cross

Sinterklaasquiz groep 5 - VO4

SINTERKLAAS
Taaltuinquiz

2020
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nederlandse taalPrimary EducationSecondary Education

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

SINTERKLAAS
Taaltuinquiz

2020

Slide 1 - Tekstslide

Welke Sinterklaasliedjes ken jij?

Slide 2 - Woordweb


Welke snoepgoed past 
NIET bij Sinterklaas?
A
Chocoladeletter
B
Pepernoten
C
Oliebollen
D
Chocolademunten

Slide 3 - Quizvraag

Wat zit er niet in pepernoten?
A
zout
B
peper
C
suiker
D
speculaaskruiden

Slide 4 - Quizvraag


Waarin houdt Sinterklaas bij 
of je wel lief bent geweest dit jaar?
A
Hij heeft daar een app voor.
B
Dat doet de hoofdpiet voor hem.
C
Op zijn tablet.
D
In het grote boek.

Slide 5 - Quizvraag

Luister goed
Luister en kijk naar het volgende filmpje. Daarna wordt er een vraag gesteld over dit filmpje.

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Wat ging er kapot aan de fiets van Piet?

Slide 8 - Open vraag


Wat is zwaarder: 1000 gram pepernoten of 1 kg marsepein?
A
1000 gram pepernoten
B
1 kg marsepein
C
Ze zijn even zwaar
D
1 kg marsepein dat is toch logisch...

Slide 9 - Quizvraag

Slide 10 - Video

Hoe oud is Sinterklaas?

Slide 11 - Open vraag


Hoeveel letters heeft het 
woord Sinterklaas?
(Vul je antwoord in binnen 4 seconden!)
A
10
B
11
C
12
D
9

Slide 12 - Quizvraag

Hoe heten de kledingstukken van Sinterklaas? (noem er minimaal twee)

Slide 13 - Open vraag

Slide 14 - Tekstslide


Uit welk liedje komt de zin:
'Gooi wat in mijn schoentje'
A
Zie de maan schijnt door de bomen...
B
Zie ginds komt de stoomboot...
C
Sinterklaas kapoentje...
D
O, kom maar eens kijken...

Slide 15 - Quizvraag


Welk woord is 
FOUT gespeld?
A
Taajtaaj
B
Pepernoot
C
Marsepein
D
Chocoladeletter

Slide 16 - Quizvraag


Welk Sinterklaasliedje 
is dit?
A
Sinterklaas Kapoentje...
B
Zie ginds komt de stoomboot...
C
Zie de maan schijnt door de bomen...
D
Piet ging uit fietsen...

Slide 17 - Quizvraag


Piet heeft 125 pepernoten, er zijn 25 kinderen, hoeveel krijgen zij ieder?
A
5
B
8
C
12
D
15

Slide 18 - Quizvraag

Vul de schoenen met het juiste cadeautje

Slide 19 - Sleepvraag