Klas 1 D Nederlands Grammatica woordsoorten

Welkom bij een nieuwe les Nederlands!
Uitleg
  • Vandaag krijg je uitleg en herhaling over Grammatica - woordsoorten
     
Huiswerk
  • Huiswerk: Maak uit hoofdstuk 6 opdracht 1 tot en met 5. In TP heb ik ook huiswerk opgenomen wat je moet maken.

1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 1

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Welkom bij een nieuwe les Nederlands!
Uitleg
  • Vandaag krijg je uitleg en herhaling over Grammatica - woordsoorten
     
Huiswerk
  • Huiswerk: Maak uit hoofdstuk 6 opdracht 1 tot en met 5. In TP heb ik ook huiswerk opgenomen wat je moet maken.

Slide 1 - Tekstslide

Grammatica - woordsoorten
Woordsoorten zijn eigenlijk een soort 'families'.  Elk woord in de Nederlandse taal kun je onderverdelen in zo'n familie. Deze 4 families (woordsoorten) behandelen we in leerjaar 1:
  • Zelfstandig naamwoord
  • Lidwoord
  • Bijvoeglijk naamwoord
  • Voorzetsel 

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoel
  • Je kunt in een zin de zelfstandige naamwoorden herkennen en benoemen.
  • Je kunt in een zin de lidwoorden herkennen en benoemen.

Slide 3 - Tekstslide

Benoem de lidwoorden (lw), zelfstandige naamwoorden (znw) en bijvoeglijke naamwoorden (bnw) in deze zinnen:
 
  1. De hond
  2. Een kleine hond blaft.
  3. De hondje springt in een grote plas.
Wat weet je al?
timer
2:00

Slide 4 - Tekstslide

Antwoorden
  1.     De hond
  2.     Een kleine hond blaft.
  3.     De hondje springt in een grote plas.

lidwoord
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord

Slide 5 - Tekstslide

Zelfstandig naamwoord

Slide 6 - Tekstslide

0

Slide 7 - Video

Zelfstandig naamwoord

Slide 8 - Tekstslide

Vragen
  1. Wat zijn de zelfstandige naamwoorden in deze zin:                                                                                                                        In het zicht van de finish voelde Sep de kracht uit zijn lijf wegstromen. 
  2. Bedenk een zin waarin drie zelfstandige naamwoorden staan.
  3. Bedenk een zin die begint met een zelfstandig naamwoord.

Slide 9 - Tekstslide

Antwoorden
  1. Wat zijn de zelfstandige naamwoorden in deze zin:                                                                                                                        In het zicht van de finish voelde Sep de kracht uit zijn lijf wegstromen
  2. Bijvoorbeeld: Ik ga op de bank Netflix kijken met de hond.
  3. Bijvoorbeeld: Selma gaat vandaag niet naar school.

Slide 10 - Tekstslide

Lidwoord

Slide 11 - Tekstslide

0

Slide 12 - Video

Lidwoorden
KGT - blz. 123

Slide 13 - Tekstslide

Het wel/geen lidwoord?
  1. Heb je het raam dichtgedaan?
  2. Heb je het tegen hem gezegd?
Goed opletten bij het!

Slide 14 - Tekstslide

Huiswerk

     
     Huiswerk
  • Huiswerk: Maak uit hoofdstuk 6 opdracht 1 tot en met 5. 
  • In TP heb ik ook huiswerk opgenomen wat je moet maken.

Slide 15 - Tekstslide