Thema 3: anatomie en fysiologie van de zintuigen: het oog

Anatomie en fysiologie van de zintuigen
1 / 57
volgende
Slide 1: Tekstslide
Gezondheid en welzijnSecundair onderwijs

In deze les zitten 57 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Anatomie en fysiologie van de zintuigen

Slide 1 - Tekstslide

Het oog

Slide 2 - Tekstslide

Wat leren we in dit hoofdstuk?
  1. Anatomie en fysiologie van het oog
  2. Hoe werkt het oog?
  3. Functies van 'het zien'
  4. Zorgend handelen 

Slide 3 - Tekstslide

Test: Hoe snel zijn je ogen? 

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

1. Anatomie en fysiologie van het oog

1.1 Beschermende delen van het oog

1.2 Delen van het oog die zorgen voor het zien

Slide 6 - Tekstslide

1.1 Beschermende delen

Slide 7 - Tekstslide

Welke delen van ons oog hebben een beschermende functie?

Slide 8 - Woordweb

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

1.2 Delen van het oog die ervoor zorgen dat we kunnen zien

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

De pupil 

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

De lens

Slide 18 - Tekstslide

De lens

Slide 19 - Tekstslide

De lens

Slide 20 - Tekstslide

Het netvlies

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Video

1. Als je kleurenblind bent, zie je helemaal geen kleuren.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 23 - Quizvraag

2. Waar in het oog bevinden zich kegeltjes?
A
Pupil
B
Iris
C
Netvlies
D
Glasachtig lichaam

Slide 24 - Quizvraag

3. Wat doen kegeltjes?

Slide 25 - Open vraag

4. Wat gebeurt er met de kegeltjes bij iemand die kleurenblind is?
A
De kegeltjes zijn overactief
B
Er missen kegeltjes
C
De kegeltjes werken niet goed
D
De kegeltjes werken niet goed of er ontbreken bepaalde kegeltjes

Slide 26 - Quizvraag

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

De gele vlek

Slide 29 - Tekstslide

Het netvlies: De gele vlek
  • Bevindt zich achteraan het netvlies
  • Waarnemen van kleine details
  • Het beeld is hier het scherpst 

Slide 30 - Tekstslide

Het netvlies

Slide 31 - Tekstslide

Het glasachtig lichaam: Houdt het netvlies op zijn plaats, lichtprikkels gaan er door

Slide 32 - Tekstslide

Oogzenuw 
Stuurt informatie door naar de hersenen


Daar wordt er een betekenis aan gegeven

Slide 33 - Tekstslide

timer
1:00
wenkbrauw
traanklier
traanbuis
pupil
wimper
iris
ooglid
harde oogvlies

Slide 34 - Sleepvraag

Slide 35 - Link

2. Hoe werkt het oog?

Slide 36 - Tekstslide

Zet de stappen van het zien in de juiste volgorde

Slide 37 - Tekstslide

3. Functies van het zien

Slide 38 - Tekstslide

Welke functies van waarnemen via het oog bestaan er?

Slide 39 - Woordweb

Slide 40 - Tekstslide

Welke functie van waarnemen heb je in de volgende situaties nodig? 

Slide 41 - Tekstslide

Waarom kijk je naar je eten als je kookt?
A
Functionele functie
B
Emotionele functie
C
Sociale functie
D
Overlevingsfunctie

Slide 42 - Quizvraag

Juiste antwoord
Functionele functie: Het doel is dat je niet in je vingers snijdt of dat het eten niet aanbrandt die in de oven zit ​

Slide 43 - Tekstslide

Waarom kijk je naar iemand als je er tegen praat?
A
Communicatieve functie
B
Emotionele functie
C
Overlevingsfunctie
D
Sociale functie

Slide 44 - Quizvraag

Juiste antwoord
Emotionele functie: omdat je op een gepast manier zou kunnen reageren als je gesprekspartner bijvoorbeeld huilt. ​

Slide 45 - Tekstslide

Waarom kijk je rond op de speelplaats als je toekomt op school?
A
Functionele functie
B
Emotionele functie
C
Communicatieve functie
D
Sociale functie

Slide 46 - Quizvraag

Juiste antwoord
Sociale functie: Zien of je vrienden op school zijn

Slide 47 - Tekstslide

Waarom kijkt deze kleuter op deze manier naar zijn mama als hij eigenlijk niets wil zeggen tegen haar?
A
Functionele functie
B
Sociale functie
C
Overlevingsfunctie
D
Communicatieve functie

Slide 48 - Quizvraag

Juiste antwoord
Communicatieve functie: zijn ogen zeggen hoe hij zich voelt. 

Slide 49 - Tekstslide

Waarom kijk je het verkeerslicht voor je de straat oversteekt?
A
Communicatieve functie
B
Functionele functie
C
Overlevingsfunctie
D
Emotionele functie

Slide 50 - Quizvraag

4. Zorgend handelen

Slide 51 - Tekstslide

Slide 52 - Tekstslide

Slide 53 - Tekstslide

Slide 54 - Tekstslide

Slide 55 - Tekstslide

Dit is mijn gevoel na deze les
😒🙁😐🙂😃

Slide 57 - Poll