Kapitel 2 14-2-2023 ontleden

Willkommen!
Kom rustig binnen;
Pak je spullen er alvast bij;
Wacht totdat de docent begint met de les.
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Willkommen!
Kom rustig binnen;
Pak je spullen er alvast bij;
Wacht totdat de docent begint met de les.

Slide 1 - Tekstslide

SERVUS WIEN!

Slide 2 - Tekstslide

der Unterrichtsplan

- Rückblick 'Voorzetsels met de 4e naamval + persoonlijk voornaamwoord in de 4e naamval'
- Lektion 4 Aufg. 8 bis einschl. 10 kontrollieren
- Erklärung: Zinsontleding
- Lektion 4 Aufg. 11 machen
- Lektion 5 Aufg. 1,2 6 und 7 machen


 


Slide 3 - Tekstslide

die Lernziele:

- Je kunt het persoonlijk voornaamwoord in de 4e naamval toepassen, na de voorzetsels in de 4e naamval

- je kent de betekenis van de voorzetsels in de 4e naamval

Slide 4 - Tekstslide

durch
für
ohne
um
bis
gegen
entlang

   door

  voor

  zonder

   om

   tot

  tegen
langs

Slide 5 - Sleepvraag

Voorzetsels 4e naamval
durch = door
für= voor 
ohne= zonder
um= om
gegen = tegen
bis= tot
entlang= langs/parallel aan
Ezelsbruggetje: goedbuf  

Slide 6 - Tekstslide

Vul nu het juiste persoonlijk voornaamwoord in.
_____ (ik) komme ohne ______ ( jullie) .
Vul in: ____/_____

Slide 7 - Open vraag

Du hast durch _____ ( mij) die Aufgabe gut gemacht.

Slide 8 - Open vraag

1e naamval          
ich  - ik                  
du   - jij                   
er    - hij                  
sie  - zij                  
es   - het                
wir  - wij                 
ihr   - jullie             
sie   - zij                  
Sie   - u                   
4e naamval
mich     - mij
dich      - jou
ihn         - hem
sie         - haar
es          - het      
uns        - ons
euch     - jullie
sie         - hen/hun
Sie        - u

Slide 9 - Tekstslide


die Hausaufgaben: Lektion 4 Aufg. 8 bis einschl. 10 kontrollieren


Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Link

Hausaufgaben:  Lektion 4 Aufg. 11 machen
- Lektion 5 Aufg. 1,2 6 und 7 machen

Slide 12 - Tekstslide

Hoe vind je het onderwerp in een zin?

Slide 13 - Woordweb

Hoe vind je het lijdend voorwerp in een zin?

Slide 14 - Woordweb

Zinsontleding

Wie/Wat + ww. gez. ? = onderwerp  (1e naamval)


Wie/Wat + ww. gez. + onderwerp? = lijdend voorwerp (4e naamval)

Slide 15 - Tekstslide