28. Formular frases

¡Buenos días!
Puente Romano, Córdoba
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

¡Buenos días!
Puente Romano, Córdoba

Slide 1 - Tekstslide

¿Qué hacemos hoy?
  • Lista de vocabulario
  • Una canción
  • Formular frases

Mezquita Córdoba

Slide 2 - Tekstslide

Lista de vocabulario

Slide 3 - Tekstslide

La camisa negra - Juanes
Mal parece que solo me _________
Y _________ pura todita tu mentira
Qué maldita mala suerte la mía
Que aquel día te ____________
Por beber del veneno malevo de tu amor
Yo ________ moribundo y lleno de dolor
Respiré de ese humo amargo de tu adiós
Y desde que tú te _________yo solo tengo
Vrolijk liedje?
Juanes zingt over een zwart overhemd. Daarmee bedoelt hij eigenlijk het dragen van zwarte kleding, wat je vaak doet wanneer je in rouw bent. Hij heeft een gebroken hart en dat is hem niet in de koude kleren gaan zitten...

Slide 4 - Tekstslide

La camisa negra - Juanes
Mal parece que solo me quedé
Y fue pura todita tu mentira
Qué maldita mala suerte la mía
Que aquel día te encontré
Por beber del veneno malevo de tu amor
Yo quedé moribundo y lleno de dolor
Respiré de ese humo amargo de tu adiós
Y desde que tú te fuiste yo solo tengo...
Vrolijk liedje?
Juanes zingt over een zwart overhemd. Daarmee bedoelt hij eigenlijk het dragen van zwarte kleding, wat je vaak doet wanneer je in rouw bent. Hij heeft een gebroken hart en dat is hem niet in de koude kleren gaan zitten...

Slide 5 - Tekstslide

Stappenplan
1. Wat is het signaalwoord in de zin? 
2. Behoort er bij dit signaalwoord een perfecto of indefinido?
3. Vertaal de zin, alle woordenschat komt uit je woordenlijst. 
     Zorg dat je deze uit je hoofd kent. 
Voorbeeld:
Ik heb ooit gefietst.

Slide 6 - Tekstslide

Stappenplan
1. Wat is het signaalwoord in de zin? OOIT
2. Behoort er bij dit signaalwoord een perfecto of indefinido? PERFECTO
3. Vertaal de zin. FIETSEN = MONTAR EN BICI. MONTAR IS HET WERKWOORD DUS DIEN JE NOG TE VERVOEGEN.
Voorbeeld:
Ik heb ooit gefietst. 
Alguna vez he montado en bici.

Slide 7 - Tekstslide

Vertaal: 
let op perfecto of indefinido?

1. Geen enkele keer ben ik naar een camping gegaan.
2. Gisteravond heeft hij gesurft.
3. Drie jaar geleden bezochten wij Sevilla.
4. Vandaag hebben zij paella gegeten.
5. Verschillende keren heb ik een vriend gebeld.
6. Nog steeds ga ik naar school.
7. Vorig jaar heb ik in de bergen geskied. 

Slide 8 - Tekstslide

Vertaal: 
let op perfecto of indefinido?

1. Ninguna vez he ido de camping.
2. Anoche hizo surf.
3. Hace tres años visitamos Sevilla.
4. Hoy han comido paella.
5. Varias veces he llamado a un amigo.
6. Todavía he ido al colegio. 
7. El año pasado esquié en la montaña.

Slide 9 - Tekstslide

¿De qué están hablando? 
Elige la opción más probable.

Waar zijn ze over aan het praten? Kies de meest waarschijnlijke optie.
Leerdoel: "Ik ken het verschil tussen de perfecto en de indefinido".

Slide 10 - Tekstslide

El pretérito perfecto

 



El pretérito indefinido


Je vertelt over iets wat in het verleden is gebeurd, maar die periode is nog niet afgesloten

Je vormt de perfecto door het hulpwerkwoord
haber (he/has/ha/hemos/habéis/han) + ADO/IDO

Er zijn specifieke signaalwoorden die aangeven dat je de perfecto dient te gebruiken. Zoals: ooit, dit weekend, deze maand, dit jaar, vandaag etc. Zie pagina 14 van je module. 

Er zijn onregelmatige vormen zoals: 
ver = visto, decir = dicho, hacer = hecho etc.


Je vertelt over iets wat in het verleden is gebeurd, de periode is geheel afgesloten

Je vormt de indefinido door onderstaande uitgangen.









Er zijn specifieke signaalwoorden die aangeven dat je de indefinido dient te gebruiken. Zoals: gisteren, drie jaar geleden, 2010, afgelopen dinsdag etc. Zie pagina 32 van je module.

Soms een onregelmatige stam en uitgang.

Slide 11 - Tekstslide

¿Has visto mi mochila?
A
La semana pasada
B
Hoy

Slide 12 - Quizvraag

Nadie bailó.
A
En esta fiesta donde estamos.
B
En la fiesta del fin de semana pasado.

Slide 13 - Quizvraag

He conocido a un chico maravilloso.
A
El lunes pasado
B
Este verano

Slide 14 - Quizvraag

Nos compramos un Mercedes.
A
En 1999.
B
Esta mañana.

Slide 15 - Quizvraag

No ha dicho ni una sola palabra.
A
El día de su último cumpleaños
B
Desde esta mañana hasta ahora

Slide 16 - Quizvraag

¿Comprasteis toda la comida vosotros?
A
Para la cena de hoy.
B
Para la cena del otro día.

Slide 17 - Quizvraag

Elige la forma más adecuada 
en cada contexto.

Kies de juiste vorm in iedere context.

Slide 18 - Tekstslide

¿Sabes si va a venir Julia al cine?
Esta tarde no la ________.
A
he visto
B
vi

Slide 19 - Quizvraag

Ayer _____ con ella.
A
he hablado
B
hablé

Slide 20 - Quizvraag

¿Todavía no _____ el grifo?
A
has arreglado
B
arreglaste

Slide 21 - Quizvraag

Es que esta semana no _____ tiempo.
A
he tenido
B
tuve

Slide 22 - Quizvraag

Este fin de semana lo ______ muy bien con mis hermanas, ¿verdad?
A
hemos pasado
B
pasamos

Slide 23 - Quizvraag

¿No _____ este año a ningún concierto?
A
has ido
B
fuiste

Slide 24 - Quizvraag

En febrero ____ a un concierto.
A
he ido
B
fui

Slide 25 - Quizvraag

Este mes _____ en otro concierto.
A
he estado
B
estuve

Slide 26 - Quizvraag

¿Qué ____ hoy?
A
has hecho
B
hiciste

Slide 27 - Quizvraag

Ayer ____ con Rebeca a cenar, para celebrar nuestro aniversario.
A
he salido
B
salí

Slide 28 - Quizvraag

Nos ______ el 11 de julio, ¿no te acuerdas?
A
hemos casado
B
casamos

Slide 29 - Quizvraag

PERFECTO
INDEFINIDO
en mayo
ayer
hoy
En 2010
todavía
Este invierno
dos veces por semana
ya
nunca
por fin
anoche
en invierno
luego
entonces
el lunes pasado
alguna vez

Slide 30 - Sleepvraag

Los deberes
¡A estudiar!

Slide 31 - Tekstslide