Spreekwoorden met 'hand' - ww. / prep./betekenis invullen

Spreekwoorden met 'hand' 
Vul het werkwoord in
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2WOStudiejaar 3

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

Spreekwoorden met 'hand' 
Vul het werkwoord in

Slide 1 - Tekstslide

Zij .............het heft in handen

Slide 2 - Open vraag

Daar .............ik mijn hand niet voor om

Slide 3 - Open vraag

Wie heeft daar de hand in.................?

Slide 4 - Open vraag

Hij ..................de hand met die regels

Slide 5 - Open vraag

......................je nog iets achter de hand?

Slide 6 - Open vraag

Ik ..........vanavond niets om handen.

Slide 7 - Open vraag

De directeur .................. hem de hand boven het hoofd.

Slide 8 - Open vraag

De politie ......................hier streng de hand aan de verkeersregels

Slide 9 - Open vraag

Kijk eens waar ik de hand op .....................heb

Slide 10 - Open vraag

Wat ................er aan de hand?

Slide 11 - Open vraag

Wie heeft daar de hand......... gehad?

Slide 12 - Open vraag

Daar draai ik mijn hand niet voor.........

Slide 13 - Open vraag

Wat is er ...........de hand?

Slide 14 - Open vraag

Hij licht de hand .............die afspraken

Slide 15 - Open vraag

De aanvoerder neemt het heft ..... handen

Slide 16 - Open vraag

Ik heb deze week niets ...... handen

Slide 17 - Open vraag

Ik heb altijd wel iets ............ de hand

Slide 18 - Open vraag

Als de politie de hand niet houdt ........ de voorschriften, wordt het een chaos

Slide 19 - Open vraag

De leraar houdt die jongen de hand .......... het hoofd

Slide 20 - Open vraag

Kijk eens, ik heb de hand gelegd ........ een zeldzame postzegel

Slide 21 - Open vraag

aan de hand zijn

Slide 22 - Open vraag

de hand hebben in

Slide 23 - Open vraag

de hand houden aan

Slide 24 - Open vraag


Slide 25 - Open vraag

de hand leggen op

Slide 26 - Open vraag

de hand lichten met

Slide 27 - Open vraag

ergens je hand niet voor omdraaien

Slide 28 - Open vraag

het heft in handen nemen / houden

Slide 29 - Open vraag

iets achter de hand hebben

Slide 30 - Open vraag

iemand de hand boven het hoofd houden

Slide 31 - Open vraag

iets om handen hebben

Slide 32 - Open vraag