Herhaling paragraaf 2.1 t/m 2.4

2. Arm en rijk in de Verenigde Staten
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 25 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

2. Arm en rijk in de Verenigde Staten

Slide 1 - Tekstslide

2.1 Arm en rijk in Detroit 

Begrippen uit deze les











  • Suburbs
  • werkloosheid
  • Automatisering
  • Leefomgeving
  • Werkgelegenheid

Slide 2 - Tekstslide

Vanaf 1950: Het verval van Detroit 
Rijke mensen naar buitenwijken: Suburbs
  • ruime woonwijken
  • mensen met een auto
  • hoge salarissen

Het Centrum minder aantrekkelijk:
  • hoogbouw
  • weinig ruimte, tekort aan woningen
  • geen tuin
  • druk

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

2.2: Armoede en rijkdom in de Verenigde Staten

Slide 5 - Tekstslide

Begrippen
✅ BNP
✅ HDI
✅ globalisering
✅ armoedegrens
✅ Lorenzcurve
✅ koopkracht

Slide 6 - Tekstslide

Bnp = bruto nationaal product = De waarde van alle goederen en diensten die in een land worden gemaakt in één jaar. 

HDI = Human Development Index




Slide 7 - Tekstslide

Human Development Index (Ontwikkelingsindex
De index van de menselijke ontwikkeling (ontwikkelingsindex), VN-index (welzijnsindex) of Human Development Index (HDI) van de Verenigde Naties meet voornamelijk armoede, analfabetisme, onderwijs en levensverwachting in een bepaald land of gebied. De index werd in 1990 ontwikkeld door de Pakistaanse econoom Mahbub ul Haq en wordt sinds 1993 door de UNDP gebruikt in haar jaarlijkse rapport.

Slide 8 - Tekstslide

Welvaart = Genoeg geld hebben en goed kunnen voorzien in de behoefte aan voedsel, huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg.(bnp/inwoner, koplopers (centrumlanden) – volgers (BRIC-landen) – achterblijvers.)

Koplopers = Ontwikkelde landen. Rijke landen waar de meeste mensen in de diensten werken. = Centrumlanden  

Volgers = Minder rijke landen die wel op weg zijn in hun ontwikkeling. = BRIC-landen (Brazilie, Rusland, India, China)

Achterblijvers = Arme landen waar veel mensen in de landbouw werken. In de wereldhandel spelen ze geen belangrijke rol.

Slide 9 - Tekstslide

Welzijn = Mate waarin iemand zich gezond, veilig, gelukkig en verbonden voelt met andere mensen. (Levensverwachting, analfabetisme, koopkracht).
Levensverwachting = Het aantal jaren dat iemand op een bepaalde leeftijd waarschijnlijk nog te leven heeft.

Analfabetisme = Het percentage van de bevolking van mensen die ouder zijn dan 15 jaar en nog niet kunnen lezen of schrijven.

Koopkracht = De producten en diensten die iemand met zijn inkomen kan kopen.

Slide 10 - Tekstslide

Globalisering:
Globalisering = Het doorgaande proces van internationale uitwisseling van mensen goederen, geld en informatie.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Lorenzcurve
Lorenzcurve = Grafiek die de inkomensongelijkheid in een land weergeeft.

Conclusie
Totale bnp heel hoog
  • Niet iedereen profiteert daar evenveel van. 
  • Koopkracht armste groep Amerikanen is heel klein. 

Totale bnp heel hoog
Niet iedereen profiteert daar evenveel van.
Koopkracht armste groep Amerikanen is heel klein. 

Slide 13 - Tekstslide

2.3 Landbouw in de VS

Slide 14 - Tekstslide

Begrippen
✅ productie per hectare
✅ genetische modificatie
✅ monocultuur
✅ exportlandbouw
✅ overvoeding
✅ welvaartsziekten

Slide 15 - Tekstslide

Productie per hectare
Gebied van 100m bij 100m waarop geproduceerd wordt. Dure zaden en bestrijdingsmiddelen verhogen die productie.

Slide 16 - Tekstslide

1. Genetische modificatie
Het aanpassen van DNA, zodat een gewas of dier groeit zoals de mens dat wilt.

Slide 17 - Tekstslide

2. Mechanisatie
Machines zorgen ervoor dat er minder mensen hoeven te werken. Machines vervangen de mens.

Slide 18 - Tekstslide

Monocultuur in VS
Boeren richten zich maar op één gewas om te verbouwen. 

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Aan de slag
  • Herhalen de stof van 2.2 t/m 2.3
  • Maak de zelftoets online
  • Oefen met Quizlet (link zit in jullie mail)


Slide 24 - Tekstslide

Leren S.O paragraaf 2.1 t/m 2.4
  •  De stof in je boek
  •  Alle blauwe begrippen
- schrijf deze voor jezelf op met de betekenis in eigen woorden
  •  Lees alle opdrachten nog eens goed door
  • Neem de finish door en maak de finish opdrachten online

Slide 25 - Tekstslide