H6 Formuleren - Incongruentie

Lesdoel
- Aan het einde van de les weet je wat incongruentie is. 
- Aan het einde van de les kun je incongruentie in een zin herkennen.
- Aan het einde van de les kun je incongruentie in een zin verbeteren.

1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Lesdoel
- Aan het einde van de les weet je wat incongruentie is. 
- Aan het einde van de les kun je incongruentie in een zin herkennen.
- Aan het einde van de les kun je incongruentie in een zin verbeteren.

Slide 1 - Tekstslide

Wat klopt er niet in deze zin?
In Nederland wordt softdrugs al heel lang gedoogd.
A
De persoonsvorm en het onderwerp komen in aantal niet overeen
B
Niks, deze zin is gewoon goed
C
Gedoogd is niet goed geschreven
D
De persoonsvorm en het onderwerp horen niet bij elkaar.

Slide 2 - Quizvraag

Goed of fout?
''Een hoop leerlingen hebben een voldoende voor hun toets.''

Slide 3 - Tekstslide

Fout, want:
''Een hoop leerlingen hebben''
Een hoop = enkelvoud
--> Een hoop (...) heeft

Slide 4 - Tekstslide

De leraren schrijft op het bord.

Deze zin klopt toch?
A
ja
B
nee

Slide 5 - Quizvraag

Slide 6 - Tekstslide

Incongruentie
Als het getal (enkelvoud/meervoud) van het onderwerp en de persoonsvorm niet overeenkomen, noemen we dat incongruentie

Slide 7 - Tekstslide

Oorzaken
1. Het onderwerp is meervoud, maar wordt voor enkelvoud aan gezien:

In Nederlands wordt   softdrugs   al heel lang gedoogd.

Slide 8 - Tekstslide

Oorzaken
2. Het onderwerp lijkt meervoud, maar is enkelvoud, omdat de kern van het onderwerp       enkelvoud is:


Een aantal bezoekers van het pretpark   vonden het heel vervelend dat de wachtrijen zo lang waren.

Minder dan de helft van de aanwezigen   stemden voor het voorstel. 

Slide 9 - Tekstslide

Oorzaken
3. De persoonsvorm en het onderwerp staan ver uit elkaar   en   daartussen staan andere
    zinsdelen met een ander getal dan het onderwerp:


Uit de gegevens van het waterleidingbedrijf bleek   dat    de heer Jansen, net als zijn buren en veel andere inwoners van de stad, veel minder water   hadden verbruikt    dan in de jaren ervoor. 

Slide 10 - Tekstslide

Oorzaken
4. Het meewerkend voorwerp wordt ten onrechte voor het onderwerp aangezien:


Omdat de hulpverleners nauwelijks ruimte kregen om hun werk te doen, werden  de omstanders verzocht    allemaal een stapje achteruit te doen. 

Slide 11 - Tekstslide

Let op!   onderwerp = enkelvoud 
  • een deel (van de klas) loopt
  • een hoop (kinderen) loopt
  • een groep (leerlingen) loopt
  • een aantal (mensen ) loopt
  • het percentage (voldoendes) loopt

Slide 12 - Tekstslide

Dit woord is een enkelvoud
Dit woord is een meervoud
Media
Aantal
Iedereen

Slide 13 - Sleepvraag

Een paar echte designerschoenen van een bekende ontwerper .......... op een veiling duizenden euro's op.
A
brengt
B
brengen

Slide 14 - Quizvraag

Antwoord
Een paar echte designerschoenen van een bekende ontwerper brengt op een veiling duizenden euro's op. 

Kijk naar de kern van het onderwerp
Een paar --> enkelvoudig     persoonsvorm --> enkelvoudig

Slide 15 - Tekstslide

Ik las in de krant dat de Verenigde Staten het klimaatverdrag niet langer ...... steunen.
A
wil
B
willen

Slide 16 - Quizvraag

Antwoord
Ik las in de krant dat de Verenigde Staten het klimaatverdrag niet langer willen steunen.

Kijk naar (de kern van) het onderwerp
De Verenigde Staten --> meervoud   >   persoonsvorm --> meervoud

Slide 17 - Tekstslide

Vul in:

De media ... gisteren over het ongeluk op de A2.
A
berichtte
B
berichtten

Slide 18 - Quizvraag

Goed of fout?

De zwerm bijen lijkt boos te zijn.
A
goed
B
fout

Slide 19 - Quizvraag

Vul in:

Volgens de agent ... de dieven veel geld gestolen.
A
heeft
B
hebben

Slide 20 - Quizvraag

Vul in:

De snoepjes van Chantal zijn nu al opgegeten. Een hoop kinderen ... groot fan van dit soort drop.'
A
is
B
zijn

Slide 21 - Quizvraag

Goed of fout?

Toen ik over de reling keek, zwommen een school vissen voorbij.
A
goed
B
fout

Slide 22 - Quizvraag


Vul in:

Veel mensen denken dat de brandweer alleen branden blust, maar ze  ....  nog veel meer dingen. 
A
doen
B
doet

Slide 23 - Quizvraag


   Vul in:

De boeven ...  verzocht om zich te laten boeien.
A
wordt
B
worden

Slide 24 - Quizvraag

De boeven worden verzocht om zich te laten boeien.

In deze zin is ‘de boeven’ niet het onderwerp, maar het meewerkend voorwerp en gebruik je dus geen meervoudige persoonsvorm, maar enkelvoudige pv > ‘wordt’.

Slide 25 - Tekstslide

Vul in:

Zowel de prins als de prinses ... een toespraak.

A
hield
B
hielden

Slide 26 - Quizvraag

Klaar met het oefenen van incongruentie!

Slide 27 - Tekstslide