W19 -BIO - J2 -H - th6 - bs 3&4

Let op!!!
Dit is de laatste lessonup les voor th 6
Volgende week ga je zelfstandig een opdracht uitvoeren voor een so cijfer!
Je ontvangt hier volgende week meer informatie over in de lessonup van W20
De opdrachten zullen gaan over bs 1 t/m 4
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Let op!!!
Dit is de laatste lessonup les voor th 6
Volgende week ga je zelfstandig een opdracht uitvoeren voor een so cijfer!
Je ontvangt hier volgende week meer informatie over in de lessonup van W20
De opdrachten zullen gaan over bs 1 t/m 4

Slide 1 - Tekstslide

Bs 3 kringlopen 

Slide 2 - Tekstslide

kringloop 
kringloop = Proces waarvan onderdelen steeds terug komen.

Voorb. van kringloop in het dagelijkse leven: 
Het inleveren van plastic flessen voor statiegeld zorgt ervoor dat de flessen opnieuw worden gebruikt en niet als vuil achterblijven. 

Slide 3 - Tekstslide

De kringloop van water
Water (H2O) komt overal en in verschillende vormen voor
vast, vloeibaar en gasvormig ->

75% van het aardoppervlak bestaat uit water 
&
ongeveer 70% van het menselijk lichaam bestaat uit water 

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

De kringloop van water 
Water in zeeën en oceanen verdampt door warmte (water is gasvormig) -> water stijgt omhoog -> Hierdoor wordt het water koud -> condensatie vindt hierdoor plaats (gasvormig water verandert in vloeistof) ->water valt neer op aarde in vloeibare of vaste vorm (regen of sneeuw) -> het water komt in de rivieren terecht en stroomt terug naar de zee/oceaan -> alles begint opnieuw.  

Slide 6 - Tekstslide

In de lucht komt koolstof voor in de vorm van koolstofdioxide.
Planten (producenten) slaan koolstof op in de vorm van glucose.
Een deel van de energierijke stoffen wordt als brandstof gebruikt bij de verbranding. Hierbij ontstaat koolstofdioxide die aan de lucht wordt afgegeven.
Koolstofdioxide uit de lucht wordt met behulp van fotosynthese omgezet in glucose.
Bij planten vindt ook verbranding plaats. Een deel van de door de fotosynthese gemaakte glucose wordt bij verbanding weer verbruikt. 
Hierbij onstaat weer koolstofdioxide in de lucht. 
Bij de verbanding van de energierijke stoffen ontstaat weer koolstofdioxide in de lucht.
Als een plant wordt gegeten door een dier, komen de energierijke stoffen (koolhydraten, eiwitten en vetten) van de plant in het dier terecht.
Glucose wordt opgeslage in een plantaardige energierijke stoffen:
Koolhydraten, vetten en eiwitten.
Planten kunnen doodgaan. De stoffen in dode resten worden opgenomen door reducenten.
Een deel van plantaardige energierijke stoffen wordt in het dier gebruikt voor de verbranding.

Een ander deel wordt gebruikt als bouwstoffen. De plantaardige energierijke stoffen worden omgezet in dierlijke energierijke stoffen.

Dierlijke energierijke stoffen zijn: koolhydraten, vetten en eiwitten.
Een deel van van de plantaardige stoffen worden niet verteerd in een dier. Deze komen via de uitwerpselen weer buiten. Het dier kan ook sterven. De stoffen in de dode resten en in de uitwerpselen van dieren worden door reducenten opgenomen.
Schimmels en bacteriën (reducenten) gebruiken het grootste deel van de opgenomen energierijke stoffen als brandstof voor de verbranding. 
koolstofkringloop (druk op '+' voor uitleg)

Slide 7 - Tekstslide

0

Slide 8 - Video

Bs 4) Piramides

Slide 9 - Tekstslide

piramide van aantallen 
voedselketen = opeenvolging van verschillende organismen die elkander opeten  

Bij iedere schakel neemt het aantal organismen af (meestal). 
Voorb. In een bos zijn er heel veel planten. Maar er zijn in vergelijking met de planten weer minder konijnen.  
voedselketen = plant -> konijn 

Slide 10 - Tekstslide

Piramide van aantallen
De plantjes zijn de 1e schakel van de keten en de laatste schakel is de roofvogel. 
De basis van de piramide start met de 1e schakel en de top met de laatste.  

Slide 11 - Tekstslide

Piramide van aantallen
Soms hebben de piramides van aantallen een afwijkende vorm. Bijv. Als er op een plek maar 1 boom staat waarin 100 rupsen voorkomen die de bladeren van de boom eten, dan ziet de piramide er anders uit. 

Slide 12 - Tekstslide

Piramide van biomassa
Elk organisme draagt een bepaald aantal energierijke stoffen bijzich.
Het totale gewicht die het organisme bij zich draagt aan energierijke stoffen noemen we biomassa.
Piramide van biomassa heeft altijd een piramidevorm.
Niet alle energierijke stoffen worden doorgegeven aan een volgend niveau, een deel is nodig voor beweging, om warm te blijven, voor voortplanting, etc. De biomassa wordt dus bij iedere schakel kleiner 

Slide 13 - Tekstslide

Piramide van biomassa
Biomassa= de totale hoeveelheid energierijke stoffen in een  organismen.
voorb. energierijke stof = koolhydraten, vetten en eiwitten
De piramide van biomassa heeft altijd een piramide-vorm. Niet alle energierijke stoffen worden doorgegeven aan een volgend niveau, een deel is nodig voor beweging, om warm te blijven, voor voortplanting, etc

Slide 14 - Tekstslide

Ga via magister naar de online omgeving van bio en maak de opdrachten van bs 3 en 4 



Weet je niet hoe je moet inloggen -> kijk naar de lessonup van week 16. Daar wordt uitgelegd hoe je dit kunt doen . Je docent houdt bij of je de opdrachten (voldoende) maakt.
Succes!

Slide 15 - Tekstslide