Op een koude ochtend, op negentien november, riep Sinterklaas zijn pieten bij zich. “Lieve pieten,” zei hij, “het is tijd om aan de slag te gaan! We moeten veel werk verzetten voor vanavond. Er zijn achtendertig cadeaus die ingepakt moeten worden en dertig zakken vol pepernoten, die klaar moeten staan. We gaan vanavond naar een paar Nederlandse scholen, waar wel vijfenveertig lieve kinderen Nederlands leren.”