Les 7 - H5 - Actividades en tus vacaciones

Bienvenidos H5
miércoles, 17 de septiembre de 2025

¿Qué has hecho en las vacaciones?
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Bienvenidos H5
miércoles, 17 de septiembre de 2025

¿Qué has hecho en las vacaciones?

Slide 1 - Tekstslide

Objetivo de la clase
Al final de la clase sabes explicar qué has hecho en las vacaciones

Slide 2 - Tekstslide

La clase anterior - traduce las frases
1. Hemos aprendido usar ser, estar y hay correctamente.
2. Habéis escrito un texto sobre el viaje de ida.
3. Los alumnos de 5H han explicado con quién han viajado.
4. Has descrito el físico y carácter de dos personas.
5. Hemos leído un texto en español.
6. Tenéis un examen de vocabulario y gramática la próxima semana.
6. ¿Habéis hecho los deberes?

Slide 3 - Tekstslide

Los deberes para hoy

Slide 4 - Tekstslide

Corregir los errores
  1. Hoe zeg je ''met de auto reizen''?
  2. Viajar EN COCHE (niet con el)
  3. Hoe vertaal je het woordje ''naar''?
  4. a
  5. Welk Spaans woord gebruik je voor in, op, bij?
  6. en

Slide 5 - Tekstslide

Corregir los errores
  1. Welk werkwoord gebruik je als je het karakter van iemand beschrijft?
  2. ser
  3. Welk werkwoord gebruik je als je zegt waar iets zich bevindt?
  4. estar
  5. Wanneer gebruik je 'hay'?
  6. In zinnen met er is / er zijn.

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

¿Qué significa ''concordancia''
Lee página 18 y 19 del reader

Slide 8 - Tekstslide

Mejorar tu texto
Ser, estar, hay
Perfecto
Concordancia
timer
5:00

Slide 9 - Tekstslide

Presentaciones 
8 y 10 de octubre

Slide 10 - Tekstslide

¿Qué has hecho en las vacaciones?
Schrijf 10 zinnen
Wat heb jij gedaan in de vakantie en waar? (2 zinnen)
Wat hebben jullie (jij en je reisgenoten) gedaan en waar? (2 zin)
Wat hebben je vader en/of moeder (je ouders) gedaan en waar? (2 zinnen)
Wat hebben jij en je broers/zussen of vrienden gedaan en waar? (2 zinnen)
Wat voor bijzonders heb je gegeten? (van het land of iets anders) (1 zin)
Vond je dat lekker? (1 zin)
voca: ''actividades de verano'' (zie reader)
Grammatica: el perfecto

Slide 11 - Tekstslide

Algo divertido o interesante
Verzin zelf nog één ding om je presentatie interessant of leuk te maken. Denk bijvoorbeeld aan: heb je nieuwe vrienden gemaakt, heb je een nieuwe taal geleerd of gesproken, ben je verliefd geworden, heb je iets gedaan wat je nog nooit eerder hebt gedaan, heb je iets vervelends meegemaakt.

Vertel hierover in 4 zinnen en gebruik daarbij opnieuw de perfecto

Slide 12 - Tekstslide

He trabajado mucho en esta clase

Slide 13 - Poll

Estoy contento / contenta con el texto de mi presentación

Slide 14 - Poll

Puedo explicar la concordancia

Slide 15 - Poll

Estudiar súper bien 
Leren 
Vocabulario ''describir a una persona'' (S-N en N-S), reader p. 35 y 36
Género y concordancia (blad uitgedeeld in de les of zie bijlage)

Slide 16 - Tekstslide