Het bezittelijk voornaamwoord
Le pronom personnel
Het bezittelijk voornaamwoord
Le pronom personnel
- Ik ken de Franse vormen van het bezittelijk voornaamwoord;
- ik kan de Franse vormen van het bezittelijk voornaamwoord gebruiken;
- ik weet dat het zelfstandig naamwoord de vorm van het bezittelijk voornaamwoord bepaalt.
Leerdoelen
Voorbeeld bezittelijk vnw. in het Nederlands
Voorbeeld bezittelijk vnw. in het Frans?
Uitleg bezittelijk voornaamwoord
(aantekeningen maken)
Het bezittelijk voornaamwoord geeft aan van wie iets is.
De vorm hangt af van het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort.
BV: Max is mijn broer - Max est mon frère (m.ek)
Sophie is mijn zus - Sophies est ma soeur (V. ek)
Het zelfstandig naamwoord bepaalt!
ma tante (v)
mon oncle (m)
mes tantes / mes oncles (mv)
De vorm van het bezittelijk voornaamwoord
Uitleg bezittelijk voornaamwoord
Let op: als het znw vrouwelijk is en begint met een klinker/ stomme h, gebruik dan de mannelijk vorm (mon,ton,son)
BV: Mijn vriendin heet Marie - Mon amie s'appelle Marie
DUS NIET: ma amie s'appelle Marie
Klinkerbotsing !!!!
De bezittelijke voornaamwoorden enkelvoud
Maak de juiste combinaties.
mes
sa
son
ses
mon
ta
tes
ton
ma
Mijn
jouw
zijn/haar
mijn school (m ekv) (middelbare)
ma collège
mes collège
mon collège
tes collège
mijn vriendin
ma amie
mon amie
mes amies
mes amis
Zijn school (v)
ta école
ton école
sa école
son école
jouw spullen (mv)
ton affaires
tes affaires
ta affaires
mes affaires
Vertaal het bezittelijk voornaamwoord tussen haakjes. Noteer alleen het bezittelijk voornaamwoord met kleine letters. _________ (jouw) habitude(v)
zijn kamer (v)
ses chambre
son chambre
ton chambre
sa chambre
haar toekomst
ses avenir
son avenir
sa avenir
leur avenir
les livres
le sac à dos
la trousse
mon
ses
ta
C'est un tableau. C'est ______ (mijn) tableau (m).
De Bezittelijke Voornaamwoorden meervoud
Maak de juiste combinaties.
vos
votre
nos
notre
leur
leurs
ons/onze
jullie/uw
hun
onze klas
vos classe
notre classe
leurs classe
nos classe
hun etui
leur trousse
vos trousse
leurs trousse
mon trousse
uw dorp
notre village
votre village
nos villages
vos villages
(Hun) parents sont à la montagne
leur
vos
leurs
nos
Là-bas, il y a la chambre de mes parents. C'est ______ (hun) chambre.
Geef antwoord op de vraag en gebruik daarbij het juiste bezittelijk voornaamwoord. Noteer het vervolg van het antwoord in kleine letters. Let goed op aan / over wie het wordt gevraagd! Bijvoorbeeld: C'est le chien de Sarah? Oui, c'est .... Jouw antwoord = son chien Ce sont tes frères? Oui, ce sont ...
Evaluatie Ik beheers deze stof
Au boulot !
Exercice 30ade p. 46
Exercice 31abd p. 47/48
Apprendre grammaire p. 53