat hoe je thuis over geld hebt geleerd invloed heeft op hoe jij nu met geld omgaat?
Let op: vraag niet naar schulden of concrete geldproblemen van individuele studenten. Houd dit eerste gesprek veilig en algemeen.

Overgang: We zien dat geld voor iedereen iets anders kan betekenen. Maar naast hoe je over geld denkt, zijn er ook een paar dingen die je gewoon moet weten. Eens kijken hoeveel jullie daar al van weten.
Jouw kennis over geldzaken
Stellingen: Wat weet je al?

Slide 4 - Tekstslide

Jouw kennis over geldzaken

Algemene instructie:
  1. Vertel dat de studenten verschillende stellingen te zien krijgen waar ze via telefoon op kunnen antwoorden.
  2. Na iedere vraag komt de tussenstand in beeld. Wil je dit niet steeds tonen? Haal dan het vinkje bij 'Toon tussenstand na iedere vraag' weg. Je kunt altijd (door links onderin op 'Leerlingen' te klikken) de tussenstand tonen).

Overgang: We beginnen met iets wat voor bijna iedere mbo-student relevant is: studiefinanciering.
Ik ga naar het mbo en heb
altijd recht op studiefinanciering.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 5 - Quizvraag

Ik ga naar het mbo en heb altijd recht op studiefinanciering.
Deze stelling is niet waar.  

Voor studiefinanciering in het mbo gelden voorwaarden rond leeftijd, opleiding en nationaliteit/verblijfsstatus. Voor een beurs of rentedragende lening moet je bij mbo minimaal 18 jaar zijn en een erkende BOL-opleiding volgen. Het studentenreisproduct kun je al vóór je 18e krijgen.

Vragen:
  • Wie wist dat er verschil zit tussen BOL en BBL?
  • Waarom zou dat verschil belangrijk zijn om te weten?
  • Waar zou jij controleren waar je zelf recht op hebt?
  • Denk je dat jongeren dit meestal zelf regelen of dat ouders dit vaak doen?
  • Is al het geld dat je van DUO krijgt automatisch een gift?
Voor meer uitleg:
https://duo.nl/particulier/studiefinanciering/voorwaarden.jsp

Vraag de studenten ook of ze weten of ze de studiefinanciering terug moeten betalen. Zie: https://duo.nl/particulier/studiefinanciering/gift-of-terugbetalen.jsp

Overgang: Studiefinanciering kan geld opleveren, maar vanaf je 18e krijg je ook nieuwe financiële verantwoordelijkheden. Een belangrijke daarvan is je zorgverzekering.
  
Vanaf je 18e ben je zelf verantwoordelijk voor je zorgverzekering.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 6 - Quizvraag

Vanaf je 18e ben je zelf verantwoordelijk voor je zorgverzekering.
De stelling is waar.  

Vanaf je 18e moet er een zorgverzekering op jouw naam geregeld zijn. Je kunt dit zelf doen of een ouder/verzorger kan dit voor je regelen

Stip hier ook het aanvragen van de zorgtoeslag aan. Vanaf je 18e kun je zorgtoeslag aanvragen als je aan de voorwaarden voldoet. Daar kijken we op de volgende slide naar.

Vragen: 
  • Waarom denk je dat een zorgverzekering vanaf je 18e ineens belangrijk wordt?
  • Weet jij ongeveer wat een zorgverzekering per maand kost?
  • Wat zou er kunnen gebeuren als je dit soort vaste lasten niet meeneemt in wat je iedere maand kunt uitgeven?
  • Waarom is alleen kijken naar de laagste premie niet altijd genoeg?

Extra informatie:
Je kunt naar sites als zorgkiezer, independer of zorgwijzer (1 site laten zien). Hier kun je invullen wat jij denkt dat je nodig hebt. Er komen dan een aantal zorgverzekeraars voorbij met het bedrag dat je per maand gaat betalen. Dit noemen we een premie. De hoogte verschilt per verzekeringsmaatschappij Je hebt een basisverzekering waar bijvoorbeeld een bezoek aan de huisarts van wordt betaald. Wil je ook dat je tandarts of de fysiotherapie kosten worden betaald dan moet je een aanvullende verzekering sluiten. Een extra pakket waardoor je verzekering per maand duurder wordt. Sommige maatschappijen bieden studentenverzekeringen aan. Deze hebben een uitgebreidere dekking waar bijvoorbeeld fysiotherapie in zit.

Overgang: Een zorgverzekering kost iedere maand geld. Om daarbij te helpen bestaat zorgtoeslag. Maar krijgt iedere 18-jarige die automatisch?

Als je 18 jaar bent heb je altijd
recht op zorgtoeslag.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 7 - Quizvraag

Als je 18 jaar bent heb je altijd recht op zorgtoeslag.
Deze stelling is niet waar.  

Extra uitleg. Je moet:
  • een Nederlandse zorgverzekering hebben;
  • 18 jaar of ouder zijn;
  • een inkomen en vermogen onder een bepaalde grens hebben. Vermogen is spaargeld en beleggingen boven een bepaalde grens.
Je kunt met terugwerkende kracht nog zorgtoeslag voor 2025 aanvragen. Dit kan tot en met 31 december 2026.

Vragen: 
  • Waarom denk je dat er voorwaarden zitten aan zorgtoeslag?
  • Wat zou er gebeuren als je recht hebt op zorgtoeslag, maar het niet aanvraagt?
  • Waar zou jij controleren of je er recht op hebt?
  • Wat is financieel het verschil tussen recht hebben op geld en dat geld ook daadwerkelijk ontvangen?”
Op https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/zorgtoeslag/zorgtoeslag vind je alles over toeslagen

Overgang: Naast toeslagen krijg je als je werkt ook met belasting te maken. En daar bestaat ook nogal wat verwarring over.
Als je werkt,
betaal je vanaf je 18e pas inkomstenbelasting.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 8 - Quizvraag

Als je werkt, betaal je vanaf je 18e pas inkomstenbelasting.
Deze stelling is niet waar.  

Extra uitleg:
Als je werkt moet je ook voor je 18e belasting over je loon betalen.

Zie ook: 
https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/jongeren/jongeren

Vragen
  • Wie kijkt weleens naar zijn loonstrook?
  • Weet je wat er van je brutoloon wordt ingehouden?
  • Als er belasting wordt ingehouden, betekent dat dan automatisch dat je dat bedrag definitief kwijt bent?
Die laatste vraag bereidt bewust slide 9 voor.

Overgang: Er kan dus belasting van je loon worden ingehouden. Maar soms is er juist te veel ingehouden. En dan kun je geld terugkrijgen.

Als je een bijbaan hebt, kun je
vaak ieder jaar geld terugvragen
bij de Belastingdienst.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 9 - Quizvraag

Als je een bijbaan hebt, kun je vaak ieder jaar geld terugvragen bij de Belastingdienst.
Dit is waar (maar soms ook niet waar!)

Kernboodschap
Of je geld terugkrijgt, hangt af van hoeveel belasting gedurende het jaar is ingehouden en hoeveel je over het hele jaar daadwerkelijk moest betalen.

Met een bijbaan kun je soms honderden euro’s belasting terugkrijgen. Dit verschilt per situatie. De gepubliceerde cijfers verschillen ook. FNV heeft het over gemiddeld € 250 en de belastingdienst heeft het in 2026 voor 18- tot 23-jarigen met een bijbaan over € 430.

Vertel dat studenten in ieder geval via de belastingaangifte kunnen controleren of er: te veel, precies genoeg of te weinig belasting is ingehouden.

Vragen
  • Waarom denken veel jongeren dat belastingaangifte alleen gaat over geld terugkrijgen?
  • Wat kan er gebeuren als je twee banen tegelijk hebt?
  • Waarom is het slim om eerst te controleren voordat je ervan uitgaat dat je geld krijgt?
  • Wat zou je doen met onverwacht geld dat je terugkrijgt?
Overgang: Of je nu onverwacht belasting terugkrijgt of iedere maand iets overhoudt: de volgende vraag is wat je met geld doet dat je niet direct nodig hebt.
Je kunt alleen goed sparen als je
veel geld verdient.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 10 - Quizvraag

Je kunt alleen goed sparen als je veel geld verdient.
Dit is niet waar! 

Hoeveel je kunt sparen verschilt natuurlijk per situatie. Maar ook kleine bedragen kunnen optellen. Straks gaan we kijken wat voor jou haalbaar is.

Vragen:
  • Wat denk je dat makkelijker werkt: sparen wat je aan het eind van de maand overhoudt, of aan het begin al iets apart zetten?
  • Wat is volgens jullie belangrijker bij sparen: hoeveel je spaart of dat je het regelmatig doet?
  • Kan er ook een situatie zijn waarin iemand simpelweg geen ruimte heeft om te sparen?
  • Wat is het verschil tussen sparen voor een doel en sparen voor onverwachte kosten?

Overgang: Sparen wordt vaak makkelijker als je weet waarvóór je spaart. Daarom gaan we nu kijken naar een concreet spaardoel.

Dit geeft meteen gesprek zonder dat je zegt dat iedere student móét kunnen sparen.
Wat is jouw spaardoel?

Slide 11 - Tekstslide

Wat is jouw spaardoel?

Overgang: Voordat jullie zelf een doel kiezen, gaan we eerst horen hoe andere mbo-studenten hierover denken.
Spaar jij?

Slide 12 - Tekstslide

Filmpje
  1. Laat het filmpje zien. Dit filmpje is speciaal voor LEF gemaakt door Emma Mouthaan (Finfluencer). Ze vraagt aan studenten of zij sparen.
Reflectie direct na het filmpje
  • Wat herkende je uit het filmpje?
  • Hoorde je iets waar jij anders over denkt? Welke reden om wel of niet te sparen vond je herkenbaar?
Overgang: Jullie hebben nu verschillende voorbeelden gehoord. Nu is de vraag: waar zou jij zelf voor willen sparen?
Waar spaar jij voor
of waar wil je voor gaan sparen?
Voeg een foto en/of tekst toe

Slide 13 - Open vraag

Waar spaar jij voor of waar wil je voor gaan sparen?
  1. Vraag de studenten een foto en/of tekst toe te voegen van hetgeen zij voor (willen) sparen. 
  2. Om verdere interactie te krijgen kun je het volgende van een paar studenten op een bord zetten
  • Mijn spaardoel: ____________________________________
  • Kosten: € __________ 
  • Ik wil dit bereikt hebben in maand ..
  • Ik heb al gespaard: €…
  • Nog nodig: €…
  • Aantal maanden: …
  • Ik moet dus ongeveer €… per maand sparen.
Doorvragen
  • Waarom heb je juist dit spaardoel gekozen?
  • Wat maakt een spaardoel makkelijker om vol te houden?
  • Wat zou ervoor kunnen zorgen dat je je doel niet haalt?
  • Kun je het bedrag aanpassen, de tijd aanpassen of allebei?
  • Is niet sparen altijd een slechte keuze?
  • Wat is realistischer als je het bedrag niet haalt: je maandbedrag verhogen, je deadline aanpassen of je doel aanpassen?
Overgang: Een doel hebben is één ding. Maar om te weten of je dat doel ook kunt halen, moet je weten hoeveel geld je eigenlijk iedere maand overhoudt. Daarvoor heb je overzicht nodig.
Maandbegroting
(Hoe) houd jij je inkomsten en uitgaven bij?

Slide 14 - Tekstslide

Maandbegroting
Je kunt als start de onderstaande vragen stellen.

Vragen
  • Wie weet ongeveer hoeveel geld er iedere maand binnenkomt?
  • En wie weet ongeveer hoeveel eruit gaat? Welke van die twee denk je dat mensen meestal beter weten?
  • Is weten hoeveel saldo je nu hebt hetzelfde als weten hoeveel je deze maand nog kunt uitgeven?

Overgang: Maar waarom zou je eigenlijk moeite doen om dat allemaal bij te houden? Wat levert zo’n overzicht je op?
Waarom is het handig om te weten
wat er binnenkomt en wat eruit gaat?

Slide 15 - Open vraag

Waarom is het handig om te weten wat er binnenkomt en wat eruit gaat?
Laat studenten hun antwoord invullen.

Vat samen in drie kernpunten:
Overzicht → vooruitkijken → bijsturen.

Een begroting helpt je zien:
waar je geld naartoe gaat, wat eraan komt en wat je eventueel kunt veranderen.

Vertel aan de studenten dat ze een maandbegroting in gaan vullen. Vraag de studenten eerst een voordeel te noemen van het maken van een begroting. Bijvoorbeeld:
- Om een goed inzicht te krijgen in wat jij nu eigenlijk kunt sparen is het belangrijk dat je inzicht hebt in je inkomsten en uitgaven. We noemen dit een 'begroting'. - Wat houd je per maand over?
- Het verkrijgen van inzicht in waar je je geld aan uitgeeft. Kun je ergens op besparen? Bijvoorbeeld abonnementen.
- Mis je inkomsten? (bijvoorbeeld zorgtoeslag, teruggave belasting). Kijk op: www.berekenuwrecht.nl
- Helpt geldzorgen te voorkomen. Beter plannen, minder stress.
- Helpt in actie te komen bij veranderingen.
- Voorkomt impulsaankopen door betere inschatting of ze voor de uitgave geld hebben.

Vragen: 
  • Wat zou je kunnen ontdekken als je een maand al je uitgaven bijhoudt?
  • Wanneer merk je meestal dat je te veel hebt uitgegeven: vooraf of pas als je rekening bijna leeg is?
  • Kan overzicht hebben ook rust geven? Waarom?

Overgang: Als overzicht handig is, komt de volgende vraag: hoe houd je dat dan bij? Gelukkig hoeft dat niet allemaal met pen en papier.
Hoe houd jij je geld bij?
Voor iedereen gratis toegankelijk
Bank-apps
Banken bieden vaak de mogelijkheid (in hun bankierenapp) om meer grip op je geld te krijgen. Bijvoorbeeld de Rabobank app - onderdeel Inzicht (klik <a href="https://www.rabobank.nl/particulieren/online-bankieren/inzicht">hier</a> voor meer info)
Meer bekijken?
Klik <a href="https://www.wijzeringeldzaken.nl/huishoudboekjes/">hier</a> voor een overzicht van (digitale) huishoudboekjes.<div><br></div><div>Je kunt ze ook vinden via Humanitas (Get-a-Grip), Geldfit of via apps die je kunt koppelen aan je bank.</div>

Slide 16 - Tekstslide

Hoe houd jij je geld bij?
Laat een aantal voorbeelden zien door op het bolletje te klikken en eventueel de link:
  • Gratis toegankelijk voor iedereen: Bijvoorbeeld het NIBUD model.
  • Bank-apps: Veel bankapps geven automatisch inzicht in inkomsten en uitgaven of bieden potjes/spaardoelen. Zo biedt bijv. ING de mogelijkheid om op je spaarrekening een tijdslot van 4 uur te zetten.
  • Klik op 'Meer bekijken' en vertel dat 'Wijzer in geldzaken' een overzicht biedt van handige apps.
Vragen
  • Wie kijkt regelmatig in zijn bank-app?
  • Kijk je dan alleen naar je saldo of ook waar je geld naartoe is gegaan?
  • Welke manier zou bij jou het beste werken: automatisch in een app of zelf bijhouden?
Overgang: We hebben er nu genoeg over gepraat. Jullie gaan zelf ervaren wat zo’n overzicht je laat zien.
Opdracht: maandbegroting maken

Slide 17 - Tekstslide

Opdracht maandbegroting maken
Deel de maandbegroting uit.

Leg uit dat ze een overzicht van de inkomsten en uitgaven gaan maken en laat iedere student dit maken.

Aanpak
Leg kort inkomsten en uitgaven uit.
Studenten kiezen eigen cijfers of voorbeeldcijfers.
Eerst alle inkomsten.
Daarna alle uitgaven.
Uitgaven optellen.
Inkomsten minus uitgaven.
Laat ze één uitgave markeren die eventueel te veranderen is.

Vraag of ze één vaste uitgave markeren waarop ze zelf invloed hebben.

Loop rond en help, maar kijk niet ongevraagd mee met persoonlijke bedragen.

Reflectievragen na de opdracht
  • Wat valt je op aan je begroting?
  • Was er een uitgave die hoger was dan je dacht?
  • Welke uitgave kun je makkelijk veranderen?
  • Welke uitgave kun je bijna niet veranderen?
  • Is geld overhouden hetzelfde als financieel veilig zitten?
  • Hoeveel daarvan zou je willen sparen en hoeveel wil je beschikbaar houden?
  • Wat gebeurt er als je volgende maand € 100 minder inkomsten hebt?
  • Heb je geld over omdat je goed plant, of toevallig omdat je deze maand weinig uitgaven hebt?
  • Welke uitgave vind jij belangrijk genoeg om juist níét op te besparen?
Door op de maandbegroting te klikken kun je de afbeelding groter maken.

Overgang: Nu je weet wat er binnenkomt, wat eruit gaat en wat je ongeveer overhoudt, kunnen we terug naar het spaardoel waarmee we begonnen. Is dat doel eigenlijk haalbaar?

Ga je je spaardoel halen?
Nee

Ja

Weet niet

Slide 18 - Tekstslide

Ga je je spaardoel halen?
De studenten hebben uitgerekend wat ze per maand overhouden en kunnen dus uitrekenen of ze hun spaardoel kunnen halen.

  1.  Stel de vraag: Ga je het halen? Je  kunt hier handen laten opsteken.
  2. Vraag één student die wil delen waardoor het doel nog niet haalbaar is. Bespreek vervolgens klassikaal welke mogelijkheden er zijn.
  3. Vraag of er studenten zijn die het nog niet gaan halen of niet weten. Wat heb je nodig om het wel te halen?
Vragen:
  • Welke aanpassing zou het meeste verschil maken?
  • Wat heb je zelf in de hand?
  • Welke verandering zou je juist niet willen maken?
Overgang: Als je doel nog niet haalbaar is, kun je aan verschillende knoppen draaien. Eén daarvan is kijken of je ergens minder aan wilt uitgeven.
Kun je ergens op besparen?

Slide 19 - Woordweb

Kun je ergens op besparen?
  1. Vraag de studenten waar ze op kunnen besparen. 
  2. Klik op de wolkjes om de antwoorden te bekijken.
Zou je iets kunnen veranderen om je spaardoel wel te halen?

Vraag of iemand een goede bespaartip heeft.

Reflectievragen
  • Waar zou jij eventueel minder aan kunnen uitgeven?
  • Waar wil jij juist níét op besparen?
  • Wanneer wordt besparen te streng?
  • Wat is makkelijker: € 50 in één keer minder uitgeven of vijf keer € 10?
  • Wat werkt beter voor jou: minder uitgeven of eerst automatisch sparen?
  • Als je € 3 per schooldag uitgeeft aan eten of drinken, hoeveel wordt dat ongeveer per maand?
  • Wanneer is besparen slim en wanneer gaat het ten koste van iets dat jij belangrijk vindt?
Overgang: Minder uitgeven is één manier om grip op je geld te houden. Maar slim met geld omgaan betekent meer dan alleen besparen. Het gaat ook om hoe je beslist vóórdat je iets koopt.
Ben ik een slimme shopper?

Slide 20 - Tekstslide

Ben ik een slimme shopper?

Je hebt net gekeken wat er bij jou binnenkomt en uitgaat. Maar weten hoeveel geld je hebt is één ding. Daarna moet je nog keuzes maken. Winkels en apps maken kopen heel makkelijk. Hoe zorg je dat jíj bepaalt waar je geld naartoe gaat?

Vragen
  • Wat betekent ‘slim shoppen’ volgens jou? Is iemand die altijd het goedkoopste koopt automatisch een slimme shopper?
  • Wanneer vind jij een aankoop achteraf een goede aankoop?
  • Is een slimme shopper iemand die zo weinig mogelijk uitgeeft, of iemand die bewust kiest?
Overgang: Laten we kijken hoe dat in de praktijk werkt. Je krijgt een situatie waarin je moet kiezen.
Je hebt deze maand € 60 over.
Je wilt € 40 sparen voor je rijbewijs.
Dan zie je schoenen die je graag wilt: € 80 NU € 55
Alleen vandaag! Wat doe jij?
Ik koop ze meteen
Ik denk eerst na
Ik koop ze niet
Weet niet

Slide 21 - Poll

Wat doe jij?
Vraag studenten met verschillende antwoorden:
Waarom koos jij A/B/C/D?

Doorvraag
  • Wat zou je willen weten voordat je beslist?
  • Kun je de schoenen betalen?
  • Kun je iets betalen omdat het geld op je rekening staat, of moet je ook kijken waar dat geld eigenlijk voor bedoeld was?
  • Wat verlies je als je de schoenen koopt, behalve € 55 (rijbewijs)? 
Overgang: Er ontbreekt dus nog informatie voordat je echt een goede beslissing kunt nemen. Wat zou jij normaal gesproken eerst controleren?
Voordat ik iets koop, check ik…

Slide 22 - Woordweb

Voordat ik iets koop, check ik…
Laat de studenten antwoorden.

Mogelijke antwoorden:
  • Heb ik het echt nodig/wil ik het echt?
  • Heb ik er geld voor?
  • Past het in mijn begroting?
  • Heb ik nog andere uitgaven?
  • Kan ik het ergens goedkoper krijgen?
  • Is het echt korting?
  • Kan ik even wachten?
  • Wat gebeurt er met mijn spaardoel?
Doorvragen
  • Welke check doe jij zelf al?
  • Welke vergeet je vaak?
  • Waarom kopen mensen soms toch iets terwijl ze weten dat het eigenlijk niet handig is?
  • Wat is sterker: weten dat iets niet slim is of de verleiding op dat moment kunnen weerstaan?
Overgang: Jullie noemen eigenlijk een heleboel verschillende checks. Die kunnen we terugbrengen tot vier simpele stappen die je bij bijna iedere aankoop kunt gebruiken.
Aankoopcheck
Stop:              Wil ik het echt? Is er echt haast?
Totaalprijs:  Wat kost het echt?
Onderzoek:  Welke belangrijke informatie mis ik nog?
Past het:       Past deze aankoop binnen mijn budget én bij  
                        mijn doelen?

Slide 23 - Tekstslide

Aankoopcheck
Dit is een eenvoudige regel die de studenten bij elke aankoop die ze willen doen kunnen hanteren.

Als je de schoenen koopt, blijft er € 5 over en gaat er deze maand niets of veel minder naar je rijbewijs. Dat mag een keuze zijn zolang je die keuze bewust maakt.

Reflectievragen
  • Is de goedkoopste keuze altijd de beste keuze?
  • Is sparen altijd de beste keuze?
  • Wanneer is iets voor jou het geld waard?
  • Wat is belangrijker: wat je nu wilt of je doel voor later? Is dat altijd hetzelfde?

Overgang: Een checklist kennen is handig, maar hij helpt pas als je hem ook echt gebruikt. Daarom maken we het nu persoonlijk: wat zou jij de volgende keer vóór een aankoop kunnen doen?
De volgende keer dat
ik iets wil kopen, ga ik eerst…

Slide 24 - Open vraag

De volgende keer dat ik iets wil kopen, ga ik eerst…

Voorbeelden die kunnen verschijnen:
  • mijn saldo bekijken;
  • mijn spaardoel checken;
  • een dag wachten;
  • prijzen vergelijken;
  • kijken of ik het echt nodig heb;
  • bedenken welke uitgaven nog komen.
Vraag twee of drie antwoorden uit.

Vragen
  • Welke van de antwoorden zou voor jou echt haalbaar zijn?
  • Welke kleine verandering zou het meeste verschil kunnen maken?
  • Wat zou ervoor kunnen zorgen dat je jouw voornemen toch vergeet?
  • Wanneer ga je dit proberen? Bijvoorbeeld: De volgende keer dat ik online kleding bestel, wacht ik eerst één dag.
Sluit af met:
Een slimme shopper koopt niet per se minder. Een slimme shopper weet waarom hij of zij iets koopt en wat die keuze voor de rest van het budget betekent.

Overgang: Bewuster kiezen en plannen kan geldproblemen helpen voorkomen. Maar soms lukt het ondanks alles niet of gebeuren er onverwachte dingen. Dan is het minstens zo belangrijk dat je weet waar je hulp kunt krijgen.

Hulp bij geldzaken
Wat of wie kan je helpen?

Slide 25 - Tekstslide

Hulp bij geldzaken

Vraag
Wanneer is een geldprobleem volgens jou groot genoeg om hulp te vragen?

En daarna:
Wat is meestal slimmer: wachten tot het echt misgaat of al hulp vragen als je merkt dat je overzicht verliest?

Kernboodschap
Hulp vragen hoeft niet pas als je schulden hebt.

Overgang: Maar als je hulp wilt vragen: bij wie zou jij als eerste beginnen?
Bij wie vraag jij hulp als je geldproblemen hebt?

Slide 26 - Woordweb

Bij wie vraag jij hulp als je geldproblemen hebt?
  1. Stel de vraag: Bij wie vraag jij hulp als je geldproblemen hebt?
  2. Bespreek kort de antwoorden (houd de antwoorden anoniem door maar één keer op het antwoord te klikken).
  3. Vraag na de eerste reacties expliciet door naar de drempel waarom mensen niet om hulp vragen. 
  4. Sluit eventueel af met een korte, persoonlijke uitspraak (bijvoorbeeld een moment waarop hulp vragen voor jou normaal was). Dit verlaagt de drempel voor studenten om dit later ook te doen.
Vragen: 
  • Wat maakt het lastig om hulp te vragen als je geldproblemen hebt? Is dat schaamte, niet weten waar je moet zijn, of iets anders? 
  • Waarom wachten mensen soms lang voordat ze hulp vragen?
  • Als je nu geldproblemen zou hebben: bij wie zou jíj als eerste aankloppen?
  • Wat zou jij tegen een vriend zeggen die niet durft te vertellen dat hij geldproblemen heeft?

Overgang: Familie, vrienden of iemand op school kunnen helpen. Maar er zijn ook organisaties waar je terechtkunt, soms zelfs anoniem en gratis.
Waar kan ik hulp krijgen?
Geldfit
<a href="http://www.geldfit.nl">WWW.GELDFIT.NL</a>
Humanitas
<a href="http://www.humanitas.nl">http://www.humanitas.nl</a>
School
NIBUD
<a href="http://www.nibud.nl">www.nibud.nl</a>
Gemeente

Slide 27 - Tekstslide

Waar kan ik hulp krijgen?
Dit zijn een paar voorbeelden waar studenten hulp kunnen zoeken of informatie kunnen vinden. Door op het bolletje te klikken bij Geldfit, Nibud en Humanitas kun je naar de website:
  1. School: Vraag bij jouw school wie kan helpen, bijvoorbeeld een mentor, studentbegeleider of financieel aanspreekpunt.
  2. Geldfit: Gratis hulp bij geldvragen. Je kunt bellen, chatten of WhatsAppen en desgewenst anoniem contact opnemen. Geldfit kan ook doorverwijzen naar hulp in de buurt.
  3. Nibud: Betrouwbare informatie, rekentools en uitleg over geld. 
  4. Gemeente: De gemeente kan helpen bij geldproblemen en schulden.
  5. Humanitas: Op veel plaatsen kun je praktische ondersteuning krijgen bij administratie en overzicht.
Vragen
  • Welke van deze organisaties kende je al? Waar zou je zelf het makkelijkst naartoe stappen?
  • Wat maakt anonieme hulp voor sommige jongeren prettig?
  • Waarom is het handig om hulp te zoeken vóórdat schulden groter worden?

Overgang: Je weet nu waar je terechtkunt als je iets zelf niet kunt oplossen. Maar wat uit deze hele les ga jij daadwerkelijk gebruiken?
Noem 1 ding dat je vandaag hebt geleerd
en  dat je ook wilt gaan gebruiken.

Slide 28 - Open vraag

Noem 1 ding dat je vandaag hebt geleerd en  dat je ook wilt gaan gebruiken.

Vragen: 
  • Wat ga je doen?
  • Wanneer ga je dat doen?
  • Wat is je eerste stap?

Voorbeelden kunnen zijn:
  • Deze week check ik waar mijn geld vorige maand aan opging.
  • Ik zet vanaf mijn volgende salaris automatisch € 25 apart.
  • Voor mijn volgende grote aankoop wacht ik één dag.
  • Ik controleer of ik belastingaangifte kan doen.
Overgang: Voordat we afronden, willen we nog kort weten wat deze lessen jullie hebben opgeleverd. Daarom vullen jullie nu de impactmeting in.

Slide 29 - Link

LET OP:
Hier vragen we de studenten om de impact eindmeting in te vullen. Dit is voor LEF zeer belangrijk in verband met verantwoording richting onze sponsoren.

Volg onderstaande instructies:
  1. Zet het vinkje onderaan bij 'Toon bij leerling' aan zodat de studenten de link kunnen openen.
  2. Nodig iedereen uit om de impact eindmeting in te vullen.
De impactmeting bestaat uit 4 vragen en 3 stellingen. Het invullen duurt een paar minuten.

Overgang bij les van 60 minuten en er volgt nog Module 2 : We gaan nu kijken over welk onderwerp jullie volgende keer meer willen horen.

Overgang bij 90 minuten les: We gaan nu een eindcasus Jayden maken waarmee we het geleerde in de praktijk gaan brengen.

Vooruitblik/Eindcasus


     Vooruitblik


      Eindcasus

Slide 30 - Tekstslide

Vooruitblik/Eindcasus

Lesduur 60 minuten
Volgt er nog een volgende les (module 2)? Kies dan voor Vooruitblik. Zo niet, klik dan door naar de volgende slide en rond de les af.

Lesduur 90 minuten
Klik op Eindcasus om de eindcasus op te starten.
Bedankt voor jouw deelname aan deze gastles!

Slide 31 - Tekstslide

Bedankt
Het doel is niet dat je na vandaag alles over geld weet, maar dat je beter weet hoe je een keuze kunt controleren, waar je informatie vindt en wanneer je actie moet nemen.