cross

Leren over vaccineren SAMV PPT

Leren over vaccineren
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Leren over vaccineren

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  1. Je weet wat een vaccin is.
  2. Je weet hoe een vaccin werkt.
  3. Je weet hoe je afweersysteem werkt en je weet wat een witte bloedcel is en wat antistoffen en antigenen zijn.
  4. Je weet dat meningokokkenziekte veroorzaakt wordt door een bacterie.
  5. Je weet dat het HPV-virus baarmoederhalskanker kan veroorzaken.
  6. Je kan een weloverwogen besluit nemen of je je wil laten vaccineren.

Slide 2 - Tekstslide

Vaccins
Je wordt ingeënt met een vaccin

Vaccins zijn:
Dode ziekteverwekkers (polio en hepatitis A)
Deeltjes van ziekteverwekkers  (meningokokken)
Afgezwakte ziekteverwekkers (tetanus, mazelen, gele koorts, bof, ro­dehond)

RNA vaccins
(COVID 19)


Je wordt dan niet ziek, maar maakt wel antistoffen


Slide 3 - Tekstslide

Coronavaccinaties

  • Biontech/pfizer, Moderna: mRNA
    virus
    .     
Je lichaam maakt stukjes van het coronavirus aan, het lichaam maakt
antistoffen.

  • Jansen: Aangepast virus. 
Je wordt
niet ziek maar je lichaam gaat stukjes coronavirus aanmaken. Hierdoor maak je
antistoffen aan.

  • AstraZeneca: RNA vaccin.
Verkoudheidsvirus dat
bij chimps voorkomt.
  





Slide 4 - Tekstslide

Natuurlijke en kunstmatige immuniteit
Natuurlijke immuniteit:
op natuurlijke wijze.
  • Ziekte doormaken (actief)
  • Borstvoeding (passief)

Kunstmatige immuniteit:
door 'prikje'.
  • Vaccin (actief)
  • Serum (passief)
Actief = zelf antistoffen maken

Passief = antistoffen van buiten ontvangen

Slide 5 - Tekstslide

Specifieke afweer door antistofcellen
- Ziekteverwekkers hebben lichaamsvreemde antigenen
- Antistofcellen maken antistoffen die passen op die antigenen en ze koppelen
-Vreetcellen ruimen ziekteverwekkers op

Slide 6 - Tekstslide

Specifieke afweer met antistoffen
Hoeveelheid antistoffen na 1e en 2e besmetting (= infectie)
Antistoffen, antigenen en immuniteit

Slide 7 - Tekstslide

Aspecifieke afweer door witte bloedcellen
Aanmaak van bloedcellen in rood beenmerg

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Lijnen van afweer
Hoe voorkomt het lichaam dat het ziek wordt?

1e lijn: fysieke barrière; ziekteverwekker kan niet naar binnen.
2e lijn: aspecifieke afweer; witte bloedcellen eten ziekteverwekkers op.
3e: specifieke afweer; antistoffen binden aan een specifieke ziekteverwekker .

Slide 10 - Tekstslide

Argumentatieschema's
Er zijn zes verschillende argumentatieschema’s:
Argumentatie gebaseerd op:
- oorzaak en gevolg
- kenmerk of eigenschap
- voor- en nadelen
- voorbeelden  
- vergelijking 
- autoriteit (iets of iemand die kennis van zaken over dat onderwerp heeft)

Je moet je laten inenten tegen de meningokokken, want uit onderzoek van het RIVM blijkt dat dat de beste bescherming geeft. 

Slide 11 - Tekstslide



Wat is een infectieziekte en hoe werkt je eigen afweer?
Schrijf 10 infectieziektes op.
Corona, bof, mazelen, rode hond, cholera, malaria, tbc, kinkhoest, tetanus, meningokokkenziekte, HIV etc.

Wat is een infectieziekte?
Een infectieziekte wordt veroorzaakt door een ziekmakend micro-organisme zoals een virus, bacterie of schimmel.
Ook zijn er infectieziekten die veroorzaakt worden door parasieten als amoeben, wormen. 

Wat gebeurt er als je geïnfecteerd wordt / Hoe reageert je lichaam als je geïnfecteerd wordt?
Je lichaam reageert verschillend, maar je immuunsysteem herkent het micro-organisme als lichaamsvreemd en dan
ontstaan er verschillende afweerreacties zoals koorts en je witte bloedcellen gaan antistoffen aanmaken.
Hoe helpt een vaccin je om een infectieziekte te bestrijden/voorkomen?
Wat is een vaccin?
Een vaccin is een injectie dat bestaat uit een stukje bacterie (of aangepaste hele bacterie) of een verzwakt virus.
Hoe werkt een vaccin?
Na toediening van een vaccin maakt je lichaam geheugencellen aan. Bij een nieuwe besmetting herkennen die geheugencellen de ziekte en sturen ze antistofcellen aan om antistoffen te maken. 
Voor welke infectieziektes zijn er vaccinaties?
Zie www.rijksvaccinatieprogramma.nl of rivm.nl. Er zijn meer vaccins tegen infectieziekten zoals waterpokken en
griep. Deze zitten niet in het Rijksvaccinatieprogramma.
Komen infectieziektes waar vaccinaties voor zijn nog voor in Nederland?
Sommige als polio bijna niet meer en andere zoals meningokokken of mazelen helaas wel of er is een nieuwe variant
ontstaan die nog niet in het vaccin zit.

Infectieziekten en vaccins

Slide 12 - Tekstslide

Wat houdt het meningokokken- en HPV-vaccin in? (1)
Hoe kun je meningokokkenziekte oplopen?
Mensen dragen de meningokokkenbacterie vaak bij zich zonder er ziek van te worden. Maar je kunt elkaar besmetten door te hoesten, te niezen en door te zoenen en door innig contact met elkaar.

Hoe kun je je zelf beschermen tegen meningokokkenziekte?
In theorie zou je als kluizenaar kunnen leven om niet meer besmet te raken, maar in de praktijk is een vaccin de enige bescherming

Slide 13 - Tekstslide

Wat houdt het meningokokken- en HPV-vaccin in? (2)
Wat zijn meningokokken en wat is HPV?
Meningokokken zijn bacteriën. 
Hoe kun je besmet raken met meningokokken en HPV?
- Door hoesten, niezen of zoenen krijgt de meningokokkenbacterie de kans zich te verspreiden. De bacterie kan in je
neus of keel zitten, zonder dat je het weet. Ook als je zelf niet ziek bent door de bacterie, kun je een ander besmetten.
- Vrijwel alle mannen en vrouwen worden in hun leven een keer besmet met HPV, meestal vlak na het seksueel actief
worden. Het virus wordt overgedragen tijdens seks. Het virus zit niet alleen op de penis, anus en de vagina, maar ook
op de huid rond de geslachtsorganen, billen, vingers of mond.
Welke ziektes kun je daarvan krijgen?
- Van een besmetting met meningokokken kun je hersenvliesontsteking krijgen als de bacterie in de vliezen van de
hersenen terechtkomt en bloedvergiftiging als de bacterie in je bloed terechtkomt en daar vaak in de ledematen
schade veroorzaakt.
- HPV is de veroorzaker van baarmoederhalskanker, genitale wratten en speelt een rol bij het ontstaan van andere
vormen van kanker.

Slide 14 - Tekstslide

Wat houdt het meningokokken- en HPV-vaccin in? (3)
Zijn er medicijnen tegen deze infectieziektes?
Meningokokkenziekte wordt behandeld met antibiotica, maar deze werken niet altijd bij deze ziekte waardoor
patiënten in een deel van de gevallen overlijden of blijvende restverschijnselen overhouden.
HPV kan niet worden behandeld. Er zijn geen medicijnen voor.
Hoe vaak komt meningokokkenziekte voor in Nederland?
Van 2015 tot 2018 was er een stijging van het aantal patiënten met meningokokkenziekte W. Vóór 2015 waren er gemiddeld
4 patiënten per jaar. In 2020 (tot en met maart) werden 8 patiënten met meningokokkenziekte  gemeld. 
Hoe vaak worden mensen in Nederland ziek van HPV en hoeveel overlijden eraan?
Volgens de meest recente cijfers krijgen per jaar meer dan 900 vrouwen de diagnose baarmoederhalskanker en ongeveer
220 vrouwen sterven hier aan. Elk jaar zijn er 5500 vrouwen die een behandeling moeten ondergaan voor een
voorstadium van baarmoederhalskanker.
Op welke leeftijd kun je gevaccineerd worden tegen meningokokken en HPV?
Je wordt met 14 maanden gevaccineerd tegen Meningokokken. 
Het HPV-vaccin krijgen meiden vanaf 12/13 jaar en jongeren van 14 jaar en een half jaar later volgt nog een herhalingsprik. In de nabije toekomst wordt de leeftijd verlaagd naar 9/10 jaar. 

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Slide 17 - Video

Slide 18 - Video

Slide 19 - Video

Slide 20 - Tekstslide

een man krijgt een serum tegen een slangenbeet. Dit is een voorbeeld van:
A
natuurlijke actieve immuniteit
B
natuurlijke passieve immuniteit
C
kunstmatige actieve immuniteit
D
kunstmatige passieve immuniteit

Slide 21 - Quizvraag

Vaccineren is een voorbeeld van
A
Actieve immuniteit
B
Natuurlijke immuniteit
C
Passieve immuniteit
D
Kunstmatige immuniteit

Slide 22 - Quizvraag

een baby krijgt antistoffen door moedermelk.
Dit is een voorbeeld van:
A
natuurlijke actieve immuniteit
B
natuurlijke passieve immuniteit
C
kunstmatige actieve immuniteit
D
kunstmatige passieve immuniteit

Slide 23 - Quizvraag

Als je het COVID-19 doormaakt en beter wordt, is dat een vorm van actieve immuniteit of passieve immuniteit (1)?
Worden er wel of geen antistoffen gemaakt (2)?
A
1. Actieve immuniteit 2. Wel antistoffen
B
1. Actieve immuniteit 2. Geen antistoffen
C
1. Passieve immuniteit 2. Wel antistoffen
D
1. Passieve immuniteit 2. Geen antistoffen

Slide 24 - Quizvraag

Wanneer ben je daadwerkelijk immuun voor een virus?
A
Als je al ziek bent
B
Na de eerste besmetting
C
Als de witte bloedcellen het virus nog niet herkennen
D
Na de tweede besmetting

Slide 25 - Quizvraag

een baby krijgt de waterpokken.
Dit is een voorbeeld van:
A
natuurlijke actieve immuniteit
B
natuurlijke passieve immuniteit
C
kunstmatige actieve immuniteit
D
kunstmatige passieve immuniteit

Slide 26 - Quizvraag

Wat veroorzaakt het HPV virus?
A
Chlamydia
B
Herpes genitalis
C
Baarmoederhalskanker
D
Gonorroe

Slide 27 - Quizvraag

Het vaccin waarmee de meisjes worden geïnjecteerd, beschermt onder andere tegen HPV18.
Waaruit bestaat het tegen HPV18 werkzame deel van dit vaccin?
A
een deel van het RNA van HPV18
B
een effectieve antistof tegen HPV18
C
een manteleiwit van HPV18

Slide 28 - Quizvraag

Wat is hier de antigeen?
A
Geel
B
Oranje
C
Blauw

Slide 29 - Quizvraag

Wat zijn meningokokken
A
Bacterie
B
Virus
C
Schimmel
D
Hersenvliesontsteking

Slide 30 - Quizvraag

Een antigeen is..
A
een lichaamsvreemde stof die het afweersysteem kan activeren
B
een eiwitmolecuul dat het lichaam helpt bij de bestrijding van ziektes
C
een binnen gedrongen bacterie of virus

Slide 31 - Quizvraag

Antistoffen
A
stoffen die witte bloedcellen maken om ziekteverwekkers onschadelijk te maken
B
stoffen die bloedplaatjes maken om ziekteverwekkers onschadelijk te maken
C
stoffen die rode bloedcellen maken om ziekteverwekkers onschadelijk te maken
D
stoffen die in ziekteverwekkers zitten

Slide 32 - Quizvraag

Een meningokokkenvaccinatie is onnodig want de kans op meningokokkenziekte is klein.
A
juist op gevoel
B
juist vanuit kennis
C
onjuist op gevoel
D
onjuist vanuit kennis

Slide 33 - Quizvraag