Chapitre 1 - Het bezittelijk voornaamwoord (klas 2)

Het bezittelijk voornaamwoord

Le pronom personnel


1 / 28
volgende
Slide 1: Slide
newEditorFransMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Het bezittelijk voornaamwoord

Le pronom personnel


- Ik ken de Franse vormen van het bezittelijk voornaamwoord;

- ik kan de Franse vormen van het bezittelijk voornaamwoord gebruiken;

- ik weet dat het zelfstandig naamwoord de vorm van het bezittelijk voornaamwoord bepaalt.

Leerdoelen

Voorbeeld bezittelijk vnw. in het Nederlands

Voorbeeld bezittelijk vnw. in het Frans?

Uitleg bezittelijk voornaamwoord

(aantekeningen maken)


Het bezittelijk voornaamwoord geeft aan van wie iets is.

De vorm hangt af van het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort.


BV: Max is mijn broer - Max est mon frère (m.ek)

        Sophie is mijn zus - Sophies est ma soeur (V. ek)

Het zelfstandig naamwoord bepaalt!


ma tante (v)

mon oncle (m)

mes tantes / mes oncles (mv)

De vorm van het bezittelijk voornaamwoord

Uitleg bezittelijk voornaamwoord

Let op: als het znw vrouwelijk is en begint met een klinker/ stomme h, gebruik dan de mannelijk vorm (mon,ton,son)


BV: Mijn vriendin heet Marie - Mon amie s'appelle Marie 

                                                               DUS NIET: ma amie s'appelle Marie 

                                                                                      Klinkerbotsing !!!! 

De bezittelijke voornaamwoorden enkelvoud

Maak de juiste combinaties.

mes

sa

son

ses

mon

ta

tes

ton

ma

Mijn

jouw

zijn/haar

mijn school (m ekv) (middelbare)

A

ma collège

B

mes collège

C

mon collège

D

tes collège

mijn vriendin

A

ma amie

B

mon amie

C

mes amies

D

mes amis

Zijn school (v)

A

ta école

B

ton école

C

sa école

D

son école

jouw spullen (mv)

A

ton affaires

B

tes affaires

C

ta affaires

D

mes affaires

Vertaal het bezittelijk voornaamwoord tussen haakjes. Noteer alleen het bezittelijk voornaamwoord met kleine letters. _________ (jouw) habitude(v)

zijn kamer (v)

A

ses chambre

B

son chambre

C

ton chambre

D

sa chambre

haar toekomst

A

ses avenir

B

son avenir

C

sa avenir

D

leur avenir

les livres

le sac à dos 

la trousse 

mon

ses 

ta

C'est un tableau. C'est ______ (mijn) tableau (m).

De Bezittelijke Voornaamwoorden meervoud

Maak de juiste combinaties.

vos

votre

nos

notre

leur

leurs

ons/onze

jullie/uw

hun

onze klas

A

vos classe

B

notre classe

C

leurs classe

D

nos classe

hun etui

A

leur trousse

B

vos trousse

C

leurs trousse

D

mon trousse

uw dorp

A

notre village

B

votre village

C

nos villages

D

vos villages

(Hun) parents sont à la montagne

A

leur

B

vos

C

leurs

D

nos

Là-bas, il y a la chambre de mes parents. C'est ______ (hun) chambre.

Geef antwoord op de vraag en gebruik daarbij het juiste bezittelijk voornaamwoord. Noteer het vervolg van het antwoord in kleine letters. Let goed op aan / over wie het wordt gevraagd! Bijvoorbeeld: C'est le chien de Sarah? Oui, c'est .... Jouw antwoord = son chien Ce sont tes frères? Oui, ce sont ...

Evaluatie Ik beheers deze stof

Au boulot !

Exercice 30ade  p. 46

Exercice 31abd p. 47/48


Apprendre grammaire p. 53