EDI H11 verhoudingen

H11: verhoudingen

1 / 22
volgende
Slide 1: Slide
newEditorWiskundeMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

H11: verhoudingen

Lesdoel

Na deze les weten jullie wat een verhouding is.

Kunnen jullie verschillende verhoudingen uitrekenen met behulp van verhoudingstabellen.

Wat zijn verhoudingen? 


VERHOUDINGEN



'Hoe getallen zich tot elkaar verhouden'
Welk getal hoort bij welk getal.

Bijvoorbeeld euro's en blikjes drinken

Liter benzine en kilometers rijden

Wanneer gebruik je verhoudingen waarbij je moet rekenen?

A

Wasmiddel/ wasverzachter

B

uren leren/cijfer voor de toets

C

Verf mengen

D

Recepten in de keuken voor meer/minder personen

Wat moet ze betalen voor 250gr druiven?

A

€1,05

B

€90

C

€1,00

D

€0,95

Als ze nu €0,95 voor 250gr betaald heeft en € 2,85 voor 750 gram. Wat krijgt ze dan voor €3,80 ?

A

één ons (100gr)

B

één half pond (250gram)

C

één pond

D

één kilo

De verhoudingstabel

In de volgende slide zie je hoe een verhoudingstabel eruit ziet en legt de docent de tabel uit. 

1. meeste informatie - boven of onder?

2. Daartussen zet je een 1 (of ander makkelijk getal, 10/100)

3. Som aan de bovenkant = som aan de onderkant

4. Herhaal

9

18

7

?

1

2

:9

x7

In een sixpack zitten 6 blikjes sinas.

Hoeveel blikjes sinas zitten er in acht sixpacks?

Dit kun je oplossen met een verhoudingstabel

Samen invullen

4 uur 

1 uur

12 uur

11 uur

€24

€16

€ 8

€ 32

€96

€88

Samen invullen

Samen invullen


?

A

36

B

41

C

93

D

14

Nu weet ik hoe verhoudingstabellen werken?

Verhoudingstabellen in het dagelijks leven?

Werken aan Smartrekenen via Eduhint.nl

N2 hoofdstuk 11

N3 hoofdstuk 11

N4 hoofdstuk 11

Eerst hoofdstuktoets, daarna oefenen!

Afsluiting

Wat hebben we geleerd?

-verhoudingen

- verhoudingstabellen


Volgende keer

- Breuken

Bedankt voor het meedoen!👍


Start

Zet de informatie in de tabel.

Hoeveelheid brieven & euro's

Wat willen we weten?

Stap 1

Van welke kant weet je het meest?

Waar zijn de meeste vakjes gevuld in de tabel, boven of onder?

Daartussen zet je een 1

15

 3

?

8

Stap 2

Een getal delen door zichzelf is altijd 1

10 : 10 = 1

68 : 68 = 1

351 : 351 = 1

15

 3

?

8

?

1

Stap 3

Vul verder in!

3 : 3 = 1                                           1 x 8 = 8

15 : 3 = ?                                        ? x 8 = ?

15

 3

?

1

?

8