- Leg de kaartjes op een stapel. Op elk kaartje staat een vraag én het antwoord.
- Eén speler neemt een kaartje en leest de vraag hardop voor. De andere spelers proberen zo snel mogelijk het juiste antwoord te geven.
- Wie het antwoord als eerste juist zegt, krijgt het kaartje. Indien er geen juiste antwoorden komen, mag je een hint geven.
- Daarna leest de volgende speler een nieuw kaartje voor. Zo wissel je telkens van voorlezer.
- Speel verder tot alle kaartjes op zijn. De speler met de meeste kaartjes wint.
Extra uitdaging: wie het kaartje wint, moet het woord of de uitdrukking ook nog in een goede zin gebruiken. Lukt dat niet, dan gaat het kaartje terug onderaan de stapel.