Van Gogh Museum
Haal Van Gogh in de klas

StoryZoo Van Gogh Museum afl. 2 - Herfst

StoryZoo

Van Gogh Museum


Aflevering 2: Herfst

1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
Beeldende vormingKunstzinnige oriëntatieBasisschoolGroep 1-3

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Introductie

Bax, Toby en Pepper uit StoryZoo bezoeken het Van Gogh Museum. Ze ontdekken dat Vincent van Gogh ook in de herfst graag buiten schilderde.

Instructies

De afleveringen van StoryZoo in het Van Gogh Museum beginnen steeds met dezelfde introductie van Vincent van Gogh. Daarna wordt ingezoomd op het onderwerp van de aflevering. Kies daartoe één of meerdere opdrachten van slide 4 t/m 15. De les kan naar eigen inzicht worden uitgebreid of ingekort.

Algemene leerdoelen bij de opdrachten
1.    De kinderen herkennen en gebruiken woorden die te maken hebben met het weer, de seizoenen (jaargetijden), plaats, kleding en gevoelens.
2.    De kinderen herkennen de seizoenen op schilderijen en foto’s en kunnen dit onderbouwen (weer, bomen, kleuren).
3.    De kinderen weten welke kleding geschikt is voor welk seizoen.
4.    De kinderen kunnen kleuren kiezen voor een kleurplaat op basis van een specifiek seizoen.

Thema’s (woorden)
1. Natuur: de boom, het blad [de bladeren, de blaadjes], de tak, de bloem, de bloesem, de zon, schijnen, de wind, waaien, blazen, de regen, regenen, vallen, de sneeuw, sneeuwen, de hagel, hagelen, de storm, stormen, de mist, koud, de vogel, het nest, het ei
2. Seizoenen: het seizoen / het jaargetijde, de lente / het voorjaar, de zomer, de herfst / het najaar, de winter
3. Plaats: de boomgaard, de laan, de kerk
4. Kleding: de dikke / warme en dunne / koele kleding, de zomerjas, de regenjas, de winterjas, de sjaal / de das, de wanten, de handschoenen, de (stro)hoed, muts, de pet, de broek, de rok, de trui, het vest, de dichte en open schoenen, de veterschoenen, de laarzen
5. Gevoelens: blij, verdrietig, bang, boos, fijn, vervelend

Benodigde materialen
- Kleurpotloden en/of stiften
- Kleurplaat van het kerkje (zie bijlage)

Differentiatie
In de les worden per werkvorm suggesties gedaan voor differentiatie.

Achtergrondinformatie
In deze les komen de volgende schilderijen voor:
1. Hutten, 1883
2. Het uitgaan van de Hervormde Kerk te Nuenen, 1884-1885
3. Populierenlaan in de herfst, 1884
4. Vogelnesten, 1885
5. Schoenen, 1886
6. Zelfportret, 1887
7. Zelfportret met strohoed, 1887
8. Zelfportret met grijze vilthoed, 1887
9. Zelfportret met pijp en strohoed, 1887
10. Zelfportret als schilder, 1887-1888
11. De roze boomgaard, 1888
12. Het Gele Huis (De straat), 1888
13. Zonnebloemen, 1889
14. Tuin van de inrichting Saint-Paul ('Het vallen van de bladeren'), 1889
15. Landschap met konijnen, 1889
16. Herinnering aan Brabant, 1890
17. Ondergesneeuwd veld met een eg (naar Millet), 1890

Werkbladen

Onderdelen in deze les

StoryZoo

Van Gogh Museum


Aflevering 2: Herfst

Slide 1 - Tekstslide

Vraag de leerlingen wat ze allemaal op de afbeelding zien. Herkennen ze Toby en Pepper?

Vertel vervolgens: we gaan samen kijken naar een filmpje over de beroemde kunstenaar Vincent Van Gogh. Bax, Toby en Pepper van StoryZoo ontdekken dat Vincent graag buiten schilderde, ook in de herfst.

Slide 2 - Video

Tijdsduur filmpje: 10 min.

Slide 3 - Tekstslide

Bespreek het filmpje kort na. Wat hebben de leerlingen gezien? Hebben ze gehoord welke taal Pepper spreekt?

Vertel vervolgens dat jullie gaan kijken naar... (benoem het onderwerp van de gekozen opdracht).

Wat draag jij vandaag?

Slide 4 - Tekstslide

Vertel: In het filmpje zagen we deze schoenen. Weten jullie nog van wie ze zijn?


Stap 1 Bespreek welke kleding de leerlingen dragen: dikke / warme of dunne / koele kleding? Hebben ze open of dichte schoenen aan? Waarom dragen ze juist deze kleding?

Stap 2 Kijk met de leerlingen naar buiten en bespreek wat voor weer het vandaag is. Schijnt de zon? Is het bewolkt? Enzovoort. Zoek de verbinding tussen het weer en de kleding.

Vincent

Slide 5 - Tekstslide

Stap 3 Bekijk met de leerlingen Vincents schoenen. Stel de open vraag 'Wat zie je aan de schoenen?' en vervolgens 'Wie ziet nog iets anders?' Probeer zoveel mogelijk details te laten benoemen: het zijn veterschoenen, oude schoenen, hoge schoenen; ze zijn zwart, donkerbruin, versleten; etc..

En zijn deze schoenen voor binnen of voor buiten?


Let op Op deze slide staan twee details van Vincents schoenen. Rechts staat het schilderij in zijn geheel. Inzoomen kan door op het schilderij te klikken. Door op de hotspot linksonder te klikken komt Vincent zelf tevoorschijn: hij heeft de schoenen geschilderd.

herfstbos

Slide 6 - Tekstslide

Vertel: Vincent hield van de natuur. In de herfst ging hij óók graag naar buiten, op zoek naar een onderwerp om te schilderen.

 

Stap 1 Laat de leerlingen benoemen wat ze zien. Ga dieper in op de kleuren en de woorden: het bos, de boom, de takken, de bladeren.
Stap 2 Probeer de fantasie van de leerlingen te prikkelen: als ze in de foto stappen en in het bos staan, wat horen en zien ze daar dan? Hoe zouden ze zich daar voelen (warm, koud, blij, verdrietig, bang, boos, fijn, vervelend)? Wat zou je allemaal kunnen doen in dat mooie herfstbos?

Winter
Lente
Zomer
Herfst
seizoenen

Slide 7 - Tekstslide

Stap 1 Klik op de hotspots om de foto's zichtbaar te maken. Bespreek ze met de leerlingen. Wat valt hen op?
Stap 2 Stel specifiekere vragen over wat er te zien is. Benoem bijv. de lichte en de donkere kleuren. Ga dieper in op de zichtbare overeenkomsten en verschillen. Benoem hierbij de kleuren en gebruik de woorden het bos, de boom, de takken, de bladeren.
Stap 3 Wie weet er waarom de foto's zo verschillend zijn? Benoem de seizoenen en bied eventueel synoniemen aan: jaargetijden, de lente / het voorjaar, de zomer, de herfst / het najaar, de winter.
boom
seizoenen

Slide 8 - Tekstslide

Stap 4 Beeld samen met de leerlingen een boom uit in de verschillende seizoenen, door met omhoog gespreide armen rechtop te staan.
In de lente gaan bomen groeien dus strek je je uit; ook de vingers aan je handen strekken zich als blaadjes uit.
In de zomer sta je in de zon en zwaai je zachtjes heen en weer in de wind.
In de herfst waait het heel hard, laten de blaadjes los en valt er regen op je hoofd. In de winter ga je in winterslaap en sta je heel stil op je plek.
En kan een boom het eigenlijk koud hebben? Wat zou hij dan doen?
regenjas

Slide 9 - Tekstslide

Bespreek met de leerlingen welke kleren bij welk seizoen passen.

Stap 1 Wie weet er nog wat Toby en de meneer op het schilderij voor kleren aan hebben? Welk seizoen was het daar ook alweer?
Stap 2 Vraag de leerlingen vervolgens het huidige seizoen en het weer te benoemen, en bespreek de kleding die ze vandaag aanhebben.
Stap 3 Als het nou een ander seizoen / ander weer zou zijn, welke kleren zou je dán dragen? Denk aan
warm weer:
de zomerjas, de hoed (Vincent droeg een strohoed), de korte broek, de rok, de open schoenen, dunne kleren
nat weer:
de regenjas, de pet, de laarzen
koud weer: de winterjas, de muts, de sjaal / de das, de wanten, de handschoenen, de lange broek, de trui, het vest, de dichte schoenen, de veterschoenen (denk maar aan de schoenen van Vincent), de laarzen, dikke / warme kleren

Slide 10 - Tekstslide

Vertel: Vincent was vaak lekker in de buitenlucht. Hij wandelde graag door de velden en de bossen. Onderweg zag hij allerlei dingen die hij kon schilderen. Kijk maar eens naar de bomen op deze schilderijen. Die heeft Vincent ook geschilderd.


Stap 1 Bespreek de twee schilderijen met de leerlingen. Wat valt hen op? Wat is hetzelfde? Wat is anders?

Benoem de woorden: de boom, de takken, de (jonge / groene) bladeren / blaadjes, de bloem / de bloesem.

welk seizoen is het?
A
lente
B
zomer
C
herfst
D
winter

Slide 11 - Quizvraag

Stap 2 Vraag de leerlingen welk seizoen ze hier denken te zien. Help ze eventueel op weg door een gesloten vraag te stellen: is het voorjaar / lente, zomer, najaar / herfst of winter?

Slide 12 - Tekstslide

Stap 1 Bespreek de twee schilderijen met de leerlingen. Wat valt hen op? Wat is hetzelfde? Wat is anders?

Benoem de woorden: de boom, de takken, de bladeren / blaadjes.
Stap 2 Op het schilderij rechts vallen de blaadjes van de bomen. Weten de leerlingen nog waarom dat eigenlijk gebeurt? Zoals Pepper het in het filmpje zegt: 'de bomen gaan slapen in de winter'. Als bomen in winterslaap gaan, hebben ze hun blaadjes niet meer nodig.

welk seizoen is het?
A
lente
B
zomer
C
herfst
D
winter

Slide 13 - Quizvraag

Stap 2 Vraag de leerlingen welk seizoen ze hier denken te zien. Help ze eventueel op weg door een gesloten vraag te stellen: is het voorjaar / lente, zomer, najaar / herfst of winter?
welk seizoen hoort bij welk schilderij?

Slide 14 - Tekstslide

Vertel dat Vincent het liefst schilderde wat hij in het echt kon zien. Hij ging graag naar buiten en schilderde dan de natuur, de gebouwen en de mensen die hij zag. Op zijn schilderijen kunnen wij zien wat Vincent zag!


Stap 1 Laat de leerlingen raden welk seizoen ze op welk schilderij zien. Dit kan klassikaal, maar de leerlingen kunnen ook eerst overleggen in tweetallen of kleine groepjes.
- Lente /voorjaar: De roze boomgaard

- Zomer:  De oogst
- Herfst:  Het uitgaan van de Hervormde kerk te Nuenen
- Winter: Ondergesneeuwd veld met een eg (naar Millet)
Stap 3 Bespreek de bevindingen. Laat de leerlingen refereren aan de natuur (bomen, bladeren, lucht, kleuren, weer).

Kleurplaat

Slide 15 - Tekstslide

Stap 1 Bekijk samen de kleurplaat van 'Het kerkje'. Benoem nog even dat het schilderij in het najaar / de herfst is gemaakt en waarom we dat weten. Vraag de leerlingen vervolgens 'in hun hoofd' drie herfstkleuren te kiezen die ze voor de kleurplaat willen gebruiken. Laat ze tenslotte aan elkaar of u uitleggen waarom ze voor die kleuren kiezen.
Stap 2 Deel de kleurplaten uit en zet de leerlingen aan het werk. Evalueer daarna.

Differentiatie: laat de leerlingen kleuren gebruiken waarmee ze van de herfst een heel ander seizoen kunnen maken.