Van Gogh Museum
Haal Van Gogh in de klas

Een schilderij in 11 woorden

1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
TaalBasisschoolGroep 4-8

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min

Introductie

Aan de hand van een schilderij van Vincent van Gogh schrijven de leerlingen een 'Elfje', een kort gedicht van elf woorden.

Instructies

Algemene leerdoelen
- De leerlingen bekijken een schilderij van Vincent van Gogh en beschrijven dit in een kort gedicht van elf woorden.

Kerndoelen
1, 5, 9, 53, 54, 55, 56

Benodigde materialen
- Schrijfmateriaal
- Voor elke leerling een vel papier of het Werkblad Elfje

Differentiatie:
1. Maak voorafgaand aan de individuele verwerking bij één van de schilderijen een 'klassikaal Elfje'. Bij elk schilderij wordt een voorbeeld gegeven.
2. De les kan geheel mondeling worden gegeven door de Elfjes samen met de leerlingen te maken.

Werkbladen

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Vertel: Ik laat jullie een schilderij zien dat Vincent van Gogh maakte toen hij in het zuiden van Frankrijk woonde, in het stadje Arles. Kijk er eens goed naar en probeer zoveel mogelijk te onthouden van wat je ziet. Tel vervolgens langzaam af van 10 tot 1 en ga dan naar de volgende slide. Het Gele Huis (De straat), 1888
Het Gele Huis

Slide 2 - Woordweb

Vraag de leerlingen daarna zoveel mogelijk objecten en kleuren te benoemen die ze op het schilderij hebben gezien. De mogelijkheden kunnen op het bord worden geschreven door het potlood in het menu aan te klikken.

Slide 3 - Tekstslide

Laat kort de objecten of kleuren benoemen die niet in het woordweb stonden.




Zomerdag
geel huis
onder blauwe lucht
stoomtrein over een brug
Arles

Slide 4 - Tekstslide

Lees daarna het gedicht voor. Stel vragen als: - Wie weet welke dichtvorm dit is? > Elfje - Zitten er regels in over dingen die al in het woordweb genoemd zijn? - Wie kan het rijmschema benoemen? > 1-2-3-4-1

Slide 5 - Tekstslide

Leg aan de hand van het schema op het bord het rijmschema '1 woord - 2 woorden - 3 woorden - 4 woorden - 1 woord' uit.

Slide 6 - Tekstslide

Vertel dat je bij het kijken naar het schilderij natuurlijk ook andere dingen kunt benoemen.

Slide 7 - Tekstslide

Vraag de leerlingen te bedenken wat er ook op de tweede regel van het gedicht zou kunnen staan. Laat daarna de afbeelding van het schilderij nog even kort zien.

Slide 8 - Tekstslide

Het Gele Huis (De straat), 1888

Slide 9 - Tekstslide

Vraag een aantal leerlingen wat zij op de tweede regel van het gedicht zouden invullen. De mogelijkheden kunnen in de lege vakjes worden geschreven door het potlood in het menu aan te klikken.

Slide 10 - Tekstslide

Vertel dat de leerlingen een vel papier krijgen, of een werkblad met het woordschema van het Elfje. Daarop gaan ze zelf één of meerdere Elfjes schrijven. Laat het papier of de werkbladen vervolgens uitdelen.

Slide 11 - Tekstslide

Vertel in de tussentijd dat er kan worden gekozen uit een aantal van Vincents schilderijen. Toon daarna de individuele werken. Bij ieder werk staat in de bijbehorende notities een voorbeeld van een Elfje, dat naar eigen inzicht kan worden ingezet.

Slide 12 - Tekstslide

Aardappels
grote schaal
handen met vorken
een vrouw schenkt koffie
Raar
(De aardappeleters, 1885)

Slide 13 - Tekstslide

Zelfportret
donkere ogen
volle oranje baard
gezicht met duizend kleuren
Vincent
(Zelfportret als schilder, 1887 - 1888)

Slide 14 - Tekstslide

Slaapkamer
twee stoelen
groot geel bed
raam op een kier
Rust
(De slaapkamer, 1888)

Slide 15 - Tekstslide

Stilleven
zestien bloemen
geel en groen
bruine harten dorre blaadjes
Vaas
(Zonnebloemen, 1889)

Slide 16 - Tekstslide

Donderwolken
donkere lucht
duizend zwarte kraaien
boven ruisend geel koren
Storm
(Korenveld met kraaien, 1890)

Slide 17 - Tekstslide

Het Gele Huis (De straat), 1888
Aan het werk

Slide 18 - Tekstslide

Spreek met de leerlingen de tijd af die ze voor het schrijven van een Elfje kunnen gebruiken: ca. 5 minuten.

Slide 19 - Tekstslide

Laat tijdens het schrijven deze slide als geheugensteun op het digibord staan.





























































































Wie wil er voorlezen?
Wie wil er voorlezen?

Slide 20 - Tekstslide

Vraag ter afronding van de les een aantal leerlingen hun Elfjes voor te lezen. Toon tijdens het voorlezen het bijbehorende schilderij op het digibord, of laat de andere leerlingen raden over welk schilderij het Elfje gaat.