1b - Unit 2, Herhaling grammatica en woordjes

Unit 2 Grammar and vocab repeat
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Unit 2 Grammar and vocab repeat

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

To start
  • Pak je laptop
  • Ga naar lessonup.app
  • Voer de code in:
  • Voer je naam in (mag een emoji achter) - geen bijnamen
timer
1:00

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Unit 2 Repeat
  • Thursday, 10 October 2019

#Goals
  • You know all the grammar related to unit 2
  • You are prepared for the Vocab S.O.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Car
A
A
B
An

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Elephant
A
A
B
An

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Unicorn
A
A
B
An

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Book
A
A
B
An

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hour
A
A
B
An

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Miss! I ... a question.
A
Have got
B
Has got

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

She ... a dog and a cat
A
Have got
B
Has got

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Oh wow! You ... the new iPhone 22XL!?
A
have got
B
has got

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak de zin vragend:
They have got two cats.
A
Have they two cats?
B
Has they got two cats?
C
Have they got two cats?
D
Has they two cats

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak de zin ontkennend:
She has got a 10 for English.
A
She hasn't got a 10...
B
She not have a 10...
C
She haven't got a 10...
D
Not she have got a 10...

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Me
You
Him
Her
Us
Them
You

Slide 15 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

A of An
  • Betekenen allebei -> een

  • A = als je een medeklinker hoort
  • Book (Boek), Car (Kahr), Unicorn (Juunikorn)

  • An = als je een klinker hoort (A, E, I, O, U)
  • Elephant (Elefunt), American (Amerikun), Hour (Ouwer)

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hebben =
Have got / Has got
  • I have got
  • You have got
  • He has got
  • She has got
  • It has got
  • We have got
  • You have got
  • They have got

Slide 18 - Tekstslide

Begin met persoonlijke voornaamwoorden op het linkerbord doornemen.
Hebben =
Have got / Has got
  • Ik heb een pen
  • I have got a pen

  • Ik heb geen pen
  • I haven't got a pen

  • Heb ik een pen?
  • Have I got a pen?

Slide 19 - Tekstslide

He/she/it voorbeeld geven op het rechterbord.


Ik - mij/me              I - me
Jij - jou                     You - you
Hij - hem                 He - him
Zij - haar                  She - her
Wij - ons                  We - us
Jullie - jullie           You - you
Zij - hen/hun         They - Them
  • Geef het aan mij.
  • Give it to me.

  • Ik zal hem helpen.
  • I will help him.

  • Kun je ons het zout geven?
  • Can you give us the salt?
Persoonlijke voornaamwoorden

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Get to work
  1. Extra uitleg
  2. Grammaticatrainer
  3. Werkblad op ItsLearning

  • Klaar?
  • Unit 2, lesson 5

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Finish!
  • Wat did we learn today?

  • Tomorrow
  • S.O. Unit 2 - Woordjes

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies