Onderwijsgeschiedenis

1 / 85
volgende
Slide 1: Tekstslide
OnderwijskundeWOStudiejaar 1

In deze les zitten 85 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag:
Geschiedenis
- Hoofdelijk onderwijs
- Opkomst pedagogiek
- Gecentraliseerd onderwijsstelsel
- Aanschouwingsonderwijs
- Schoolstrijd
- Het opleiden van leraren
- Reformpedagogiek
- Verheffing en emancipatie
- Stroom van vernieuwing
- Meritocratie en actiever onderwijsbeleid



Slide 2 - Tekstslide

Doel van onderwijs is.....

Slide 3 - Woordweb

Je moet kiezen
Aanleren kennis en vaardigheden
Opvoeding
(Zelf) ontplooiing

Slide 4 - Poll

Je huidige kennis van de onderwijsgeschiedenis is:
0100

Slide 5 - Poll

Tijdlijn onderwijsgeschiedenis
1700
1725
1750
1775
1800
1825
1850
1875
1900
1925
1950
1975
2000
Hoofdelijk onderwijs
Opkomst
pedagogiek
Gecentraliseerd
onderwijsstelsel
Aanschouwend onderwijs
School
strijd
Verheffing
Emancipatie
Stroom van
vernieuwing
Meritocratie
actiever beleid
1806
Onderwijswet
Verplicht 
klassikaal 
lesgeven

1848
Vrijheid van
onderwijs
in grondwet

1900
Leer
plicht
1920
Gelijkstelling
openbaar
bijzonder
onderwijs
1968
Mammoet
wet
1985
Basisschool
1998
Tweede
fase

Slide 6 - Tekstslide

Tijdlijn onderwijsgeschiedenis
1700
1725
1750
1775
1800
1825
1850
1875
1900
1925
1950
1975
2000
Hoofdelijk onderwijs
Opkomst
pedagogiek
Gecentraliseerd
onderwijsstelsel
Aanschouwend onderwijs
School
strijd
Verheffing
Emancipatie
Stroom van
vernieuwing
Meritocratie
actiever beleid
1806
Onderwijswet
Verplicht 
klassikaal 
lesgeven

1848
Vrijheid van
onderwijs
in grondwet

1900
Leer
plicht
1920
Gelijkstelling
openbaar
bijzonder
onderwijs
1968
Mammoet
wet
1985
Basisschool
1998
Tweede
fase

Slide 7 - Tekstslide

In deze methode wordt de leerling zoveel mogelijk in staat gesteld om zijn eigen leerroute vorm te geven. Dit is altijd in samenspraak met de leraar, die daarbij een coachende rol inneemt.

A
Hoofdelijk onderwijs (16e eeuw)
B
Gepersonaliseerd leren (21e eeuw)

Slide 8 - Quizvraag

Hoofdelijk onderwijs (tot 18e eeuw)



Aanleren kennis en vaardigheden



             Opvoeding                                    Zelf ontplooiing

Valcooch (1591): ‘Ten eersten sal hy hebben een fraye handtplacke, Met een wacker roede van wilghen tacke’



Slide 9 - Tekstslide

Hoofdelijk onderwijs (tot 18e eeuw)

Kenmerken
  • Hoofdelijk onderwijs: ieder kind kreeg van de meester een opdracht. Tweemaal per dag naar de lessenaar
  • Lezen, schrijven, soms rekenen (betalen per les!)
  • Latijnse school (lingua franca)
  • Niet leuk, niet praktisch (Homerus opdreunen)
  • Leerling leert in eigen tempo 
  • Individuele instructie en overhoring van docent. 
  • Eerste methodes (Bartjens en Vossius)

Elementen herkenbaar in: Gepersonaliseerd leren, leerkracht als coach Gymnasium

Al in 1618: Van de weldaet der scholen mocht niemand uitgesloten worden


Slide 10 - Tekstslide

Tijdlijn onderwijsgeschiedenis
1700
1725
1750
1775
1800
1825
1850
1875
1900
1925
1950
1975
2000
Hoofdelijk onderwijs
Opkomst
pedagogiek
Gecentraliseerd
onderwijsstelsel
Aanschouwend onderwijs
School
strijd
Verheffing
Emancipatie
Stroom van
vernieuwing
Meritocratie
actiever beleid
1806
Onderwijswet
Verplicht 
klassikaal 
lesgeven

1848
Vrijheid van
onderwijs
in grondwet

1900
Leer
plicht
1920
Gelijkstelling
openbaar
bijzonder
onderwijs
1968
Mammoet
wet
1985
Basisschool
1998
Tweede
fase

Slide 11 - Tekstslide

Lezen, schrijven en leren over het algemeen beschouw ik als nodig, maar niet als de kerntaak’
A
John Locke (1963)
B
Gert Biesta (2019)

Slide 12 - Quizvraag

Opkomst pedagogiek (18e eeuw)



Aanleren kennis en vaardigheden



             Opvoeding                                    Zelf ontplooiing

Rousseau (1762):‘Alles is goed zoals het uit de handen van de Schepper komt, alles raakt verdorven in de handen van de mens.’




Slide 13 - Tekstslide

Opkomst pedagogiek en romantiek (18e eeuw)
Tabula rasa - Verlichtingsdenken

‘Vom Kinde aus’, die van de natuurlijke goedheid van het onbedorven kind een nieuwe Gouden eeuw verwachtte.

De romantiek ging accent leggen op het kind
  • Het kleine kind (Fröbel, 1782-1852)
  • Het schoolkind (Pestalozzi, 1746-1827)
  • De jeugdige mens (Rousseau, 1712-1778)
  • De jonge man (Duitse Sturmunddrang)



Slide 14 - Tekstslide

Opkomst pedagogiek (18e eeuw)
Kenmerken
  • Tabula Rasa, Verlichtingsdenken.
  • Opvoeding en arbeidsdiscipline (Locke, Pestalozzi)
  • Bestemming onbekend, de mens is van nature goed, terugkeer naar de natuur (Rousseau en Fröbel)

In het onderwijs:
  • Vakken leren waar je in het leven iets aan hebt, zoals het schrijven van brieven of het leren van een vreemde taal.
  • Roep om: Onderwijs aan meisjes, les in moedertaal, overheidssturing op naar school gaan

Elementen herkenbaar in:
  • NIVOZ
  • Democratisch onderwijs


Slide 15 - Tekstslide

Tijdlijn onderwijsgeschiedenis
1700
1725
1750
1775
1800
1825
1850
1875
1900
1925
1950
1975
2000
Hoofdelijk onderwijs
Opkomst
pedagogiek
Gecentraliseerd
onderwijsstelsel
Aanschouwend onderwijs
School
strijd
Verheffing
Emancipatie
Stroom van
vernieuwing
Meritocratie
actiever beleid
1806
Onderwijswet
Verplicht 
klassikaal 
lesgeven

1848
Vrijheid van
onderwijs
in grondwet

1900
Leer
plicht
1920
Gelijkstelling
openbaar
bijzonder
onderwijs
1968
Mammoet
wet
1985
Basisschool
1998
Tweede
fase

Slide 16 - Tekstslide

‘De opvoeding van de jeugd is geen particulier goed, waar iedereen met eigen grilligheden mee om mag gaan en het vervuilen van zijn onkunde of kwaadwilligheid.’

A
Gerard Vatebender ten tijde van de Bataafse Revolutie (1794)
B
Peter Kwint bij het wetgevingsoverleg over de burgerschapsopdracht

Slide 17 - Quizvraag

Gecentraliseerd onderwijsstelsel (eind 18e eeuw)



Aanleren kennis en vaardigheden



             Opvoeding                                    Zelf ontplooiing

Vatebender (1793): ‘Hervormen en verbeteren is niet ‘bedekken en oplappen of toesmeren’: maar betekent het kwaade geheel weg nemen en vast en duurzaam beter in de plaats brengen.’





Slide 18 - Tekstslide

Gecentraliseerd onderwijsstelsel (eind 18e eeuw)
Lager onderwijswetten van 1801, 1803 en 1806: 
Alle Nederlandse kinderen moeten worden opgevoed tot staatsburgers: nuttige en deugdzame leden van de maatschappij 
  • Onderwijzers mogen pas lesgeven na opleiding
  • Onderwijsinspectie bewaakt kwaliteit
  • Kerk verliest dominante rol

  • ‘Nationale Opvoeding’, de jeugd als eigendom van de staat.
  • Bataafse revolutie (1794) bracht uniformiteit en efficiëntie.

Elementen herkenbaar in:
  • Gelijke kansen
  • Burgerschapsdebat
  • Schoolstrijd


Slide 19 - Tekstslide

Tijdlijn onderwijsgeschiedenis
1700
1725
1750
1775
1800
1825
1850
1875
1900
1925
1950
1975
2000
Hoofdelijk onderwijs
Opkomst
pedagogiek
Gecentraliseerd
onderwijsstelsel
Aanschouwend onderwijs
School
strijd
Verheffing
Emancipatie
Stroom van
vernieuwing
Meritocratie
actiever beleid
1806
Onderwijswet
Verplicht 
klassikaal 
lesgeven

1848
Vrijheid van
onderwijs
in grondwet

1900
Leer
plicht
1920
Gelijkstelling
openbaar
bijzonder
onderwijs
1968
Mammoet
wet
1985
Basisschool
1998
Tweede
fase

Slide 20 - Tekstslide

‘Bildung is een van de grootste prioriteiten van het onderwijs. Ik verlang een zelfbewuste beroepsgroep die jonge mensen op de toekomst voorbereidt.’

A
Alexander von Humboldt (1809)
B
Ingrid van Engelshoven (2017)

Slide 21 - Quizvraag

Aanschouwingsonderwijs (begin 19e eeuw)



Aanleren kennis en vaardigheden



             Opvoeding                                    Zelf ontplooiing

Von Humboldt(?):
‘Bildung dient geen andere doel dan zichzelf’






Slide 22 - Tekstslide

Aanschouwingsonderwijs (begin 19e eeuw)
Kenmerken
  • Leerstofjaarklassen, lezen met leesplankje, schoolplaten
  • Door middel van zintuigen ‘gewaarwordingen aanschouwen’ die tot een ‘voorstelling worden verenigd in een versmelting’.
  • Bildung (ontplooiing) is géén Erziehung (opvoeding)
  • School leidt niet op tot een beroep, afstand  arbeidsmarkt.

Elementen herkenbaar in:
  • Persoonsvorming in het onderwijs
  • Constructivisme


Slide 23 - Tekstslide

Tijdlijn onderwijsgeschiedenis
1700
1725
1750
1775
1800
1825
1850
1875
1900
1925
1950
1975
2000
Hoofdelijk onderwijs
Opkomst
pedagogiek
Gecentraliseerd
onderwijsstelsel
Aanschouwend onderwijs
School
strijd
Verheffing
Emancipatie
Stroom van
vernieuwing
Meritocratie
actiever beleid
1806
Onderwijswet
Verplicht 
klassikaal 
lesgeven

1848
Vrijheid van
onderwijs
in grondwet

1900
Leer
plicht
1920
Gelijkstelling
openbaar
bijzonder
onderwijs
1968
Mammoet
wet
1985
Basisschool
1998
Tweede
fase

Slide 24 - Tekstslide

‘Het nieuwe artikel 23 is duidelijk: ieder kind heeft recht op onderwijs en kan elke school kiezen. Scholen hebben de plicht om kinderen te accepteren. Kinderen mogen niet geweerd worden op basis van hun geloof, zorgbehoefte of inkomen van hun ouders.’

A
Johan Thorbecke (1848)
B
Verkiezingsprogramma PvdA (2020)

Slide 25 - Quizvraag

Schoolstrijd (19e en 20e eeuw)



Aanleren kennis en vaardigheden



             Opvoeding                                    Zelf ontplooiing

Medestander van Groen van Prinsterer (medio 19e eeuw):
‘Deugdzame kinderen komen bij ons niet in de hemel’







Slide 26 - Tekstslide

Schoolstrijd (19e eeuw)
Invoering Artikel 23 grondwet (1848)- Vrijheid van onderwijs; verschil openbaar bijzonder onderwijs - gemeente | bestuur

Kenmerken
  • Splitsing tussen algemeen onderwijs (opleiden tot alle Maatschappelijke en Christelijke Deugden) en leerstellig religieus (bijzonder) onderwijs.
  • Inspecteurs naar evenredig benoemd.
  • Vanaf 1870 - 30% bijzonder onderwijs werd betaald. 
  • Ouders moesten tot 1920 bijzonder onderwijs zelf betalen.

Elementen herkenbaar in:
  • Art. 23- en burgerschapsdebat
  • Debat over toelaatbaarheidsverklaringen


Slide 27 - Tekstslide

Schoolwet 1878
Armenwetten (1854, 1912), de Woningwet (1901) en de Arbeidswet (1911) = beleid bestrijding van armoede + slechte leef- en werkomstandigheden. Kinderwetje (1874) van Houten 

1878 - Wet Lager Onderwijs
  • Hogere eisen aan gebouwen, materialen en leerkrachten.
  • Klassengrootte verlaagd van 70 naar 40 leerlingen. 
  • Aan de gemeentebesturen werd opgedragen, de staatsscholen te compenseren voor de gestegen kosten. 

Ook moesten ze voortaan bijdragen aan de opleiding van onderwijzers. Deze kregen een hoger salaris, en wachtgeld in geval van werkloosheid. Op hun beurt zouden de gemeenten voortaan 30% van hun kosten aan het openbaar onderwijs vergoed krijgen door het Rijk.


Slide 28 - Tekstslide

Overheid en onderwijs
Begin van inmenging van overheid en onderwijs. 3 perioden:

  • 1900 - 1920: Politieke strijd om gelijkstelling. Meer kinderen in de zegeningen van het onderwijs te doen delen. Weinig politieke aandacht voor inhoud en of elk onderwijs wel een zegen is. 
  • 1920 - 1930 - Meer belangstelling voor de vraag naar doeltreffendheid van het onderwijs, de wetenschappelijke beoefening van de pedagogiek 
  • 1930 - 1940 - Verspreiding van gedachten over onderwijs, veel congressen. 


Slide 29 - Tekstslide

Leerplicht (20e eeuw)
  • 1918 - Instelling afzonderlijk departement voor onderwijs (OKW)
  • Wet op lager Onderwijs (1920) - Openbaar en bijzonder onderwijs financieel gelijkgesteld.

Na 1920:  
  • Strak georganiseerd klassikaal onderwijs.  
  • Meer aandacht voor hygiëne (schoolarts). 
  • 1937 - Start verkeersonderwijs

Elementen herkenbaar in: Curriculumdiscussie


Slide 30 - Tekstslide

Tijdlijn onderwijsgeschiedenis
1700
1725
1750
1775
1800
1825
1850
1875
1900
1925
1950
1975
2000
Hoofdelijk onderwijs
Opkomst
pedagogiek
Gecentraliseerd
onderwijsstelsel
Aanschouwend onderwijs
School
strijd
Schoolwet
Stroom van
vernieuwing
Meritocratie
actiever beleid
1806
Onderwijswet
Verplicht 
klassikaal 
lesgeven

1848
Vrijheid van
onderwijs
in grondwet

1900
Leer
plicht
1920
Gelijkstelling
openbaar
bijzonder
onderwijs
1968
Mammoet
wet
1985
Basisschool
1998
Tweede
fase

Slide 31 - Tekstslide

Het opleiden van leraren (20e eeuw)


Aanleren kennis en vaardigheden



             Opvoeding                                    Zelf ontplooiing








Slide 32 - Tekstslide

Normaalscholen
Voor 1800 - Schoolmeesters leerden het lesgeven in de praktijk, zonder specifieke vooropleiding. 

Dorpsscholen waren vaak verbonden aan de plaatselijke parochiekerk en de schoolmeester was vaak de koster van deze kerk. De lessen beperkten zich gewoonlijk tot lezen, schrijven en godsdienstonderricht.

Vanaf de Franse tijd (rond 1800) - normaalscholen. Overdag werken op lagere school, in de avond en op zaterdag les om vervolgens examens te doen en aktes te halen. 



Slide 33 - Tekstslide

Het opleiden van leraren
20e eeuw
De Maatschappij tot Nut van 't Algemeen: nieuwe idealen over onderwijs (Verlichting)
  • Ek kind had recht op onderwijs; dat moest niet door religieuze instellingen worden verzorgd maar door de staat;
  • Door goed onderwijs zou een kind zich kunnen ontwikkelen tot een beschaafde en deugdzame burger.

Vanaf 1906 - Rijksdagnormaalscholen (naast kweekscholen)

De onderwijzersopleiding mocht niet langer worden overgelaten aan ongecontroleerde "opleidingsklassen" maar de overheid moest die opleiding zelf ter hand nemen. De kwaliteit en de omvang van de leerstof van de diverse onderwijzersopleidingen varieerde sterk van school tot school.



Slide 34 - Tekstslide

Rijkskweekscholen

 1878 - "Van Rijkswege worden kweekscholen voor onderwijzers opgericht en onderhouden" (Schoolwet / LO wet)

Onderwijzersopleiding voldeed niet altijd. Kritiek (1900-1920)
- Beperkte intellectuele niveau van de opleiding
- Onvoldoende zorg voor praktische vorming
- Gebrek aan leraren met gewenste bevoegdheden

Sub-Commissie Lager Onderwijs (1903)
- Aanzien van onderwijzer was niet hoog genoeg. Mensen uit gegoede kringen kozen niet vaak genoeg voor onderwijzer.
- Toename van meisjes op de opleiding
- Hogere bezoldiging, meer wetenschappelijk karakter om jongelieden uit gegoede kringen aan te trekken


Slide 35 - Tekstslide

Rijkskweekscholen
1920 - Wet op lager onderwijs: 
  • Opleiding onderwijzers en onderwijzeressen alleen bij kweekscholen en opleidingsscholen (alleen voor onderwijzeressen)
  • Voor begin - toelatingsexamen.
  • Leerscholen verbonden aan kweekscholen waar de kwekelingen in de praktijk ervaring konden opdoen,

Slide 36 - Tekstslide

Rijkskweekscholen

  • 1930 recessie. Inkorten kweekschool tot drie jaar
  • 1941 drie jaar voldoet niet, terug naar vier jaar
  • Na WOII - Tekort onderwijzers. 1 jarige cursus (van soldaat naar onderwijzer)
  • 1950 geboortegolf - lerarentekort. Opnieuw 1-jarige cursus

Daarna los van lager onderwijs aparte opleiding
- Jaar 1 en 2 - Voorbereiding (gelijk aan twee jaar HAVO)
- Jaar 3 en 4 - Vakstudie voor onderwijzer
Daarna bevoegd voor klas 1 - 6
- Jaar 5 - Uitbreiden bevoegdheid (ULO) of schoolleider

Na Mammoetwet - Direct na havo naar jaar 3 van kweekschool
1983 - Samenvoeging tot pabo. Vier jaar met minimaal 35 weken praktijkervaring. 

Slide 37 - Tekstslide

‘Sociale, economische en intellectuele condities veranderen met een snelheid niet voor mogelijk was gehouden in de geschiedenis. Als de instituties van instructie min of meer parallel met deze verandering oplopen, dan zullen veel mensen minder training krijgen en zullen zij zich minder makkelijk kunnen aanpassen aan de huidige situatie.’

A
John Dewey, 1902
B
OESO, 2018

Slide 38 - Quizvraag

Reformpedagogiek (20e eeuw)
Kind centraal, niet de lesstof

Aanleren kennis en vaardigheden



             Opvoeding                                    Zelf ontplooiing

‘Het kind zegt: ‘Ik geef er niet om wat gij weet, ik wil zelf weten. Ik heb ervaring nodig van de wereld, en ik moet door mijn eigen moeite ondervinden; behoudt gij uw eigen kennis, laat mij de mijne veroveren.’ Montessori, 1949








Slide 39 - Tekstslide

Welke onderwijsvorm heb je gevolgd?
Openbare school
Montessori
Jenaplan
Iederwijs
Dalton
Freinet
Vrije school

Slide 40 - Poll

Reformpedagogiek (19e eeuw)
Reactie op leerstofjaarklas en -klassikale, verbale onderwijs. Kritiek op: passiviteit leerling, massale aanpak onderwijs, opdeling in afzonderlijke vakken,

Kenmerken:
  • Het onderwijs houdt geen gelijke tred met de samenleving
  • Veel te weinig begrip voor kinderen (onderdrukking, boekenwijsheid, zielenmoord)
  • Herwaardering van Fröbelen.

Elementen herkenbaar in:
  • OESO-rapporten
  • Agora-onderwijs
  • Werk- en steungroep Kleuteronderwijs (WSK)


Slide 41 - Tekstslide

Pedagogische / onderwijskundige golven 
  1. Rond 1920: Reformpedagogiek
  2. Rond 1970: Antiautoritaire opvoeding
  3. Rond 2000: Het nieuwe leren

Begin = behoefte aan meer vrijheid

Drijfveer = De behoefte aan een betere samenleving

Kerngedachte = De gerichtheid op het individuele kind in al zijn facetten in een sociale omgeving.

Slide 42 - Tekstslide

Pedagogische / onderwijskundige golven 
Tijd
1920
1970
2000
Reformpedagogiek
Anti autoritaire opvoeding
Het nieuwe leren
Initiatief
Intellectuelen
Studenten
Ouders en scholen
Aanleiding
Onvrede met de te strak gedisciplineerde school;
Onvrede met te autoritaire gedrag van instituten.
Te burgerlijke maatschappij
Onvrede met school die niet een individuele persoonlijke groei vervul
Start
Romantische scholen:
JasnajaPoljana
Walden
Romantische scholen:
SudburyValley
SummerhillSchool
Romantische scholen:
Iederwijs
Verloop
Diverse vormen van structuur met grote vrijheid voor leerlingen
Diverse vormen van structuur met grotere vrijheid voor leerlingen
Vele individuele vormen van kleine ad hoc experimenten

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Tekstslide

Slide 45 - Tekstslide

Onderwijsconcepten uit 
reformpedagogiek
  • Het Freinet-onderwijs (van Célestin Freinet)
  • Het Montessori (van Maria Montessori)
  • Het Dalton-onderwijs (van Helen Parkhurst)
  • Het Jenaplan-onderwijs (van Peter Petersen)
  • De vrije school (van Rudolf Steiner)


Slide 46 - Tekstslide

Montessori
Vrije school
Dalton
Jenaplan
Freinet
Iederwijs
levend, zinvol en handelend leren in coöperatief overleg
Hoofd, hart en handen
Leer mij het zelf te doen
Vrijheid in gebondenheid
Kinderen kunnen leren wat ze willen, met wie ze het willen en op welk moment ze het willen.
gemeenschap van kinderen, leraren en ouders

Slide 47 - Sleepvraag

Tijdlijn onderwijsgeschiedenis
1700
1725
1750
1775
1800
1825
1850
1875
1900
1925
1950
1975
2000
Hoofdelijk onderwijs
Opkomst
pedagogiek
Gecentraliseerd
onderwijsstelsel
Aanschouwend onderwijs
School
strijd
Kweek
scholen
Stroom van
vernieuwing
Meritocratie
actiever beleid
1806
Onderwijswet
Verplicht 
klassikaal 
lesgeven

1848
Vrijheid van
onderwijs
in grondwet

1900
Leer
plicht
1920
Gelijkstelling
openbaar
bijzonder
onderwijs
1968
Mammoet
wet
1985
Basisschool
1998
Tweede
fase

Slide 48 - Tekstslide

‘Stel het moment van selectie naar een schoolsoort van het voortgezet onderwijs uit tot na een brede brugperiode. En bied, veel meer dan nu, in het basis- en voortgezet onderwijs flexibel onderwijs op maat, dat recht doet aan verschillen tussen leerlingen. Daarvoor is een ingreep in de structuur van het voortgezet onderwijs noodzakelijk.’

A
Van Kemenade (1975)
B
Onderwijsraad (2021)

Slide 49 - Quizvraag

Verheffing en emancipatie (19e/20e eeuw)


Aanleren kennis en vaardigheden



             Opvoeding                                    Zelf ontplooiing

Nederlands Genootschap van Leraren (1975):
‘Eerst hebben we de Mammoetwet over de ruggen van de leraren gekregen en nu walst de Contourennota hier overheen met en strategie die op de Blitzkrieg lijkt’









Slide 50 - Tekstslide

Ontwikkelingen lager onderwijs en middelbare
19e eeuw
1863 - Wet op middelbaar onderwijs (Thorbecke)

Middelbare school beoogde de vorming van die talrijke burgerij, welke het lager onderwijs te boven, naar algemene kennis, beschaving en voorbereiding voor de onderscheidene bedrijven der nijvere maatschappij tracht

1864 - Eerste hogere burgerschool

Slide 51 - Tekstslide

Kritiek
onderwijs en overheid


Veel kritiek op ontwikkelingspeil leerlingen en aansluiting
  • 1873 - Toelatingsexamen. Garantie voor met vrucht doorlopen middelbare school
  • 1899 - TK pleit voor facultatief stellen toelatingsexamen
  • 1900 - Vereniging van leraren neemt een motie aan tegen het voorschrift omtrent het toelatingsexamen. Pleidooi voor mogelijkheid tot toelaten op basis van verklaring van het hoofd der lagere school
  • 1902 - Vrijstelling toelatingsexamen wordt mogelijk

Veel klachten over dubbele taak onderwijs
  • Verschaffen algemene ontwikkeling
  • Voorbereiding wetenschappelijke studie
Gevolg - Overladenheid en zware belasting van leerlingen. 



Slide 52 - Tekstslide

Ineenschakelingscommissie

1903 - Ineenschakelingscommissie (Kuyper): "Het voorbereiden van voorstellen aan de regering tot reorganisatie van het lager, middelbaar en hoger onderwijs voorzover deze tot een betere inschakeling van de onderscheiden delen van het onderwijs nodig zal blijken. "

Resultaat (1908)
- Handhaving onderscheid lager, middelbaar, hoger onderwijs
- Geen splitsing in theoretisch of praktisch onderwijs. Onderwijs hoort in elk opzicht de arbeidsverdeling te volgen. Toekomstige bestemming der leerlingen domineert. Veel waardering vakonderwijs. 
- Lager en middelbaar vakonderwijs in afzonderlijke wet. Ook vakonderwijs zal geschieden op grondslag en met voortzetting van het algemeen vormend onderwijs. 

Slide 53 - Tekstslide

"Aan de bij oprichting gewekte verwachting heeft het niet beantwoord. De onderwijsraad heeft goede diensten verricht bij de interpretatie, uitvoering en aanvulling van bestaande wetten. Maar invloed van betekenis op de ontwikkeling van ons onderwijs is er niet van uit gegaan."
A
1937
B
2017

Slide 54 - Quizvraag

Ontwikkelingen 20e eeuw
Verheffing en emancipatie
Kenmerken:
  • Aandacht voor de adolescent (tweede geboorte)
                  - HBS (Thorbecke, 1863)
                  -‘Driejarigen tusschenschool’ (Gunning, 1898)
                   - Mammoetwet (Cals, 1968)
                   - Middenschool (Van Kemenade, 1975)
                   - Basisvorming (WRR, 1986)
  • Leerplannen en examenregelingen.
  • Algemene vorming ten koste van praktijkvakken

Elementen herkenbaar in:
  • Gelijke Kansen discussie
  • Onderwijsraadadvies
  • 10-14-scholen


Slide 55 - Tekstslide

Slide 56 - Video

Tijdlijn onderwijsgeschiedenis
1700
1725
1750
1775
1800
1825
1850
1875
1900
1925
1950
1975
2000
Hoofdelijk onderwijs
Opkomst
pedagogiek
Gecentraliseerd
onderwijsstelsel
Aanschouwend onderwijs
School
strijd
Verheffing
Emancipatie
Stroom van
vernieuwing
Meritocratie
actiever beleid
1806
Onderwijswet
Verplicht 
klassikaal 
lesgeven

1848
Vrijheid van
onderwijs
in grondwet

1900
Leer
plicht
1920
Gelijkstelling
openbaar
bijzonder
onderwijs
1968
Mammoet
wet
1985
Basisschool
1998
Tweede
fase

Slide 57 - Tekstslide

‘En dit is het ellendige, typisch Hollandse van al die vernieuwingsrichtingen. Ze staan onderling zo scherp tegenover elkaar, dat zij alleen aan bod willen komen. (…) Neen, vernieuwsters en vernieuwers, de grote vijand van vernieuwing zit in Uw midden, in Uw sectarisme, Uw onderlinge onverdraagzaamheid, Uw eigen gekrakeel, Uw alleen maar erkennen van eigen kerk.’

A
Inspecteur P.F. van Overbeeke (1949)
B
PVV-Kamerlid Harm Beertema (2021)

Slide 58 - Quizvraag

Stroom van vernieuwing (20e eeuw)


Aanleren kennis en vaardigheden



             Opvoeding                                    Zelf ontplooiing

Martinus Langeveld (1938):
‘De school is een compromis, zij is als zodanig en oplossing voor verbetering vatbaar, maar zal steeds een compromis blijven.’










Slide 59 - Tekstslide

Stroom van vernieuwing 
(20e eeuw)
Naoorlogse onderwijsbeleid:  ontplooiing van het individu, sociale betrokkenheid en morele verantwoordelijkheid
In 1950 7,3% rijksuitgaven voor onderwijs. In 1957 11,2%.

Kenmerken:
  • Geïnitieerd door beleidsmakers, pedagogen en politici. Niet door leraren.
  • Romantisch/positivistische opvatting over de leraar (onderwijs is kunst)
  • Leerkracht als coach/begeleider

Elementen herkenbaar in:
  • Pedagogisch-didactische richtingen(strijd)
  • Onderwijsmanifesten. ‘De leerling centraal’


Slide 60 - Tekstslide

Passend onderwijs?
Tot 1900 geen passend antwoord op onderwijs aan leerlingen met beperkingen. 

Vanaf 1949 - Opstart LOM scholen, daarna groei speciaal onderwijs

Vanaf 1985 (basisonderwijs) buitengewoon onderwijs als aparte vorm, werd speciaal onderwijs

Idealen: Basisschool zelf dient zorg ten aanzien van kinderen met leer- en/of gedragsproblemen te verbreden en via WSNS (Weer Samen Naar School) werd getracht de groei van het speciaal onderwijs te stabiliseren. 

Slide 61 - Tekstslide

Stroom van vernieuwing 
(20e eeuw)
Innovatie Commissie Basisonderwijs (ICB) (1974):
  • Het plan van leerdoelen, de onderwijsleerinhouden, de didactische werkvormen en de interne schoolorganisatie dienen de continue ontwikkeling van de individuele leerling te honereren en goed sociaal gedrag te bevorderen
  • Individualisering en differentiatie dienen te worden bewerkstelligd
  • Rekening dient te wordne gehouden met d eigen identiteit van de kleuter en met die van de leerling
  • Ontwikkeling van de geestelijke, sociale, verbale en manuele creativiteit
  • Verbetering van de diagnosticerende en remediërende functies van het onderwijs
  • Opheffen van de educatieve achterstanden van leerlingen uit sociaal achtergestelde milieus

Slide 62 - Tekstslide

Tijdlijn onderwijsgeschiedenis
1700
1725
1750
1775
1800
1825
1850
1875
1900
1925
1950
1975
2000
Hoofdelijk onderwijs
Opkomst
pedagogiek
Gecentraliseerd
onderwijsstelsel
Aanschouwend onderwijs
School
strijd
Verheffing
Emancipatie
Stroom van
vernieuwing
Meritocratie
actiever beleid
1806
Onderwijswet
Verplicht 
klassikaal 
lesgeven

1848
Vrijheid van
onderwijs
in grondwet

1900
Leer
plicht
1920
Gelijkstelling
openbaar
bijzonder
onderwijs
1968
Mammoet
wet
1985
Basisschool
1998
Tweede
fase

Slide 63 - Tekstslide

‘De Nederlandse economie moet in de internationale concurrentiepositie vooral voordeel putten uit sectoren met een hoge kennisintensiteit. Ter versterking van de kennisintensiteit moeten nog belangrijke stappen worden gezet, meer opleiding en scholing dus. Want er wordt kennis verworven die echt nodig is.’

A
Jo Ritzen (1994)
B
Sander Dekker (2015)

Slide 64 - Quizvraag

Meritocratie en actiever onderwijsbeleid 
(einde 20e eeuw)


Aanleren kennis en vaardigheden



             Opvoeding                                    Zelf ontplooiing

Robert Slavin (2002) over Randomized Control Trials:
‘Education is on the brink of a scientific revolution, that has the potential to profoundly transform policy, practice and research.’











Slide 65 - Tekstslide

Meritocratie en actiever onderwijsbeleid 
(eind 20e eeuw)
Kenmerken:
  • Stortvloed aan nota's (1 per maand tussen 1970 en 1992)

Elementen herkenbaar in:
  • Opwaartse druk
  • Evidence based beleid
  • Cognitieve psychologie
  • Opbrengstgericht werken
  • New Public Management


Organisatie
1970
1980
Pedagogische centra
70
370
Schoolbegeleidingsdiensten
240
2200
SLO
0
200
CITO
38
202

Slide 66 - Tekstslide

Wat worden de komende regeerperiode
de grote onderwijsthema's?

Slide 67 - Woordweb

Vragen?

Slide 68 - Open vraag

Wat vond je van deze module?

Slide 69 - Open vraag

Ontwikkelingspsychologie / onderwijskunde

Slide 70 - Tekstslide

Wat is ontwikkelingspsychologie? 
De wetenschappelijke studie naar patronen van groei, verandering en stabiliteit vanaf de conceptie helemaal tot aan de ouderdom (Feldman, 2020).

Onderzoek naar de ontwikkeling van kinderen is grof te verdelen in centrale thema’s:
  • Fysieke ontwikkeling
  • Sociale- en persoonlijkheidsontwikkeling 
    (ontwikkeling van het zelfbeeld, s
    ociale ontwikkeling, emotionele ontwikkeling)
  • Cognitieve ontwikkeling

 

Slide 71 - Tekstslide

Fysieke ontwikkeling
Kijkt naar de invloed van de hersenen,
het zenuwstelsel, de spieren, de zintuigen
en de behoefte aan eten, drinken en slaap
op ons gedrag.

Bijvoorbeeld: motorische ontwikkeling en vaardigheden, zintuigen. Wanneer weten kinderen wanneer ze links- of rechtshandig zijn?





Slide 72 - Tekstslide

Sociale- en persoonlijkheidsontwikkeling
Ontwikkeling zelfbeeld, sociale ontwikkeling, emotionele ontwikkeling. 
Sociaal-emotionele ontwikkeling: 
Kijkt naar sociale relaties en interacties met anderen en naar het omgaan met emoties. Bijvoorbeeld: vriendschappen, zelfbeeld, sociale vergelijking en emotionele zelfregulering*. Wat is de beste manier om kinderen gewenst gedrag aan te leren?

Persoonlijkheidsontwikkeling: 
Kijkt naar de duurzame gedragingen en (karakter) eigenschappen die de ene persoon van de andere onderscheiden. Bijvoorbeeld: moreel besef, psychologische karakterisering van het ik. Heeft een kleuter besef van goed en fout?






Slide 73 - Tekstslide

Cognitieve ontwikkeling
Kijkt naar intellectuele vermogens, waaronder leren, geheugen, probleemoplossing en intelligentie.  Bijvoorbeeld: informatie verwerking. Heeft tweetaligheid voordelen?


Cognitieve ontwikkeling volgens:
  1. Piaget
  2. Vygotsky
  3. Informatieverwerkingstheorie 






Slide 74 - Tekstslide

Jean Piaget
Psycholoog
Stadiatheorie van cognitieve ontwikkeling
Vaste volgorde van universele cognitieve ontwikkelingsstadia
Gericht op het individu


Kanttekening: Uitgebreide observaties van relatief weinig kinderen. Capaciteiten van kinderen soms onderschat.






Slide 75 - Tekstslide

Jean Piaget
Fasen in de denkontwikkeling volgens Piaget

1. Sensomotorische fase (0-24 maanden) 
2. Pre-operationele fase (2-7 jaar) 
3. Concreet-operationele fase (7-11/12 jaar) 








Slide 76 - Tekstslide

Slide 77 - Video

Slide 78 - Video

Jean Piaget
Aan de slag. Verdeel de volgende begrippen over de vier fasen:
Bespreek de betekenis van deze begrippen met elkaar en schrijf deze er in het kort bij. Beschrijf wat deze begrippen/de fase voor jouw praktijk betekent.
We bespreken en vergelijken de opbrengsten van de verschillende groepen






Symbolisch denken
(geen) conservatiebegrip
Object-permanentie
Hypothetisch –deductief denken
Reversibiliteit
Decentreren
Egocentrisme
Centratie

Slide 79 - Tekstslide

Lev Vygotsky
Ontwikkelingspsycholoog
Cognitieve ontwikkeling = een resultaat van sociale interacties waarin kinderen leren door geleide participatie.


Kanttekening: Weinig aandacht voor ontwikkeling aandacht en herinneringen.






Slide 80 - Tekstslide

Lev Vygotsky
De cognitieve ontwikkeling voltrekt zich door blootstelling aan informatie binnen de zone van naaste ontwikkeling (Vygotsky).
Kinderen moet actief participeren tijdens het onderwijs dat ze krijgen. Experimenteren en nieuwe activiteiten uitproberen. Interactie is noodzakelijk.


Door samen te werken en in gesprek te zijn,
zijn mensen in staat om tot nieuwe dingen te komen.






Slide 81 - Tekstslide

Zone van actule ontwikkeling & Zone van naaste ontwikkeling
Scaffolding






Slide 82 - Tekstslide

Cognitieve ontwikkeling
Informatieverwerkingstheorie 
Herinnering; het proces waarmee informatie gecodeerd, opgeslagen en weer opgehaald wordt (retrieval = terughalen).


Sensorisch register of zintuiglijk geheugen > tijdelijk, kort, exacte kopie
Kortetermijngeheugen of werkgeheugen > beperkte capaciteit, 15 tot 20 seconden.
Informatie wordt gecodeerd om opgeslagen te worden in het langetermijngeheugen.


Voorbeelden van codering zijn; schematiseren, relaties leggen, ezelbruggetjes verzinnen, vereenvoudiging aanbrengen, woordbeeld, etc.






Slide 83 - Tekstslide

Cognitieve ontwikkeling
  • DABIOSRADFALOK
  • 1 3 9 2 7 8 1 2 4 3 7 2 9








Slide 84 - Tekstslide

Cognitieve ontwikkeling
Beter onthouden en opname in het langetermijngeheugen lukt beter als;
  • Het sporensysteem geactiveerd is (schema waar de op te nemen informatie thuishoort);
  • Gebruik gemaakt wordt van verschillende zintuigen;
  • Informatie aansluit bij de belevingswereld;
  • Het wordt aangeboden in betekenisvolle en samenhangende context;
  • Er een cognitieve inspanning en actieve houding is;
  •  samenvatten, toepassen geleerde, categoriseren, parafraseren (eigen woorden navertellen), bedenken van analogieën (overeenkomsten), etc.;
  • Het verdeeld wordt in kleine, behapbare stukken;
  • Storende factoren uitgeschakeld worden;
  • Informatie niet homogeen of totaal heterogeen van aard is (diversiteit).
Informatie die voor ons belangrijk is zullen we beter opnemen. (Nut en doel)


Slide 85 - Tekstslide