H6.6 en H6.8 Geslachtelijke voortplanting +geslachtsorganen

1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag doen?
Vraag van vandaag
Uitleg 6.8
Uitleg 6.6
Zelfstandig werken

Slide 2 - Tekstslide

Vraag van vandaag
Wat is het verschil tussen groente en fruit?

Slide 3 - Tekstslide

H6.8 Mannelijke en vrouwelijke organen
Leerdoelen:

 Je kunt voorbeelden noemen van mannelijke en vrouwelijke voortplantingsorganen bij planten en dieren.

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Voortplantingsorganen plant
Zelfbestuiving en kruisbestuiving

Slide 6 - Tekstslide

eenslachtig of tweeslachtig?

Slide 7 - Tekstslide

Indeling planten
Eenhuizig: Als één plant zowel bloemen bevat met een stamper alsmede bloemen met meeldraden dan is dat een éénhuizige plant. 
Tweehuizig: Als één plant of alleen maar bloemen met een stamper heeft, of alleen maar bloemen met meeldraden heeft, dan is deze plant tweehuizig.


Slide 8 - Tekstslide

Eenhuizig of Tweehuizig?

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Een soort heeft aan de één plant alleen bloemen met meeldraden en aan de andere plant alleen bloemen met stampers. Is deze soort eenhuizig of tweehuizig?
A
Eenhuizig
B
Tweehuizig

Slide 12 - Quizvraag

De bloemen op plant P zijn ? en op Q zijn?
A
P Eenslachtig Q Tweeslachtig
B
P Tweeslachtig Q Eenslachtig
C
P Eenslachtig Q Eenslachtig
D
P Tweeslachtig Q Tweeslachtig

Slide 13 - Quizvraag

Thema 6.6 Geslachtelijke voortplanting
Leerdoelen:

  • je kunt uitleggen dat bij geslachtelijke voortplanting elk van de ouders 50% van het DNA levert
  • je kunt voorbeelden geven van geslachtelijke voortplanting

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Bevruchting

De kern van een mannelijke geslachtscel versmelt met de kern van een vrouwelijke geslachtscel

Slide 16 - Tekstslide

Bevruchting zaadplant
Bij bevruchting versmelten de kern van de eicel en stuifmeelkorrel

Slide 17 - Tekstslide

geslachtscellen
  • cellen
  • zaadcellen of eicellen
  • versmelting = bevruchting
  • zaadcel heeft de helft van het aantal chromosomen van de ouder (dus 50%)
  • na versmelting net zoveel chromosomen, maar ander setje

Slide 18 - Tekstslide

Mitose
Meiose

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Bij de bevruchting komen de erfelijke eigenschappen van twee organismen bij elkaar

Slide 21 - Tekstslide

Hoe heet de mannelijke geslachtscel van een plant?
A
Eicel
B
Stuifmeelkorrel
C
Cel
D
Zaadcel

Slide 22 - Quizvraag

Voor voorplanting met bevruchting is alleen een eicel nodig
A
Waar
B
Niet waar

Slide 23 - Quizvraag

Bij bevruchting smelt de eicel samen met de zaadcel
A
Waar
B
Niet waar

Slide 24 - Quizvraag

Bij geslachtelijke voorplanting hebben de nakomelingen erfelijke eigenschappen van de ouders
A
Waar
B
Niet waar

Slide 25 - Quizvraag

ongeslachtelijke voortplanting gebeurt door?
A
mitose
B
meiose

Slide 26 - Quizvraag

Ongeslachtelijke voortplanting
  • geen bevruchting
  • 1 ouder
  • dochter hetzelfde als moeder:dezelfde erfelijke eigenschappen, weinig variatie
  • dochtercellen ontstaan door mitose

Geslachtelijke voortplanting
  • bevruchting=versmelting van voortplantingscellen
  • twee ouders
  • dochter/zoon anders dan ouders: andere erfelijke eigenschappen, variatie
  • dochtercellen ontstaan door meiose

Slide 27 - Tekstslide

Geslachtelijke voortplanting bij dieren
Zaadcel
(mannelijk)
Eicel
(Vrouwelijk)

Slide 28 - Tekstslide

Bevruchting
  • Bevruchting kan inwendig of uitwendig plaatsvinden
  • Namen van de  geslachtscellen:
  • Mannelijk: Zaadcel
  • Vrouwelijk: Eicel

Slide 29 - Tekstslide

Uitwendige bevruchting

  • Bij dieren die in het water leven
  • Afzet van zaadcellen en eicellen in het water
  • Bevruchting in het water
  • Eitjes drijven erna in water of worden afgedekt of uitgebroed in buidel of in de bek...



Slide 30 - Tekstslide

0

Slide 31 - Video

Inwendige bevruchting
  • Bevruchting in het lichaam van het vrouwtje 
  • Bij insecten, vogels, zoogdieren
  • Bij libelle: na bevruchting afzet van eitjes, ontwikeling larven
  • Bij vogels: na bevruchting, vorming eischaal, leggen van eieren, uitbroeden van eieren 

Slide 32 - Tekstslide

Voortplanting waarbij slechts één ouder is betrokken is
A
Geslachtelijke voortplanting
B
Seksuele voortplanting
C
Ongeslachtelijke voortplanting
D
Multidimensionale voortplanting

Slide 33 - Quizvraag

bij geslachtelijke voortplanting wordt altijd
A
eicel wordt bevrucht
B
zaadcel wordt bevrucht
C
altijd inwendig
D
hetzelfde als bestuiving

Slide 34 - Quizvraag

Huiswerk
Paragraaf H6.6
Maak opdracht 5 in je werkboek (thuis)
Keuze 1: Opdracht 1, 2, 4, 5, 6, 7, 8 en 9
Keuze 2: Opdracht 1,2, 4, 5, 7, 8, 9 en 10
Paragraaf 6.8
Opdracht 1 en 2

Slide 35 - Tekstslide