cross

Lezen

Lezen

Lezen (10 min.)

Hoofdstuk 4, blz. 137: tegenargumenten en weerleggingen



1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Lezen

Lezen (10 min.)

Hoofdstuk 4, blz. 137: tegenargumenten en weerleggingen



Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Les 2

Lezen (10 min.)

Bespreken opdracht 1, blz. 137

Stelling en argumenten

M. opdracht 3, blz. 140


Slide 9 - Tekstslide



Opdracht 1

1 verkeersboetes / een verkeersboete voor te
hard rijden
2 Het is onzin om een straf te geven voor vier kilometer te hard rijden.

3 (1) Je bent
geen groot gevaar voor andere snelweggebruikers met die vier kilometer meer.
(2) Je belast het milieu niet onverantwoord zwaar. (3) Je bent met die
overschrijding van vier kilometer geen tehardrijder die moet worden afgeremd.

4 Je moet toch ergens een grens trekken.

5 Dat is waar, maar het gaat erom wáár je die grens trekt. In ieder geval niet bij vier kilometer.

Slide 10 - Tekstslide

Vooraf



Wat weet je al van studentenverenigingen?

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

"Vindicat moet verboden worden."
Eens of oneens? Leg uit waarom.

Slide 13 - Open vraag

Lezen les 3

Verder met opdracht 2, blz. 138

Tekst 5: Maak een argumentatieschema, zie vraag 3 van opdracht 2.

Slide 14 - Tekstslide

Argumentatieschema
Standpunt:
Argument:
Argument:
Ondersteuning:
Tegenargument:

Slide 15 - Tekstslide

Lezen les 4

Lezen (10 min.)

Bespreken opdracht 4 en 5

Sleepopdracht uitdrukkingen.

Kritisch lezen: nepnieuws

Wat is echt en wat is nep?

M. opdracht 2, blz. 182



Slide 16 - Tekstslide

Weet jij wat de volgende uitdrukkingen betekenen? Trek lijnen van de uitdrukkingen naar de juiste betekenis
Boontje komt om zijn loontje.
Een mens is geen aardappel.
Zijn eigen boontjes doppen.
De appel valt niet ver van de boom.
Iets voor een appel en een ei kopen.
Iedereen heeft soms behoefte aan ontspanning.
Kinderen lijken vaak op hun ouders.
Iets kopen voor weinig geld.
Hij krijgt wat hij verdient.
zijn eigen problemen oplossen.

Slide 17 - Sleepvraag

Weet jij wat de volgende uitdrukkingen betekenen? Trek lijnen van de uitdrukkingen naar de juiste betekenis
Een appeltje met iemand te schillen hebben.
zijn/haar oogappel zijn.
Een zuurpruim zijn.
Je kunt appels niet met peren vergelijken.
Groeien als kool.
iemands lieveling zijn.
twee totaal verschillende dingen vergelijken
Snel groeien.
Nog een vervelend onderwerp bespreken met iemand
heel chagrijnig.

Slide 18 - Sleepvraag

Weet jij wat de volgende uitdrukkingen betekenen? Trek lijnen van de uitdrukkingen naar de juiste betekenis
Meten met twee maten.
Iemand over het hoofd zien.
Een gat in de lucht springen.
Een zuurpruim zijn.
Appels met peren vergelijken.
Iemand vergeten zijn.
Heel erg blij zijn.
Altijd boos zijn.
Oneerlijk keuren.
Iets wat niet met elkaar te vergelijken is.

Slide 19 - Sleepvraag

Weet jij wat de volgende uitdrukkingen betekenen? Trek lijnen van de uitdrukkingen naar de juiste betekenis
In iemands vaarwater zitten.
Huilen als een hofhond.
De violen stemmen.
De bloemetjes buiten zetten.
Moet je nog peultjes?
Erbarmelijk tekeer gaan.
Met elkaar onderhandelen.
Feest vieren.
Oneerlijk keuren.
Wat zeg je daarvan!

Slide 20 - Sleepvraag

Slide 21 - Link

Slide 22 - Link

Lezen les 5

Lezen (10 min.)

Bespreken opdracht 2, blz. 182


M. opdracht 5, blz. 183



Slide 23 - Tekstslide

Lezen les 5

Lezen (10 min.)

Bespreken opdracht 3, blz. 197 (noteer de antwoorden goed in je schrift!)

Maak zelf vragen bij de tekst die je krijgt.




Slide 24 - Tekstslide

Vragen bij tekst maken
Noteer 15 vragen over de tekst: 
5 meerkeuzevragen met minimaal 4 keuzemogelijkheden
5 open vragen
5 waar/niet waar-vragen

Minimaal 5 vragen gaan over de theorie uit hoofdstuk 4 en 5

Noteer de antwoorden op de door jouw gemaakte vragen in een apart document (dit is je antwoordmodel). Tip: deel de documenten met elkaar.
Stuur de twee documenten (doc 1: vragen en doc 2: antwoorden) op of deel ze met mij (ASL@hetstreek.nl). De volgende les gaan we de vragen en teksten uitwisselen!

Slide 25 - Tekstslide

Lezen les 6

Lezen in drie rondes

  • Doel: leesvaardigheid verbeteren en tekstinzicht vergroten
  • Drie keer tekstgedeeltes lezen: eerst orienterend, daarna grote lijnen, daarna details 
  • Kost iets meer tijd vooraf, maar vragen maken kost minder moeite


  • Slide 26 - Tekstslide

    Lezen in drie rondes

    Ronde 1:

    Lees alleen de titel, inleiding en slot.

    In het slot staat vaak de samenvatting / belangrijkste conclusie  of hoofdgedachte

  • Wat zal het onderwerp zijn?
  • Denk je dat de tekst betoog, beschouwing of uiteenzetting is?
  • Slide 27 - Tekstslide

    Lezen in drie rondes

    Ronde 2:

    Stel van elke zin de kernzin vast en arceer deze. Lees de kernzinnen nu achter elkaar.

    Is het duidelijk waar de tekst over gaat?

    Gaat het nog steeds om betoog / beschouwing / uiteenzetting?

    Slide 28 - Tekstslide

    Lezen in drie rondes

    Ronde 3:

    Maak de vragen bij de tekst 'Iets doen voor een ander.'

    Slide 29 - Tekstslide

    Les 7
    Bespr. opdracht 4, blz. 229
    M. Lezen Extra (h5), online methode.

    Slide 30 - Tekstslide

    Les 8

    Huiswerkcontrole: opdr. 4, online methode

    Lees tekst 'De corpsbal die op ‘hete hertjes’ jaagt, is straks je baas'

    Klas nummeren
    Wheel decide
    Maak de opdracht (individueel)
    Volgende les: uitwisselen in groepjes

    Slide 31 - Tekstslide

    Slide 32 - Link

    Les 8

    Even over vorige les

    M. quiz

    Klaar? Maak test lezen H6 in online methode of leer voor de toets (beide in stilte)


    Slide 33 - Tekstslide

    Vandaag

    - Vragen over toets?

    - Keuze:

    * Opdracht online methode hoofdstuk 6- lezen

    * Quizziz over lesstof toets

    Slide 34 - Tekstslide

    Slide 35 - Link