werkwoorden op -er

werkwoorden op -er
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

werkwoorden op -er

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Ken je de persoonlijke voornaamwoorden nog?
Sleep Nederlands naar Frans
IK
JIJ
HIJ
ZIJ (1 persoon)
WIJ / MEN
WIJ
U / JULLIE
ZIJ (ml + mv)
ZIJ (vl + mv)
JE
TU
IL
ELLE
ON
NOUS
VOUS
ILS
ELLES

Slide 3 - Sleepvraag

Uitgangen werkwoorden - er
je
tu
il/elle/on
nous
vous
ils/elles
+ent
+ons
+es
+ez
+e
+e

Slide 4 - Sleepvraag

Sleep de werkwoorden naar de juiste persoon
je
tu
il / elle / on
nous
vous
ils / elles
parle
parlez
parlons
parlent
parle
parles

Slide 5 - Sleepvraag

Sleep de uitgangen naar de juiste persoon
il/elle/on
nous
vous
ils/elles
tu
je
-ons
-ent
-e
-ez
-es
-e

Slide 6 - Sleepvraag

Je (regarder)
A
regardons
B
regardes
C
regarde
D
regardent

Slide 7 - Quizvraag

vous (donner)
A
donnons
B
donnez
C
donnent
D
donnes

Slide 8 - Quizvraag

Fabien et Amélie (chercher)
A
cherchons
B
cherchez
C
cherchent
D
cherches

Slide 9 - Quizvraag

Elle (aimer)
A
aimes
B
aimet
C
aime
D
aiment

Slide 10 - Quizvraag

Tu (donner)
A
donnes
B
donne
C
donn
D
donnez

Slide 11 - Quizvraag

Paul (parler)
A
parles
B
parlons
C
parle
D
parlent

Slide 12 - Quizvraag

Nous (aider)
A
aide
B
aidons
C
aides
D
aidez

Slide 13 - Quizvraag

il (trouver)
A
trouve
B
trouves
C
trouvez
D
trouvent

Slide 14 - Quizvraag

Nous (écouter)

Slide 15 - Open vraag

je .... (marcher)

Slide 16 - Open vraag

vous ... (passer)

Slide 17 - Open vraag

tu ... (tourner)

Slide 18 - Open vraag

Slide 19 - Tekstslide