Veilig in het verkeer
Verkeerslessen voor groep 1 t/m 8

Verkeer groep 4 · Les 2 · Zien en gezien worden

VERKEER · GROEP 4 · LES 2

Zien en gezien worden

Kijk, luister en zorg dat ze jou zien

1 / 16
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsVerkeer+1BasisschoolISKSpeciaal OnderwijsGroep 3-5

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min
Dit is niet oké

Introductie

Waarom ziet een auto je in het donker, bij regen en bij mist later? Waarom is de remweg van een auto bij regen en sneeuw langer? Ontdek wat je zelf kunt doen om goed te kijken en te luisteren en leer het verschil tussen een lamp en een reflector. Na de les kunnen je leerlingen opnoemen hoe ze ook bij regen, mist en in het donker veilig over straat kunnen en hoe hun gedrag in het verkeer daar invloed op heeft. Een les met praatplaten, sleep- en quizvragen en een leuke afrondende klassikale opdracht. Dit is les 2 van groep 4 in de methode Veilig op straat. De lessen sluiten aan bij SLO kerndoel 35 en het VVN-thema Zichtbaarheid.

Instructies

Een goed moment voor deze les
Geef deze les in de herfst, als het 's ochtends weer donker begint te worden.

Benodigdheden:
  • Zorg voor een fietsbel (of een sleutelbos) voor de luisteropdracht.
  • Eventueel een fietslampje, een reflector en een zaklamp. Zo kunnen de leerlingen het effect en verschil tussen die twee zelf ervaren.
Navigatie:
De pijltjestoets naar rechts is jouw navigatie in deze les. Deze activeert gifjes, laat tekst verschijnen en gaat door naar de volgende slide. Doorloop de les een keer in de Geef les-modus om te ervaren waar de activatie-momenten zitten.

Docentnotities
Bij elke slide staan het goede antwoord en een vraag om door te praten.

Onderdelen in deze les

VERKEER · GROEP 4 · LES 2

Zien en gezien worden

Kijk, luister en zorg dat ze jou zien

Les 2 van groep 4 in de lessenserie Veilig op straat.
In les 1 leerden de kinderen wie voetganger en wie bestuurder is, en wie waar hoort op de weg. Nu gaat het om goed kijken en luisteren, om slecht zicht (donker, regen, mist), om langer remmen op een natte weg en om het verschil tussen een lamp en reflectie.
Deze les laat het belang van goede zichtbaarheid zien. En wat kun je zelf doen?

Een goed moment: in de herfst, als het 's ochtends weer donker is. Zorg voor een fietsbel (of een sleutelbos) voor de luisteropdracht.

Dit ga je leren

  • Je kan vertellen waarom een auto je in het donker, de regen en de mist later ziet.

  • Je kan het verschil is tussen een lamp en reflectie uitleggen.

  • Je kan opnoemen welke kleur licht voor en achter op je fiets zit.

  • Je kan beschrijven hoe je goed kijkt en luistert in het verkeer.

Lees de vier doelen samen voor. Vraag bij elk doel: wat denk je dat je straks kunt? Laat een paar kinderen iets zeggen, maar verbeter nog niets.

De doelen zijn zo geschreven dat je kunt controleren of ze gehaald zijn:

en het exit ticket.

Kom aan het eind van de les terug op deze slide: welk doel lukt al? Welk nog niet?

1

Helemaal mee eens

2

Een beetje mee eens

3

Een beetje mee oneens

4

Helemaal mee oneens

Als één lamp van je fiets het niet doet, is dat niet zo erg.
Daar ben ik het ...

Laat iedereen kiezen. Bespreek de uitslag: wie was er vanochtend een voetganger? (Lopen en steppen.) Wie was een bestuurder? (Fietsen.)


Leerlingen die zelf fietsen, zijn al echte bestuurders. Daarom moeten zij weten waar ze horen: dat is het volgende deel van de les.

Wat verandert er?

Kijk samen naar het filmpje.
Een meisje fietst door de straat en het weer verandert. Eerst schijnt de zon, dan gaat het regenen, vervolgens komt er mist en uiteindelijk wordt het donker. Laat het gifje een paar keer lopen.

Vragen:

- Het meisje heeft geen lampen aan. In het donker en in de mist zie je haar bijna niet. Hoe zou ze beter zichtbaar zijn? (De uitleg over de veiligheidsmaatregelen die ze nemen kan worden verderop in de les uitgelegd.
- Als je lamp op je fiets het niet doet, is dat niet zo erg! Wat denk jij?
- Als jij in de mist, de regen of in het donker fietst, ben je dan bewust dat ander verkeer je minder goed ziet?


Kijk en luister!

Drie kinderen staan in de regen op de stoep. Ze willen zo oversteken.
Kijk samen: Wat zie je? Wat doet elk kind? Kunnen ze goed kijken en luisteren?

Laat leerlingen om de beurt op een knop tikken. Er verschijnt een tip. Nog een keer tikken haalt de tip weer weg.

Vraag: wat doe jij als het regent en je naar school loopt of fietst?

Nat weer = langer remmen

Donker, regen of mist? Een auto ziet je later.

Op een natte weg remt een auto langer.

Een automobilist ziet je als het regent later: Hoe later hij je ziet, hoe later hij gaat remmen.

Klik verder om het gifje te starten.

Boven is de weg droog, onder is de weg nat. De twee auto's rijden even hard en gaan op dezelfde plek remmen (bij het waarschuwingsbord). Waar staan ze stil? Op de droge weg staat de auto ruim op tijd stil. Op de natte weg glijdt de auto veel verder door, tot voorbij het meisje.

Klik nog een keer voor de zin onderaan.

Een natte weg is glad: de banden hebben minder grip. Daarom wacht je bij slecht weer extra lang met oversteken, tot de auto echt stilstaat of voorbij is.

Vraag: waarom moet je bij regen extra goed opletten, ook als jij de auto wel ziet?

Lamp of reflectie?

Een lamp geeft zelf licht.

Reflectie glimt alleen als er licht op schijnt.

Twee kinderen fietsen in het donker. Eerst zie je een stilstaand plaatje. Vraag: welk kind zie je goed? Welk kind bijna niet? Wat zou er gebeuren als er een auto aankomt?

Klik verder en het gifje start. Er komt een auto langs. Laat het een paar keer lopen. Vraag: welk kind zie je de hele tijd? Welk kind zie je soms wel en soms niet? En wanneer zie je het?

Als de koplampen van de auto op de reflectoren schijnen.

Wat denk je: heeft de auto voldoende tijd om op deze fietser te reageren als dat nodig is?

Kijk ook naar de voorste fietser: die heeft lampen en reflectoren. Ook bij haar lichten de banden, de trappers en de rode reflector achterop op als de auto langskomt. Zo hoort het: op je fiets heb je allebei nodig.

Klik nog een keer voor de zin onderaan. Reflectie kaatst licht terug, maar maakt zelf geen licht. Daarom heb je in het donker allebei nodig: lampen, zodat iedereen je ziet, en reflectie, zodat een auto je extra goed ziet als zijn licht op je schijnt. Een hesje en een tas of jas met reflectiestrepen werken ook zo.

Lampen op je fiets

Welke kleur licht geeft de voorlamp? En welke kleur de achterlamp?

Klik op de hotspots.

De lampen van de fiets zijn nog uit.

Laat eerst raden: welke kleur heeft de lamp voor op je fiets? En achter?

Laat dan een leerling op de knop onder de voorlamp tikken: de voorlamp gaat branden en de tekst verschijnt. Een andere leerling tikt op de knop onder het achterlicht. Nog een keer tikken zet de lamp weer uit.

Ezelsbruggetje: een auto heeft het ook zo, witte koplampen voor en rode lampen achter.

De regels (Rijksoverheid): lampen aan in het donker en bij slecht zicht (regen, mist). Lampen die vast op de fiets zitten, mogen niet knipperen. Een los lampje op je jas of tas mag ook.

Vraag: heeft jouw fiets lampen? Doen ze het?

Tip voor thuis: kijk samen met je ouders of je lampen het doen.

In groep 5 komt de hele veilige fiets aan bod.

STOP

Even checken!

Weet jij hoe je goed kijkt, en hoe ze jou zien?

Deze slide heeft geen instructies

Het is donker en het regent. Er komt een auto aan. Wat doe jij?

A

Snel oversteken, dan ben ik er al.

B

Wachten tot de auto voorbij is.

C

Oversteken, de auto remt wel.

Goed: wachten tot de auto voorbij is. Laat de leerlingen uitleggen waarom: in het donker en in de regen ziet de auto je later, en op de natte weg remt hij langer.

Hebben de meeste leerlingen de vraag fout, vraag dan: Heb jij het jongetje wel gezien? Waar staat hij dan?
Hoe kan ze zeker weten dat de auto op tijd stilstaat op een natte weg?
Denk aan het gifje met de twee auto's. Even snel oversteken is met nat weer ook gevaarlijk, omdat je op een natte stoep of weg makkelijk uitglijdt.

Lamp of reflectie? Sleep het plaatje.

lamp

reflectie

Laat kinderen om de beurt een plaatje slepen en uitleggen: geeft het zelf licht, of glimt het alleen als er licht op schijnt?

Goed: lamp - de voorlamp van de fiets, de zaklamp, het rode achterlicht en het losse lampje op de jas. Reflectie - de rode reflector, de trapper met gele reflectoren, het hesje en de tas met reflectiestrepen.

Verwachte fout: de rode reflector bij "lamp" zetten, omdat hij rood is en achter op de fiets zit, net als het achterlicht. Vraag: brandt hij ook als er geen auto is? Nee: hij glimt alleen in het licht van een ander. Het achterlicht geeft zelf licht. Op een fiets zitten ze allebei.

Maak de zinnen af. Sleep het goede woord.

Voor op je fiets zit een

of geel licht.

Achter op je fiets zit een

licht.

Reflectie glimt alleen als er

op schijnt.




rood

groen

licht

wit

regen

Lees de zinnen samen voor. Laat leerlingen om de beurt een woord slepen. Twee woorden blijven over.

Goed: wit - rood - licht. "Groen" en "regen" horen nergens.


Doe-opdracht - hoor je het?

  • Iedereen doet de ogen dicht.

  • De juf of meester belt met een fietsbel, ergens in de klas.

  • Wijs waar het geluid vandaan komt.

  • Nu nog een keer, met je handen op je oren. Hoor je het nog?

Luisteropdracht.

Iedereen zit met de ogen dicht. Loop zachtjes door de klas en bel met een fietsbel (of rammel met een sleutelbos). De leerlingen wijzen, met de ogen nog dicht, waar het geluid vandaan komt.

Ogen open: wie wees goed? Doe het een paar keer op verschillende plekken.

Doe het dan nog een keer, maar nu houden de kinderen hun handen op hun oren. Zo hoor je het met een koptelefoon op, of met een dikke muts of capuchon. Wat merk je? Hoor je het nog? Weet je nog waar het vandaan komt?

Bespreek: in het verkeer hoor je een fietsbel, een toeter of een sirene vaak eerder dan je hem ziet. Met je oren dicht mis je die waarschuwing. En een elektrische auto hoor je bijna niet: daarom kijk je ook altijd goed.

Buiten- of thuisopdracht (mag):
Ga met de leerlingen naar buiten en laat ze hun capuchon op zetten. Andere leerlingen gaan schuin achter hen staan. Laat ze oefenen hoe ze hun hoofd moeten draaien om hun klasgenootje te kunnen zien.
Doe eventueel dezelfde oefening met een koptelefoon. Laat de leerlingen dan de naam van de leerling zeggen. Eerst zacht en steeds harder. Wanneer hoort de leerling zijn naam? Hoe hard moest de ander praten?
Wat betekent dit voor jou in het verkeer?

Lamp of reflectie - wat is het verschil?

Exit ticket bij het doel "uitleggen wat het verschil is tussen een lamp en reflectie".

Goed antwoord: een lamp geeft zelf licht; reflectie glimt alleen als er licht op schijnt (bijvoorbeeld van een auto). Mooi als een kind een voorbeeld noemt: een fietslamp of lampje op je jas, en een hesje, reflector of reflectiestrepen.

Verkeerswoorden

slecht zicht - in het donker, bij regen en bij mist zie je minder

remmen - stoppen; op een natte weg duurt dat langer

de lamp - geeft zelf licht: voor wit of geel, achter rood

de reflectie - glimt alleen als er licht op schijnt

de reflector - een stukje op je fiets dat het licht terugkaatst

de elektrische auto - een auto die je bijna niet hoort

Deze slide heeft geen instructies

VERKEER · GROEP 4

Goed gedaan!

De verkeerslessen van groep 4

L E S 1

L E S 2  · D E Z E L E S

Zien en gezien worden

Meer verkeerslessen voor groep 1 tot en met 8?

Ga naar Veilig in het verkeer.

Slotslide van groep 4, les 1: Wie rijdt waar?. Les 2, Zien en gezien worden, kun je nog geven. Onder de verwijzing is ruimte voor de link naar de kanaalstart van Veilig in het verkeer, met alle lessen voor groep 1 tot en met 8.