Blok 1 Wonen in een stad

Blok 1 Wonen in een stad
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & MaatschappijMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Blok 1 Wonen in een stad

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen 

  • Je kan kenmerken van een stad opnoemen.
  • Je weet wat het verschil is tussen dagelijkse en niet-dagelijkse voorzieningen.
  • Je kan de begrippen agglomeratie, nederzetting en stedelijk gebied uitleggen.

Slide 2 - Tekstslide

Een plek waar mensen wonen, noemen we een nederzetting.
Een plek waar mensen wonen noemen we een nederzetting.

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Voorzieningen

Dagelijkse voorzieningen:      Voorzieningen die mensen                                                                               vaak dagelijks gebruiken. 

Niet-dagelijkse voorzieningen:  Voorzieningen die mensen                                                                                 maar weinig gebruiken.

Slide 5 - Tekstslide


A
dagelijkse voorziening
B
niet-dagelijkse voorziening

Slide 6 - Quizvraag


A
dagelijkse voorziening
B
niet-dagelijkse voorziening

Slide 7 - Quizvraag


A
dagelijkse voorziening
B
niet-dagelijkse voorziening

Slide 8 - Quizvraag


A
dagelijkse voorziening
B
niet-dagelijkse voorziening

Slide 9 - Quizvraag


A
dagelijkse voorziening
B
niet-dagelijkse voorziening

Slide 10 - Quizvraag


A
dagelijkse voorziening
B
niet-dagelijkse voorziening

Slide 11 - Quizvraag

leerdoelen 
  • Je kan kenmerken van een dorp noemen.
  • Je kan uitleggen waarom infrastructuur belangrijk is voor een dorp of stad.
  • Je kan in eigen woorden uitleggen wat de begrippen reikwijdte en drempelwaarde betekent.
  • Je kan de reikwijdte en de drempelwaarde van voorzieningen bepalen.

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Reikwijdte is de afstand die mensen willen reizen voor een bepaalde vorziening.

Slide 14 - Tekstslide

De reikwijdte van een bakkerij

Slide 15 - Tekstslide

De reikwijdte van het rijksmuseum

Slide 16 - Tekstslide

De reikwijdte van een pretpark

Slide 17 - Tekstslide

De reikwijdte van bioscopen

Slide 18 - Tekstslide

De reikwijdte van kledingwinkels

Slide 19 - Tekstslide

Het minimum aantal mogelijke klanten dat een voorziening nodig heeft om te kunnen bestaan, heet de drempelwaarde.

Slide 20 - Tekstslide

Draagvlak
Dit is het aantal mogelijke klanten voor een voorziening, bijv. voor de supermarkt of een school.
Neemt het aantal inwoners in de wijk af, dan kan het gebeuren dat een school, bibliotheek of winkel gesloten moet worden.

Slide 21 - Tekstslide

In de volgende slide (quizlet)is er onduidelijkheid over het verschil tussen draagvlak en drempelwaarde

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Link