Prepositions of time

Prepositions of time
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Prepositions of time

Slide 1 - Tekstslide

Aan het einde van de les kun je:

* de prepositions of time (in/on/at) op een goede manier in de zin gebruiken

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Aantekening:Prepositions of time: in / on / at

IN gebruik je voor: jaartallen, maanden, dagdelen en seizoenen
examples: in 2018, in June, in Autumn



Slide 4 - Tekstslide

(vervolg aantekening in/on/at)


ON gebruik je voor: dagen, data
examples: on Tuesday, on my birthday, on Christmas day

Slide 5 - Tekstslide

(vervolg aantekening in/on/at)
AT gebruik je voor: precieze tijden
examples: at 12 o'clock, at noon, at sunrise, at the moment

Uitzonderingen: at night, at the weekend, at Christmas, at the same time

Slide 6 - Tekstslide

IN
AT
ON
2017
Monday
16:00
morning
sunrise
my birthday
31 October
summer

Slide 7 - Sleepvraag

He arrived .... six o' clock.
A
in
B
on
C
at

Slide 8 - Quizvraag

My birthday is ... the 2nd of October
A
in
B
on
C
at

Slide 9 - Quizvraag

He did his homework ... night
A
in
B
on
C
at

Slide 10 - Quizvraag

I go to France ... July
A
in
B
on
C
at

Slide 11 - Quizvraag

We play football .... the weekend
A
in
B
on
C
at

Slide 12 - Quizvraag

I was born .... 2004
A
in
B
on
C
at

Slide 13 - Quizvraag

I will be home ... Christmas
A
in
B
on
C
at

Slide 14 - Quizvraag

I will be home ... Christmas day
A
in
B
on
C
at

Slide 15 - Quizvraag

I walked the dog ... the morning
A
in
B
on
C
at

Slide 16 - Quizvraag

He goes to school ... half past eight
A
in
B
on
C
at

Slide 17 - Quizvraag

I am doing my homework ... the moment
A
in
B
on
C
at

Slide 18 - Quizvraag

I have volleyball practice .... Monday
A
in
B
on
C
at

Slide 19 - Quizvraag

What have you learnt?
* je kent de prepositions of time (in/on/at)
en je kunt ze op een goede manier in een zin gebruiken

Slide 20 - Tekstslide

Is er iets wat je nog niet zo goed snapt?
Zo ja, schrijf dit op.

Slide 21 - Open vraag

Homework
Do: 15 and 16
Learn: Irregular verbs (SO)

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video

Slide 24 - Tekstslide